Graaf Arnulf van Gent was de vader van graaf Dirk III, maar ook zonder zijn tweede zoon Siphridus (Siegfried) had Hendrik Zwart uit Enkhuizen niet bestaan en daarmee Adrianus en de Krommenieër familie Zwart niet.
Siphridus (Sifried) van Teylingen van Holland
Geboren rond 985. Zijn roepnaam was Sicco. Hij is overleden op 6 juni 1030, hij was toen 45 jaar oud. Hij is begraven in Egmond, Noord-Holland.
Sifried ontmoette zijn toekomstige echtgenote Thetburga van Staveren in Kastrichem (Castricum). Sifried was de jongere broer van Dirk III, en de zoon van Arnulf van Gent en Lutgardis van Luxemburg. Sicco had ruzie met zijn broer en vluchtte daarom naar Kennemerland. Daar ontmoette hij Thetburga. Sicco werd verliefd op haar en ze trouwden. Het huwelijk tussen Thetburga en Sicco gebeurde in het geniep. De broer van Sicco, graaf Dirk van Holland, wist van niets en was daar uiteraard boos over geworden. De toch al gespannen verhoudingen tussen beide broers werden hierdoor nog verder onder druk gezet. Sicco krijgt niet zozeer het verwijt van z`n `minnarijen`, ofwel vreemdgaan. Veel graven kregen syphilis. Door de lange incubatietijd kwam men waarschijnlijk niet op het idee dat de ziekte sexueel overdraagbaar is. Als hoofdreden wordt echter het grote standsverschil gegeven. Thetburga was een dochter van de zesde Friese potestaat (een door Karel de Grote in het leven geroepen titel voor een Friese legeraanvoerder) Gozewijn (Gosse) van Staveren. Uiteindelijk werd het geschil bijgelegd.

Sifried werd heer van Teylingen, een kleine gebied in het huidige Zuid Holland. Hij en Thetburga kregen tenminste één zoon: Simon.

Simon Sifridszoon van Teylingen
Geboren rond 1006 in Buren, Gelderland, overleden op 11 juni 1063. Hij was getrouwd met Aleida Jansdochter van Altena.
Simon was de eerste bewoner van Kasteel (oud) Teylingen. Niet te verwarren met het latere Slot Teylingen in Voorhout.

Simon en Aleida kregen twee kinderen:
- Sifrid Simonsz van Brederode van Teylingen
- Gerard I van Teylingen
Gerard I van Teylingen
Geboren circa 1041, overleden circa 1100. Hij was gehuwd met Johanna Jansdr van Arkel.
Uit dit huwelijk: Gerrit
Gerrit (Gerhard) van Teylingen
Geboren circa 1100 te Teijlingen, overleden 1164 te Teijlingen. Hij was gehuwd met Cunegonde van der Lecke geboren .
Uit dit huwelijk:
- Hugo Gerritsz
- Gisela Gerritsdr (Rysela), geboren circa 1131, overleden 1173.
De eerste keer dat Teylingen in de oorkonden wordt genoemd is in een lijst met goederen van de Dom te Utrecht. Deze lijst werd waarschijnlijk rond 948 opgesteld. Verondersteld wordt dat de lijst een opsomming geeft van de bezittingen van de Utrechtse Dom nadat deze ernstig onder de Vikingaanvallen hadden geleden. Tussen Oegstgeest en Limmen maakt deze lijst melding van een plaats genaamd ‘Taglingi’. Dit Taglingi’ zou later verbasterd zijn tot Teylingen.
Na die ene vermelding in de Utrechtse goederenlijst duurt het tot 1143 voordat de naam Teylingen weer in de bronnen opduikt. Het gaat dan niet om een plaats, maar om een eigennaam, van Gerhard van Teylingen om precies te zijn. De Van Teylingens moeten een zeer voorname familie zijn geweest, want ze traden dikwijls op als getuigen van de graaf.
Hugo van Teylingen
Geboren 1130 te Teijlingen, overleden 1172 te Teijlingen. Heer Van Teylingen en Ter Leck.
Gehuwd in 1155 te Teijlingen met Maria Danielsdr van der Merwede, geboren 1135 te Dordrecht, overleden 1183 te Teijlingen, dochter van Heer Daniel Ivan der Merwede en Adelheid van Voorne.
Uit dit huwelijk:
- Willem I van Brederode van Teylingen
- Simon van Teylingen
- Floris van Teylingen
- Willem Huigsz van Teylingen van Brederode

Het kasteel van Teylingen
Het kasteel dat oorspronkelijk bewoond werd door de heren van Teylingen diende ter bescherming van de Rijndijk en de weg naar Haarlem. De heren van Teylingen, verwant aan het grafelijk huis, komen voor het eerst voor in 1143. Het is waarschijnlijk vanwege deze verwantschap dat de Teylingers het kasteel en de omliggende grond van de graaf in leen hadden gekregen. Op 1 januari 1282 sterft de laatste telg van dit geslacht en vervalt het kasteel aan de grafelijkheid.
Het slot kreeg de functie van jachtslot en houtvesterij van de Hollandse graven. De leenman, een bevriende edele, kreeg de titel van houtvester en werd feitelijk een soort ambtenaar. Deze houtvester liet er een kastelein wonen met de verantwoordelijkheid voor het beheer.
De bekendste houtvester was Jacoba van Beieren. Zij was uit de hoogste adellijke kringen afkomstig, maar had door een ongewenst huwelijk met Frank van Borsele haar rechten op de grafelijkheid verspeeld.
Ze overleed op Teylingen in 1436 aan tbc. Jacoba heeft er maar twee jaar gewoond.
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd het slot zwaar beschadigd. Teylingen valt in 1572, tijdens de belegering van Haarlem en Leiden, ten prooi aan de Spanjaarden en werd tot bouwval gereduceerd.
In 1888 werd de inmiddels zwaar verwaarloosde burcht aan het rijk geschonken en was het beheer van het monument vooral gericht op behoud en pas sinds 1933 wordt verder verval door constructieve maatregelen voorkomen.

Willem I van Brederode van Teylingen
Heer van Brederode, geboren circa 1156 te Santpoort, overleden op het slot Brederode op 04 maart 1215 te Santpoort. Bijgenaamd “De Gek”. De naam Brederode verwijst naar een stuk bosgrond (Brede Roede) dat gerooid werd, waarop het kasteel Brederode is gebouwd. Eerst bestond het kasteel slechts uit een woontoren. Rond 1300 werd de toren afgebroken waarna Dirk II van Brederode een vierkant kasteel liet optrekken.

Hij trouwde in 1175 met Agnieze Ottensdr van Bentheim. Uit dit huwelijk:
- Gerard I van Teylingen van Heemskerck
- Arent (Arnold) van Rijswijck van Teylingen
- Dirck Drossaard (Dirck I) van Teylingen van Brederode
- Ridder Willem II van Teylingen, geboren circa 1195, overleden op 04-03-1244. Willem was bezitter van het goed Teijlingen, ridder sins 1223 en in 1198 bij graaf Dirk VII van Holland in dienst. Willem verdedigde in 1204 Rijnland tegen de strijders van de bisschop van Utrecht, aan de zijde van Willem van Holland, gevangen genomen door de graaf van Loon bij Leiden, nadat Willem graaf van holland was geworden bleef Teijlingen hem trouw en was in 1213 te Nijmegen waar keizer Otto IV graaf Willem zijn rijkslenen bevestigde.Na de dood van graaf Willem diende hij zijn opvolger Floris IV onder wiens bewind hij als ridder word vermeld.
- Machteld Willemsdr van Teylingen
- Hugo van Teylingen van Heemskerck
Willem trouwde een tweede keer met Margarete zur Lippe, geboren 1169, overleden 1210. Margarethe was de dochter van Bernhard II Zur Lippe, graaf van het Duitse graafschap Lippe Biesterveld en voorouder van Mietje Visser, de echtgenote van Hendrik Zwart uit Enkhuizen. Willem en Margarethe kregen geen kinderen.

Dirck Drossaard van Teylingen van Brederode
Geboren circa 1180 te Santpoort, op het slot Brederode, overleden 1236. Alias: Dirk /van Theylingen/ Alias: Dirk I /van Brederode/ Stamvader van het geslacht, vermeld in Hollandse oorkonden van 1205 tot 1 231 als miles en nobilis homo, in 1226 vermeld als dapifer (=drossate=spijsdrager, hem was de lichamelijke zorg van de grafelijke hofhouding toevertrouwd, benevens het bestuur over alle voortbrengselen der grafelijke goederen, welke tot doel moesten dienen).
Gehuwd 1224 te Heusden met Alveradis Jansdr (Aleida) van Heusden, geboren 1195 te Heusden, overleden 1234, dochter van Jan I (Baldwin) van Heusden en Alijdis Dirksdr Persijn.
Theodericus de Teylinge), heer van Brederode, eerste (bekende) bekende heer van Brederode, vermeld in Hollandseoorkonden van 1205 tot 123 1 als miles en nobilis homo, in 1226 vermeld als dapifer (=drossate = spijsdrager, hem was de lichamelijke zorg van de grafelijke hofhouding toevertrouwd, benevens het bestuur over alle voortbrengselen der grafelijke goederen, welke tot dit doel moesten dienen).
Uit dit huwelijk:
- Agniese van Brederode (1219-1280)
- Barones Ada Persijn van Crabbenburch (1222-1297)
- Ridder Floris I van Brederode (1225-1306)
- Heer Willem I van Brederode
- Ridder Dirk van Brederode (1228-1279)
- Aleidis van Brederode (1232-1262)
- Catharina van Brederode
- Margriet van Brederode
Floris I van Brederode van Doortoge
Geboren 1225 te Santpoort, op slot Brederode, overleden 1306. Floris was leenman van de graaf van Holland voor het huis te Doortoge met 33 morgen land, in Monsterambacht, en voor de ambachten Zegwaard en Zevenhuizen. Ridder, vermeld tussen 1270 en 1293.
In 1270 worden als bloedverwanten van Jan en Dirk van Heusden genoemd : “viros nobiles, dominos Willelmum et Florencium fratres de Brederode”.
Gehuwd in 1255 met Beatrijs Hugodr van Naaldwijk (1240-1259).
In 1260 trouwde hij met Jutte Nicolaesdr Persijn van Putten, geboren in 1235, overleden in 1270.
Zij kregen de volgende kinderen:
- Dirk van Brederode van de Doortoge 1259-1306
- dochter
- dochter
- Jan van der Doortoghe 1260 -1297
- Floris van de Doortogne ± 1270-1306
- Badeloch van de Doirtoge
Dirck Floriszoon van Brederode van Doortoge
Geboren 1259 Slot Brederode – overleden 1321. Hij was heer van Doortoghe en van Zegwaard en Zevenhuizen.
Dirk in 1290 gehuwd met Ermengarde Hugosdochter van Naaldwijk. Zij kregen twee dochters:
- Margaret van Blankenheim
- Beatrijs van Brederode

Beatrijs Dircksdr. van de Doortoge
Zij is geboren rond 1290 in Naaldwijk en overleden op 11 september 1323. Zij is begraven in Abdijkerk Egmond. Zij trouwde op 1 december 1317 met Wouter II van Egmond. Hij was een zoon van Gerard II van Egmont en Elisabeth van Strijen. Hij volgde zijn kinderloze broer Willem III van Egmont op als heer van Egmond.
Kind(eren):
- Jan I Heer van Egmond ± 1310-1369
- Wouter Woutersz. van Egmond± 1314-????
- Yda Woutersdr. van Egmond± 1317-1366
- Sophia Woutersdr. van Egmond± 1319-????
- Gerrit van Egmond Heer van Doortoge± 1320-± 1395