Dirk III’s vrouw Othelhilde stamde van een oud adellijk geslacht uit Hamaland en Saksen. Haar moeder was een buitenechtelijke dochter van de heilig verklaarde Vladimir van Kiev.
Hamaland
Hamaland was een graafschap van het Karolingische Rijk, later aangeduid als een gouw. De naam verschijnt in de 9e eeuw voor het eerst in geschreven bronnen, en wordt ook wel in verband gebracht met de Germaanse stam der Chamaven, die voor het laatst tegen het einde van de 4e eeuw in laat-Romeinse bronnen voorkomt. Er zit tussen de beschrijving van de Chamaven en het verschijnen van de naam Hamaland echter een gat van ruim vier eeuwen, waarin ook de Grote Volksverhuizing heeft plaatsgevonden. Het is bekend dat de Karolingen waar mogelijk gebruik hebben gemaakt van bestaande structuren, maar of Hamaland al dan niet zijn wortels heeft in de periode van de Chamaven, valt dus niet zonder voorbehoud te beweren.

Het graafschap strekte zich uit over beide oevers van de IJssel, van iets benoorden Deventer naar het zuiden. Het gebied op de westelijke IJsseloever vormde een betrekkelijk smalle strook langs de rivier. De westgrens kruiste de Rijn ongeveer bij Velp, pakte het uiterste oosten van de Betuwe mee om daarna de Rijn te volgen tot iets bezuiden Emmerik. Vandaar liep de oostgrens van Hamaland parallel met die tussen het Sticht Utrecht en het Prinsbisdom Münster, zoals die sinds het einde van de 8e eeuw waren getrokken en tot in de 16e eeuw zouden blijven bestaan. Hamaland kreeg daardoor twee uitstulpingen naar het oosten, de ene tot voorbij Lochem en de andere tot en met Doetinchem. Tussen die twee uitstulpingen versmalde het en bereikte zijn kleinste breedte ter hoogte van Steenderen op de oostelijke en Eerbeek op de westelijke IJsseloever. De opvatting dat Hamaland westwaarts ooit eens de Veluwe en Flethite heeft omvat, berust op mislezing van een oorkonde van 855, terwijl de gedachte dat Hamaland zich oostwaarts tot in het Münsterland zou hebben uitgestrekt, teruggaat op een veel te ruime interpretatie van een 12e-eeuwse kroniektekst.
Het graafschap Hamaland in zijn hierboven gegeven omvang omvatte de oudere gouw Islo/Hisloa, de IJsselgouw, in het noorden en de gouw Leomericke, de Liemers, in het zuiden. Niet ongebruikelijk in de rijksorganisatie van de Karolingen werden twee gouwen in één bestuurlijk district, een graafschap, samengebracht.
De graven van Hamaland behoorden in de 9e en 10e eeuw tot het geslacht van de Meginharden. In het jaar 800 was een graaf Wrachari grondeigenaar te Wichmond in de IJsselgouw. Vermoedelijk dezelfde Wrachari, toen nog geen graaf, werd daar al in 794 genoemd. Hij was de zoon van een zekere Brunhari en had zelf een zoon, Meginhard I, welke naam later nog enkele keren voorkomt in het Hamalandse gravenhuis. Vanwege de naam Meginhard wordt dat gravenhuis ook wel aangeduid als de Meginharden, maar ook de naam ‘Brunharingen’ naar Wrachari’s vader is wel gebruikt.
In de al eerder genoemde oorkonde van 855 blijkt de Billunger Wichman I (*?-ca 860) graaf in Hamaland te zijn, mogelijk als zoon van Meginhard I.
Wichman II
Wichman II “de jongere” is een zoon van Wichman I “de oudere” van Hamaland (*?-ca 860). Wichman I van Hamaland had ook een zoon Meginhard II (*?-voor 880). Mogelijk is Wichman I van Hamaland een zoon van Meginhard I, die in 794 getuige was voor zijn vader graaf Wrachari in Wichmond.
Wichman (of Wigman) stamt uit een aanzienlijk gravengeslacht, dat in de literatuur bekend staat als de pre-Billungers. Dit doet een afkomst uit Saksen vermoeden, want de Billungers leveren sinds 936 in een ononderbroken mannelijke linie tot 1105 de hertogen van Saksen. Zijn moeder was hoogstwaarschijnlijk een zus van koningin Mathilde, de vrouw van koning Hendrik I. Zo was Wichman een getrouwde neef van Hendrik I en een neef van keizer Otto I. Wichman II werd bekend als de “rebel van het Ottonische rijk”.
De naam ‘Wichman’ is bij de Billungers gereserveerd voor de oudste zoon. Overigens is de naam ‘Billungers’ voor deze familie ongelukkig, want waarschijnlijk heeft er nooit een stamvader met de naam Billung of Billing bestaan.
Wichman (I) wordt in 811 genoemd als een van de onderhandelaars van Karel I ‘de Grote’ aan de Eider. Geen taak die Karel I aan de eerste de beste zal hebben overgelaten. Hij zal een vertrouweling van Karel I zijn geweest en vast voor zijn diensten met landerijen in Saksen beloond zijn. Wichman (I) is vermoedelijk dezelfde die als graaf UUithmannus wordt genoemd, wanneer hij in 825 tien hoeves in Wetigouw (noordoostelijk van Paderborn gelegen) aan de abdij van Corvey schenkt. Als eerste getuige bij deze gebeurtenis treedt Herman op. Mogelijk is deze Herman een broer van Wichman (I). De naam Herman komt veel in combinatie met de naam Wichman in de familie voor.

Volgens historica J.M. van Winter kreeg bij de magenscheid (boedelscheiding) van Wichman I :
- Meginhard II de goederen en rechten in Gelderland, Overijssel en Drente, hij volgde zijn vader dus op als oudste zoon in de grafelijkheid in Hamaland en Oost-Frankische graafschappen.
- Wichman II kreeg de goederen en rechten in Westfalen en Oost-Friesland, dus het Lotharinger graafschap in Frisia tussen Lauwers en Eems, en goederen in Oost-Francië.
Wichman II was gehuwd met een kleindochter van Egbert van Saksen en Ida van Herzfeld. zij kregen een zoon:
- Egbert
Aangenomen wordt dat Wichman II in 880 sneuvelde tijdens een bloedige slag van Saksische graven tegen de Denen in het beneden-Elbegebied.
Egbert van Billung
Graaf en markgraaf Egbert van Billung (*ca 865-932?) is een zoon van Wichman II (*?-880). Egbert van Billung, graaf in Wetigouw, kreeg in 892 van koning Arnulf 66 koninklijke hoeven in de graafschappen tussen de Leine en de boven-Wezer en in Bardengouw, aan de Elbe, een kerngebied van de latere Billungers. Egbert kreeg deze gift omdat hij Arnulf had geholpen in diens strijd tegen de Moraven.
Egbert is voor 905 getrouwd met Frederunda Hildeburg. Zij kregen twee kinderen:
- Wichmann (de oude) van Engern
- Amelang van Saksen
In 910 scheidde Egbert van van Frederunda en trouwde hij met Ermengard van Nantes, met wie hij nog een zoon kreeg:
Hermann van Billung, van Saksen
Geboren rond 910 in Lünenburg (D), overleden op 27 maart 973 in Quedinburg (D). Herman was Hertog van Saksen. Hij was een van de belangrijkste vazallen van Otto I de Grote. In 936 werd hij wegens zijn verdiensten in de onderwerping van de Redariërs door Otto aangesteld tot markgraaf van de Redariërs, Abodriten, Wagriërs en Denen. In die functie onderwierp hij de Slaven aan de Oder.

In 940 was hij graaf van de Wetigau. In 953 benoemde Otto hem tot zijn plaatsvervanger in Saksen, waardoor hij de rol van hertog kreeg, maar niet de titel had. In die hoedanigheid onderdrukte hij een opstand van zijn neven Wichman II en Egbert Eénoog, die zich verbonden hadden met Otto’s opstandige zoon Liudolf van Zwaben en de Slaven. Otto gaf hem in 955 de graafschappen Tilithigau en Marstengau, en in 956 werd hij tot markgraaf benoemd.
Op 19 oktober 955 versloeg hij de Abodriten waar zijn neven onderdak hadden gevonden in de slag bij de Recknitz: de legers waren gescheiden door de rivier en konden elkaar niet aanvallen totdat het leger van Herman verderop een oversteekplaats vond en zo de Abodriten kon verrassen. In 961 en 965 werd hij opnieuw tot plaatsvervanger (procurator) van Otto in Saksen benoemd, tijdens Italiaanse reizen van Otto. Nu kwam hij in conflict met de graven van Werl en Stade, en versloeg in 962 de Polen.

In 968 werd Herman door de aartsbisschop van Maagdenburg ontvangen met de eerbewijzen die alleen de koning toekwamen, waarna de bisschop door Otto werd bestraft.
Billung had eigen bezittingen rond Lüneburg. Hij was stichter en voogd van het Sint Michaelsklooster te Lüneburg, hier werd hij ook begraven. De begrafenis had nogal wat voeten in de aarde omdat Herman bij zijn dood blijkbaar nog geëxcommuniceerd was en de bisschop van Verden hem daarom niet in de kerk wilde begraven.
Hij is rond 928 getrouwd met Oda van Saksen. Zij kregen vier kinderen:
- Bernard I van Saksen
- Liudger van Saksen
- Mathildis van Saksen Billung, zij trouwde met Boudewijn III van Vlaanderen en zij werden in een andere stamreeks ook directe voorouders van Hendrik Zwart uit Enkhuizen.
- Imma II, vaak aangeduid als de dochter van Hermann, abdis van het kanunnikessenklooster van Herford , wordt genoemd in een document van Otto III. aangeduid als de dochter van Bernhard I

Als stammoeder van de hertogelijke lijn van de familie Billung is zij een van de stamouders van vrijwel alle Europese konings- en prinsenhuizen. Er is geen document waarin Oda wordt genoemd, maar er zijn slechts drie, mogelijk vier, overlijdensberichten . Omdat in de kroniek in de necrologie van de St. Michael-kerk in Lüneburg uit de 13e eeuw melding wordt gemaakt van een huwelijk tussen Hermann Billung en een zekere Hildegard , werd Oda eeuwenlang door onderzoekers over het hoofd gezien. Het Billung- tweeluik uit 1071/85 , dat ook in de codex is opgenomen, begint met Hermannus dux en Ode com. ( commissie ). Maar pas in 1951 stelde Ruth Bork de vraag of Oda niet de vrouw van Hermann Billung zou kunnen zijn.

In de overlijdensadvertentie van Lüneburg zijn drie vermeldingen van een gravin -ode of -oda te vinden. Geen van hen is voorzien van een kruis, zoals gebruikelijk is bij leden van de hertogelijke familie en de abten van het klooster. De eerste vermelding voor 15 maart is: O. Ode com. In 1984 verwees Gerd Althoff naar de overlijdensadvertentie van Xanten , waar Ode op dezelfde dag als echtgenote van hertog Hermann wordt vermeld.
In het tweeluik wordt gravin Oda gevolgd door Hildesuith com. Daarom wordt aangenomen dat de laatste ofwel de tweede vrouw van Hermann Billung is, ofwel de vroeg overleden vrouw van zijn zoon Bernard I.
Bernard I van Saksen Billung
Geboren geboren in het jaar 945. Hij is overleden op 9 februari 1011 in Corvey (D), hij was toen 66 jaar oud. Hij werd ook Benno of Bruno genoemd. In 973 volgde hij zijn vader op als hertog van Saksen. Hij sloeg in 974, 983 en 994 Deense aanvallen op Saksen af. Zijn steun voor Otto III was beslissend voor diens koningskeuze in 983.

Bernard was maarschalk van de rijksdag in Quedlinburg van 986. Hij nam deel aan de veldtochten van 991 en 995 tegen de Slaven. Bernard vergrootte zijn eigen bezittingen, vooral rond de Wezer. In 1001 was hij bij de koning in Ravenna. In 1002 huldigde hij namens de Saksische stam koning Hendrik II, nadat die de rechten van de Saksen had bevestigd. Bernard had conflicten met de graven van Stade en de aartsbisschoppen van Bremen. Hij had de grafelijke rechten in het grootste deel van Saksen en bezat vele voogdijen.

Hij is rond 973 getrouwd met Hildegard van Stade. Hun kinderen waren:
Het echtpaar is in 992 gescheiden.
Rond het jaar 1000 trouwde Bernard met Vladimirova, een buitenechtelijke dochter van Vladimir van Kiev.

Zij was daardoor de halfzuster van Yaroslav ‘de Wijze’ van Kiev, een andere directe voorvader van Hendrik Zwart uit Enkhuizen. Vladimirovais waarschijnlijk niet haar echte voornaam. Het betekent ‘dochter van Vladimir’. Vladimir had meerdere vrouwen en concubines.
Bernhard en Vladimirova kregen de volgende kinderen:
- Thietbergis (-1018), geestelijke in Quedlinburg.
- Bernard II
- Othelindis, begraven te Quedlinburg, gehuwd met Dirk III van Holland
Othelhilde van Saksen Billung
(ca. 985 – Quedlinburg, 9 maart 1043). Zij werd Othilde genoemd. Haar vader was Bernard I van Brandenburg, de markgraaf van de Nordmark. Zij trouwde met Dirk III van West Frisia.

Uit het huwelijk van Dirk met Othelhilde werden vier kinderen geboren:
- Dirk IV
- Floris I
- Bertrada, die trouwde met Diederik I van Katlenburg
- Swanhilde, die trouwde met Emmo van Loon
Haar nicht Geertruida van Saksen (de dochter van haar broer Bernard II) trouwde met haar zoon Floris I.
Dirk III overleed op 27 mei 1039. Uit het graafschap West-Frisia dat hij bestuurde, zou later het graafschap Holland ontstaan – de term ‘Holland werd in 1101 voor het eerst gebruikt -, waarvoor Dirk III dus de eerste aanzetten had gegeven. Hij werd als graaf opgevolgd door zijn zoon Dirk IV (ca.1027-1049). Othilde keerde na de dood van haar man terug naar de Nordmark waar zij op 31 maart 1044 in klooster Quadlimburg is overleden.