Wigerik II van de Ardennengouw
Wigerik (886 – tussen 916-919) was paltsgraaf van Lotharingen en stamvader van het Huis Ardennen. Hij was graaf van Trier, de Bidgouw en de Ardennengouw, en voogd van de Sint-Rumoldusabdij van Mechelen. Hij was ook stichter en voogd van de Sint-Hadelinusabdij van Hastière.

Hij was een zoon van graaf Odacar (ca. 850 – na 901) van de Bliesgouw en de Ardennengouw, die met Reinier I van Henegouwen succesvol tegen koning Zwentibold in opstand kwam. Wigerik trouwde met Kunigunde (ca. 890 – ca. 940). Kunigunde was een dochter van Irmintrud (dochter van Lodewijk II “de Stamelaar” van West-Francië).
Wigerik en Kunigunde kregen de volgende kinderen:
- Frederik van de Ardennen
- Adalbero van de Ardennen
- Giselbert van de Ardennen
- Siegebert
- Gozelo van de Ardennen
- Siegfried van Luxemburg (915/917 – 15 augustus 998), eerste graaf van Luxemburg, graaf in de Moezelgouw
Na de dood van Lodewijk “het Kind” in 911 verwierp de adel van Lotharingen de soevereiniteit van Koenraad I en kozen Karel de Eenvoudige van West-Francië als hun koning. Aanvankelijk werd de militaire autoriteit in Lotharingen toegewezen aan graaf Reinier I van Henegouwen, maar na diens dood in 915 werd Wigerik paltsgraaf van Lotharingen. Er was in die tijd geen hertog van Lotharingen, als paltsgraaf voerde Wigerik ook de taken van hertog uit en was dus ook militair verantwoordelijke in Lotharingen.
Wigerik is in de periode 916 – 919 op een 19e januari overleden. Hij is begraven in de door hem gestichte Sint-Hadelinusabdij.
Kunigunde hertrouwde met Richwin van Verdun, zoon van Giselbert I van Maasgouw.
Deze stamreeks gaat verder via Wigeriks zoon Gozelo. Via hun zoon Siegfried zijn Wigerik en Kunigunde echter ook directe voorouders van Hendrik Zwart, de man van Mietje Visser en vader van Adrianus Zwart.
Gozelo van Ardennengouw
(911 – 943), graaf van de Ardennengouw en de Bidgouw, en legeraanvoerder van zijn broer, bisschop Adalbero I van Metz.
Gozelo was een zoon van paltsgraaf Wigerik van Lotharingen en Kunigunde van de Ardennen. Hij trouwde in 930 met Uda van Metz (905 – 10 april 963), een dochter van graaf Gerard van de Metzgau en Oda van Saksen. Via haar moeder was Uda een nicht van koning Hendrik de Vogelaar van Oost-Francië (Duitsland). Gozelo en Uda kregen de volgende kinderen:
- Reinier of Reginar, graaf van Bastenaken
- Hendrik
- Godfried van Verdun, graaf van Verdun
- Adalbero, aartsbisschop van Reims
Godfried van Verdun
bijgenaamd de Gevangene, (ca. 930- 4 september 998), was graaf van Verdun en had als markgraaf van Ename een belangrijke militaire en bestuurlijke rol in Neder-Lotharingen. Hij kreeg zijn bijnaam omdat hij tweemaal gedurende een langere tijd gevangene was door conflicten tussen Oost-Frankische Rijk en West-Francië.
Godfried werd in 963 graaf van Verdun en circa 973 ook markgraaf van Ename. In zijn eerste jaren hield hij zich vooral bezig met strijd tegen Reinier IV van Henegouwen en Lambert I van Leuven, die met Franse steun probeerden het erfdeel van hun vader te herwinnen. Hij werd voogd van Saint-Hubert en Mousson.

In 976 werd Godfried zwaargewond gevangengenomen in een strijd om het Graafschap Bergen, tegen Karel van Neder-Lotharingen. Karel zou kort daarna hertog van Neder-Lotharingen worden. Na te zijn vrijgelaten verdedigde Godfried in 979 Kamerijk en het Kamerijkse tegen Lotharius van Frankrijk en Otto I van Chiny. In 980 stuurde hij troepen om deel te nemen aan de Italiaanse veldtocht van keizer Otto II tegen de Saracenen.
In 984 werd Verdun bezet door Lotharius, maar Godfried wist met steun van Lotharingse edelen de stad te heroveren. Het succes was echter van korte duur en Godfried werd gevangengenomen toen Lotharius de stad opnieuw innam. Pas toen Hugo Capet, met wie Godfried een goede relatie had, in 987 tot koning van Frankrijk was gekozen, werd Godfried vrijgelaten – in ruil voor de overdracht van enkele goederen aan de graaf van Champagne. Twee jaar later werd Godfried opnieuw gevangengenomen, nu door Herbert III van Vermandois, die hem pas in 995 vrij liet. Datzelfde jaar nam Godfried nog deel aan de synode van Mousson.
Godfried is begraven in de Sint-Pietersabdij in Gent.
Godfried was een zoon van Gozelo van de Ardennen en Uda van Metz. Hij huwde kort na 962 met Mathilde van Saksen (937-1008), dochter van Herman Billung en weduwe van graaf Boudewijn III van Vlaanderen. Zij hadden de volgende kinderen:
- Adalbero (-Italië, 19 april 988), 984 benoemd tot bisschop van Verdun door zijn oom Adalbero van Reims die daarover in conflict kwam met koning Lotharius die niet om toestemming was gevraagd. Adalbero is begraven in de kathedraal van Verdun.
- Frederik (±970- Verdun, 6 januari 1022), graaf van Verdun
- Herman van Ename (- 28 mei 1029), graaf van Brabant en graaf van Verdun, hoogstwaarschijnlijk ook van het markgraafschap Ename
- Godfried de Kinderloze (- 26 september 1023), hertog van Neder-Lotharingen
- Gozelo I van Verdun (-1044), hertog van Neder- en Opper-Lotharingen
- Adela, gehuwd met graaf Godizo van Aspelt en Heimbach, graaf van de Luikgouw
- Ermgard (-1042), gehuwd met Otto van Hammerstein)
- Ermentrudis, gehuwd met heer Aarnoud van Florennes-Rumigny
- mogelijk Regelinde, gehuwd met Arnold van Wels en Lambach
- mogelijk Gerberga, gehuwd met graaf Folmar IV van Metz
Daarnaast is bekend dat Rudolf, abt van Saint-Germain de Montfaucon te Cernay-en-Dormois, een neef van Adalbero was. Dit suggereert de mogelijkheid van nog een zoon of dochter van Godfried en Mathilde.
Herman van Ename
(overleden te Verdun op 29 mei 1029) was van 995 tot 1024 markgraaf van Ename en van 1022 tot 1024 graaf van Verdun. Hij behoorde tot het huis Ardennen.

Na de dood van zijn vader rond 995 erfde hij de landgoederen van zijn familie in Brabant, met als belangrijkste bezit het markgraafschap Ename nabij Oudenaarde. In 1022 verwierf Herman na de dood van zijn oudere broer Frederik ook het graafschap Verdun. Bovendien werd hij in 1017 graaf in de Eifelgau en Westfalen.
In 1024 trad Herman af als graaf van Verdun om als monnik toe te treden tot de Abdij van Saint-Vanne in Verdun. Hij bleef er wonen tot aan zijn dood in 1029 en werd ook bijgezet in deze abdij. Het graafschap Verdun ging naar graaf Lodewijk I van Chiny, terwijl zijn bezittingen in Brabant in handen kwamen van zijn schoonzoon Reinier V van Henegouwen. In 1033/1034 werd Ename veroverd en verwoest door graaf Boudewijn IV van Vlaanderen.

Herman van Verdun is eveneens de stamvader van de graven van Calvelage, die op hun beurt de voorouders zijn van de graven van Ravensberg.
Herman van Verdun was gehuwd met Mathilde von Dagsburg, dochter van Ludwig von Dagsburg en Judith von Öhningen. Ze kregen volgende kinderen:
- Herman, jong gestorven
- Bertilde, jong gestorven
- Gregorius, aartsdiaken in Luik
- Godfried, graaf in Westfalen en stamvader van de graven van Cappenberg
- Mathilde (overleden rond 1039), huwde rond 1015 met graaf Reinier V van Henegouwen
Na Mathilde trouwde Herman met Imma van Hasegouw, dochter van Godschalk I van Hasegouw. Zij kregen twee kinderen:
- Gottschalk (II) van Twente, geboren ca. 1025, overleden 16 dec 1063, gesneuveld in Noordwestfalen (Leeftijd 47 jaar)
- Herman I van Munster, geboren 1010, overleden 22-07-1042 (Leeftijd 32 jaar)
Gottschalk II van Twente
(ca. 1030 – 1063) Godschalk was graaf van Twente, de Agradingouw, de Eemsgouw en de Hettergau. Hij volgde na de opstand van Godfried II van Lotharingen Liudolf op als graaf van Zutphen en van een deel van zijn andere functies: voogd van Münster (stad), Borghorst, de abdij van Brauweiler en het kapittel van Zutphen. Als graaf van Twente was hij ook voogd en banierdrager (legeraanvoerder) van het bisdom Utrecht. Godschalk sneuvelde in Friesland, in het leger van bisschop Adalbert van Bremen.

In een oorkonde van 1059 wordt Godschalk domini Sutphaniensis oppidi (“heer van de stad Zutphen”) genoemd, en daarom geldt hij als stamvader van een gravengeslacht dat slechts drie echte graven telt. De authenticiteit van de oorkonde wordt overigens in twijfel getrokken.
Godschalk was vader van:
- Gevehard van Twente (ca.1040 – ca. 1060)
- Otto (-1113)
- Gottschalk II van Gennep
- Heribert van Millen
- mogelijk Humbert (1048-), abt in Paderborn .
Otto II van Zutphen
Bij genaamd de Rijke, (ca. 1060 – 1113) was een jongere zoon van graaf Godschalk van Zutphen en Adelheid van Zutphen. Otto volgde zijn vader op als graaf van Zutphen en voogd van de Abdij van Corvey.

De abdij zou Otto en diens zoon Hendrik later van zelfverrijking beschuldigen. In 1107 ontving hij van keizer Hendrik V de functie van graaf in Oostergo en Westergo, in ruil voor bezittingen bij Alzey. Deze graafschappen waren echter al beleend aan de bisschop van Utrecht, wat leidde tot voortdurend conflict tussen de bisschop en Otto. In 1105 herbouwde hij de Sint Walburgiskerk in Zutphen nadat die was afgebrand en liet relieken van Sint Justus (vermoedelijk van Beauvais) overbrengen van Corvey naar Zutphen. Otto en zijn vrouw werden in deze kerk begraven.

Men vermoedt dat Otto tweemaal was getrouwd. Zijn eerste vrouw met een onbekende naam zou een verwante van de Hohenstaufen zijn geweest. Zij zouden een dochter genaamd Adelheid hebben gekregen. Maar het is ook mogelijk dat deze Adelheid de echtgenote was. Zijn tweede vrouw moet Judith of Jutta van Arnstein zijn geweest met wie hij omstreeks 1085 trouwde. Judith was de jongste van Jutta Arnoldsdochter van Arnstein en Lodewijk de graaf van Arnstein. Met haar kreeg Otto drie zonen, en een dochter. Volgens De Groot zou ze echter de zuster van keizer Lotharius III van Supplinburg zijn. Judith overleed in 1118.
Otto kreeg onder andere de volgende kinderen:
- Adelheid (uit zijn speculatieve eerste huwelijk)
- Hendrik I van Zutphen
- Diederik II van Münster, bisschop
- Gerardus de Lon, graaf van Lohn
- Ermgard van Zutphen (1090 – ca.1136) gehuwd met Gerard II van Wassenberg-Gelre, daarna met Conrad van Luxemburg.
Gerardus van Lohn
was graaf en tevens grondlegger van het graafschap Lohn van 1085 tot zijn dood in 1092. hij was tevens graaf van Westfalen en leenman van Münster. Hij was getrouwd getrouwd met Irmgard. Zij schonk Gerardus drie kinderen, waarvan zoon Godschalk I tevens zijn opvolger was. Hij erft het graafschap van zijn oom Rupert of Humbert uit de erfenis van Godschalk van Zutphen hij is daarmee de stamvader van het graafschap Lohn.

Na het uiteenvallen van het graafschap Hamaland deelden de graven van Lohn mogelijk mee in de erfenis. Zij verwierven veel allodiale goederen in de graafschap Zutphen en Munsterland. De gebieden Aalten, Bredevoort, Dinxperlo, Hengelo, Neede, Silvolde, Stadtlohn, Südlohn, Varsseveld, en Zelhem maakten deel uit van het graafschap. Volgens sommige bronnen behoorden ook Groenlo, Eibergen, Geesteren daar oorspronkelijk bij.
De eerste schriftelijk vermelding stamt uit 1086 als er sprake is van een ridder Gerardus de Lon. Als dan 45 jaar later bisschop Werner van Steußlingen tussen het jaar 1131 en 1151 een slot laat bouwen in het dorp Lohn blijkt dat de edelman Godeschalcus de Lon het kasteel onder zijn beheer kreeg. Na de dood van bisschop Werner ontstond een strijd tussen zijn opvolger bisschop Frederik II van Are en Godeschalcus de Lon. Volgens Frederik behoorde het kasteel aan het Bisdom Münster, en was ook gebouwd ter bescherming van dit gebied. In 1152 komt het tot een verdrag. Volgens Godeschalcus was hij samen met Werner van Steußlingen mede beleend aan het kasteel maar was gedwongen te bekennen dat hij het kasteel onrechtmatig onder zijn beheer had gebracht. Onder voorwaarde dat Godeschalcus burgvoogd van het kasteel zou worden. De rechtsgebieden zou hij net als andere vrijgraven namens de bisschop bedienen. Godeschalcus behield echter het slot en zijn graafschap en liet in 1167 dan ook het Kasteel Bredevoort bouwen. Het graafschap Lohn lag ingeklemd tussen Münster en Gelre, en werd een speelbal tussen de twee machten. Uiteindelijk konden de graven van Lohn zich niet meer handhaven, en verviel het gebied in 150 jaar tijd aan de graaf van Gelre, de Heren van Borculo, de Heren van Wisch en het Bisdom Münster.
De kinderen van Gerard en Irmgard:
- onbekend, gestorven op driejarige leeftijd
- Godschalk I van Lohn
- Salomé van Zutphen
Godschalk I van Lohn
(ca. 1086-1110) was graaf van het graafschap Lohn van 1107 tot zijn dood in 1110. Van 1096 tot en met 1099 nam Godschalk deel aan de kruistocht die in het bijzonder door ridders uit Neder-Lotharingen werd ondersteund.
De naam van zijn vrouw is onbekend, Godschalk kreeg vier kinderen.
- Gerhard II
- Godschalk van Varsseveld
- Alard van Wesenthorst
- Wennemar van Didam
Gerhard II van Lohn
(1110-1152) was graaf van het graafschap Lohn van 1128 tot zijn dood in 1152. Hij was een zoon van Godschalk I van Lohn. De naam van zijn vrouw is onbekend, maar een connectie met Hendrik I van Borculo betreft een onbewezen relatie en is slechts een onderzoeksrichting.
Gerhard kreeg vier kinderen:
- Godschalk II van Lohn
- Hendrik I van Borculo
- Gerhard van Lohn
- Geertruid van Lohn
Geertruid van Lohn
Geertruid was weduwe van een heer van Ahaus. Haar tweede huwelijk was met Wilhelm I van Bronckhorst. Wilhelm was vermoedelijk heer van Bronckhorst, hoewel hij nooit als zodanig wordt vermeld.
Het paar krijgt drie kinderen:
- Helena.
- Gijsbert (III)
- Hendrik
