Éléonore trouwde op haar vijftiende met Louis VII die later koning van Frankrijk werd. Later trouwde zij met koning Henry II van Engeland. Met Koning Louis VII van Frankrijk werd zij de voormoeder van Hendrik Zwart uit Enkhuizen en daarmee ook van diens Krommenieër nakomelingen.
Gerard d’ Auvergne
Gerard van Auvergne (ca. 795 – Fontenoy, 25 juni 841) is stamvader van deze reeks. Zijn afkomst is niet zeker. Gerard was een hoge Frankische edelman. Gerard was een lid van de keizerlijke entourage van keizer Lodewijk de Vrome en verbleef aan het hof. Hij was getrouwd met Rotrude, dochter van keizer Lodewijk de Vrome en Ermengarde van Haspengouw. Na Rotrudes overlijden hertrouwde hij met haar zuster Hildegarde. Lodewijk de Vrome was de zoon van Keizer Karel de Grote.

De broer van Rotrude, Karel de Kale, volgde zijn grootvader en vader op als Keizer en zijn kleindochter Judith werd ook een directe voorouder van Hendrik Zwart. Daarmee komen Karel de Grote en Louis de Vrome in twee stamreeksen van de familie Zwart voor.
Gerard was graaf van Aquitanië en werd in 839 door keizer Lodewijk de Vrome benoemd tot graaf van Auvergne en Poitiers. Hij sneuvelde op 25 juni 841 in de Slag bij Fontenoy (841). Na zijn dood werd Hildegarde abdis van de Abdij van Onze Lieve Vrouwe en van Sint-Jan te Laon.
Gerard en Rotrude hadden drie kinderen:
- Ranulf I van Aquitanië
- Gerard, graaf van de Limousin, overleden voor 879.
- dochter, getrouwd met Fulco van Limoges
Met Hildegarde kreeg Gerard geen kinderen.

Ranulf I d’ Aquitaine
(ca. 820 – Brissarthe, 19 oktober 866) Ranulf was hertog van Aquitanië. Ranulf was de zoon van Gerard van Auvergne en van Rotrude, dochter van keizer Lodewijk de Vrome en Ermengarde van Haspengouw. In zijn eerste huwelijk was Ranulf getrouwd met Aiga, die al twee keer getrouwd was geweest, met een graaf Immo en met Rudolf van Turenne. In zijn tweede huwelijk trouwde Ranulf met Bilchildis van Maine (geb. ca. 830), die in haar eerste huwelijk met Bernard van Poitiers getrouwd was geweest.

Ranulf was vader van:
- Ebalus, 881 abt van St Germain, 886 abt van St Denis, 888 kanselier van Odo I van Frankrijk, 889 abt van Saint-Hilaire te Poitiers, verloor zijn functies in 892 toen de koning in conflict kwam met zijn familie en Ebalus de kant van zijn familie koos, gesneuveld op 2 oktober 892.
- Ranulf II van Poitiers
- Gauzbert van Poitiers, eind 892 gesneuveld tegen Odo I van Frankrijk
Ranulf II de Poitiers
(ca. 850 – 5 augustus 890) was een praktisch onafhankelijke hertog van Aquitanië. In 868 werd hij door de opstandige Bernhard van Septimanië uit Poitou verjaagd en vluchtte hij met zijn broers naar Lodewijk de Stamelaar die toen koning van Aquitanië was. Pas in 878 wist hij Poitou weer terug te krijgen. Ranulf gaf op zijn beurt Lodewijks zoon Karel de Eenvoudige een veilig onderdak en zorgde voor zijn opvoeding. In 882 leverde hij strijd tegen de Vikingen bij Brillac en werd verslagen.

Ranulf werd in 887 benoemd tot hertog van Aquitanië. Hij steunde Guido van Spoleto in zijn poging om koning van West-Francië te worden. Toen Odo I van Frankrijk koning was geworden weigerde Ranulf hem te erkennen, en riep zichzelf uit tot koning van Aquitanië. Hij creëerde een stelsel van burggraafschappen om zijn gebied te kunnen verdedigen. In 889 probeerde Odo om Ranulf door een veldtocht te onderwerpen maar Ranulf wist deze aanval af slaan. Ranulf stierf op 5 augustus 890 volgens sommige bronnen in gevecht met de Vikingen, volgens andere bronnen omdat hij vergiftigd was in opdracht van Odo.
Ranulf was gehuwd met Ermengarde maar zijn zoon Ebalus Manzer was geboren uit een buitenechtelijke relatie met een onbekende vrouw. Ebalus´ bijnaam Manzer heeft aanleiding gegeven tot speculatie onder genealogen. Manzer is een bijnaam die in Zuid–Frankrijk nog een enkele keer voorkomt, en steeds bij een bastaard. Het woord heeft echter geen betekenis in een lokale taal van die tijd, maar wel in het Hebreeuws waar het bastaard zou betekenen. Hieraan wordt soms de speculatieve conclusies verbonden dat Ebalus moeder van Joodse afkomst zou zijn.
Ebalus d’ Aquitaine
(ca. 873 – ca. 935) werd in 890 graaf van Poitiers en hertog van Aquitanië als opvolger van zijn vader Ranulf II van Poitiers, maar raakte in 892 zijn bezittingen kwijt aan Aymar van Angoulême die hem verdreef met hulp van Odo I van Frankrijk. Hij vond in 893 zijn toevlucht bij Geraldus van Aurillac en verbond zich daarna met Willem de Vrome van Auvergne, die in die periode de feitelijke heerschappij over Aquitanië verwierf.

In 902 veroverde Ebalus Poitou met een leger van Willem, en werd als graaf erkend door Karel de Eenvoudige met wie hij als kind was opgegroeid. Hij reorganiseerde het bestuur en gaf functies als lekenabt en burggraaf aan vertrouwde vazallen. In 904 veroverde hij ook Limousin en in 911 was Ebalus een van de aanvoerders bij de overwinning op de Vikingen bij Chartres. Toen in 927 de zoons van Willem de Vrome kinderloos overleden, benoemde de laatste Ebalus tot erfgenaam. Na diens overlijden werd hij hertog van Aquitanië, graaf van Berry, van Auvergne en Velay, en lekenabt van Saint-Hilaire.
Koning Rudolf I van Frankrijk ontnam Ebalus in 929 de heerschappij over Berry. In 932 gaf Rudolf bovendien de titels van Aquitanië en Auvergne aan de graaf van Toulouse, en maakte van de Marche (tussen Limousin en Poitou) een onafhankelijk graafschap.
Ebalus was in 891 gehuwd met Aremburgis en voor februari 911 met Emiliana. Ebalus en Emiliana waren ouders van:
- Guilaume (Willem) III (900-963), hertog van Aquitanië
- Ebalus, bisschop van Limoges (- Saint-Michel-en-l’Herm, 26 februari 977). Abt van Saint Maxent en Saint Hilaire, 944 bisschop van Limoges, trad in 963 terug en werd abt van Saint-Michel-en-l’Herm. Hij werd gevangengenomen en zijn ogen werden uitgestoken door graaf Eli I van Périgord.
Guillaume III d’ Aquitaine
(ca. 910 – Saint-Maixent-l’École, 3 april 963), bijgenaamd “Vlashoofd” (Latijn: Caput stupae; omdat hij lichtblond haar had) of “de Vrome“. Hij werd graaf van Poitiers, als Willem I, in opvolging van zijn vader, en vanaf 935, hertog van Aquitanië, als Willem III.

In 935 volgde hij zijn vader op als graaf van Poitiers en eiste ook de titel van hertog van Aquitanië op. Die titel bleef echter in handen van de graaf van Toulouse. In 936 moest hij onder druk van Lodewijk IV van Frankrijk zelfs ook zijn bezittingen in Poitiers opgeven, ten gunste van Hugo de Grote. In jaren daarna vocht Willem voor Lodewijk tegen Hugo, onder andere in de verloren slag bij Laon. Toen in 942 een vrede werd bemiddeld tussen Lodewijk en Hugo, huldigde Willem Lodewijk als zijn koning en kreeg daarvoor Poitiers terug, en de functie van lekenabt van Saint-Hilaire-le-Grand.
In 950 kwam hij weer in aanvaring met de koning die Hugo had benoemd tot hertog van Aquitanië. Lodewijk en Hugo probeerden Aquitanië te veroveren maar werden door Willem verslagen. In 955 werd hij graaf van Auvergne en van Limoges. Willem veroverde Vitry-sur-Loire op de graven van Anjou. Koning Lotharius en Hugo probeerden dat jaar Poitiers te veroveren wat mislukte, hoewel Willem wel in een veldslag werd verslagen (zie beleg van Poitiers (955)). Na de dood van Hugo werd die opgevolgd door de minderjarige Hugo Capet. Die was niet in staat om de aanspraken op het hertogdom door te zetten, en doordat Willem zich verzoende met Lotharius ontstond een periode van rust. Vanaf 959 had Willem de titel van graaf van het hertogdom van Aquitanië, in 962 werd hij formeel hertog van Aquitanië. Samen met zijn vrouw deed hij in 963 nog een schenking aan de abdij van Cluny. Willem is de oprichter van de hertogelijke bibliotheek in zijn paleis te Poitiers. Willem is begraven in de abdij van Saint-Cyprien.
Hij huwde met Gerloc (917 – na 969), dochter van Rollo van Normandië.
Omdat Rollo een broer van de beroemde Vikingleider Ragnar Lothbrok was, was Gerloc daarmee het nichtje van een voorouder uit een andere stamreeks die naar de Krommenieër familie Zwart leidt.
Willem had bij Gerloc twee kinderen:
- Guillaume (Willem) IV (935 – 993)
- Adelheid (952-1004), gehuwd met Hugo Capet.
Voor haar huwelijk liet Gerloc zich dopen en nam de naam Adela aan. Zij kreeg in 962 van koning Lotharius de bezittingen terug die Willem in 936 aan Hugo de Grote had moeten afstaan, om daar een klooster voor de heilige drie-eenheid te stichten.
Guillaume IV d’ Aquitaine
(937 – 3 februari 995), bijgenaamd “Fierebras” (“IJzeren Arm”). Deze Guillaume was hertog van Aquitanië, als Willem IV en graaf van Poitou als Willem II.

Nadat zijn vader Willem III van Aquitanië in 963 afstand had gedaan van zijn functies, volgde Willem hem op als hertog van Aquitanië, graaf van Poitiers en lekenabt van Saint-Hilaire te Poitiers. Hij wist Godfried I van Anjou te verslaan die probeerde gebieden in Poitou te veroveren. In 971 deed hij een schenking aan Saint-Jean te Angély voor het zielenheil van zijn moeder.
Willem regeerde in een lange periode van voorspoed en vrede. Hij was een liefhebber van de jacht en had een groot aantal minnaressen. Zijn vrouw Emma van Blois weigerde dat te accepteren. Zij hadden grote ruzies, Emma nam wraak op Willems minnaressen en verliet hem uiteindelijk in 976. Kort daarna kreeg Willem last van zijn gezondheid. Hij werd genezen door Madelmus, een Italiaanse geneesheer. Madelmus werd door Willem rijkelijk beloond en had enige tijd grote invloed op hem. Dat er verder weinig van Willem bekend is, heeft vermoedelijk een oorzaak in spanningen met de geestelijkheid door zijn privéleven.
In 988 probeerde de nieuwe koning Hugo Capet Aquitanië op te eisen. Het hertogdom was door koning Lotharius van Frankrijk namelijk eens aan Hugo toegezegd. Willem wist Hugo echter te verslaan bij de Loire. Emma en Willem verzoenden zich, en als gevolg daarvan werden Willems minnaressen verbannen. Willem en Emma werden zeer religieus en deden een groot aantal schenkingen, waaronder de stichting van de abdij van Maillezais. Willem bleef weigeren om Hugo als koning te erkennen en noemde zichzelf soms koning van Aquitanië. In 991 verliet Emma Willem opnieuw. Willem deed in 993 afstand van zijn functies en ging wonen in de abdij van Saint-Cyprien te Poitiers. Op zijn doodsbed werd hij monnik in de abdij van Saint-Maixaint te Poitiers waar hij ook is begraven.
Hij trouwde in 968 met Emma, dochter van Theobald I van Blois en Liutgard van Vermandois, en werd vader van
- Guilaume (Willem) V
- Ebalus, die alleen één keer in 997 in een akte wordt vermeld.
Guillaume V d’ Aquitaine
(969 – Maillezais, 31 januari 1030), bijgenaamd de Grote, was hertog van Aquitanië, als graaf van Poitou was hij Willem III. Willem werd opgevoed door zijn moeder, na de scheiding van zijn ouders. In 988 keerde hij terug naar Poitou en deed in 992 een schenking aan de abdij van Saint-Maixent. Toen zijn vader afstand deed in 993, werd Willem hertog van Aquitanië, graaf van Poitou en lekenabt van de abdij van Saint-Hilaire te Poitiers.

Willem had gestudeerd en was een vrome vorst, die een vredelievend bestuur voerde en ernaar streefde conflicten diplomatiek of juridisch op te lossen. Hij had een goede verstandhouding met keizer Hendrik II en wisselde geschenken met hem uit.
Militair was hij echter niet succesvol. Hij moest een beroep doen op Robert II van Frankrijk om zijn vazal Boso II, graaf van La Marche, te bedwingen en dat mislukte ook nog. Hij werd verslagen door Fulco III van Anjou, en moest daardoor Loudun en Mirebeau opgeven. Ook de Vikingen versloegen hem in 1006. Ten slotte gaf hij Confolens, Ruffec en Chabanais af aan zijn vazal Willem III van Angoulême.
Toen na het overlijden van keizer Hendrik II de Heilige Italiaanse edelen in 1024-1025 onder leiding van Manfred II Olderik van Turijn in Frankrijk een koning zochten, kozen zij Hugo, de zoon van koning Robert. Maar door het verzet van Robert kon dit niet doorgaan en toen boden ze Willem de keizerskroon van het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie aan. Willem trok naar Italië om het eervolle voorstel te bespreken, maar weigerde voor hem en zijn zoon vanwege de ondoorzichtigheid van de Italiaanse politieke situatie, de eindeloze intriges en het onbedwingbare geharrewar van de rijke Noord-Italiaanse steden. Dit roerige gebied maakte deel uit van het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie. De heerschappij over een politiek wespennest als het Duiste rijk kon hem niet bekoren.
Willem ondersteunde de invoering van de Godsvrede. Hij voerde een actieve correspondentie met grote kerkleiders, wetenschappers en machthebbers. Willem stichtte een kathedraalschool in Poitiers, verzamelde manuscripten en stichtte een bibliotheek. Hij herbouwde de kathedraal van Poitiers. Willems hof in Poitiers werd in West-Europa diep gerespecteerd om de hoffelijke omgangsvormen die er golden. Het hof werd een leerschool waar grote heren hun zonen naar toe stuurden om er ‘hoffelijk’ en ‘ridderlijk’ gedrag te leren.
Willem stichtte de abdijen van Maillezais (1010) en Borgeuil. Ieder jaar maakte hij een pelgrimsreis naar Rome (Italië) of Compostela (Spanje). In 1029 trad Willem af en werd monnik in het klooster van Maillezais.
Willem was drie maal getrouwd:
- ca. 997 Adalmode van Limoges, dochter van Géraud, burggraaf van Auvergne, weduwe van Audebert I graaf van La Marche en Périgord.
- Willem VI (1004-1038)
- Adelheid (ovl. na 1033)
- 1011, voor 10 maart, Brisca (Sancha) van Gascogne, dochter van Sancho Willem, hertog van Gascogne.
- Otto (1012-1039)
- Theobald, jong overleden
- 1019 Agnes van Mâcon, dochter van Otto Willem van Bourgondië
- Pieter, die als hertog de naam Willem VII koos
- Guy, die als hertog de naam Willem VIII koos
- Agnes van Poitou
- Beatrix (ovl. 1109), die huwde met graaf Raymond I van Melgeuil.
Guy d’ Aquitaine
Willem VIII van Aquitanië (1023 – Chizé, 25 september 1086) was de tweede zoon van Willem V van Aquitanië en diens derde echtgenote Agnes van Mâcon. Oorspronkelijk heette hij Godfried (soms ook Guy genoemd). Hij volgde zijn broer Pieter, die zich Willem VII noemde, op als hertog in Aquitanië en nam daarbij de naam Willem aan. Als graaf van Poitiers was hij Willem VI.
Onder zijn broer Willem VII had Willem VIII al een aandeel in het bestuur. In 1039 werd hij hertog van Gascogne onder zijn broer, en in 1044 ook graaf van Bordeaux en Agen. In 1052 volgde hij zijn overleden broer op, die alleen dochters had. Willem voerde een politiek die was gebaseerd op bondgenootschap met de christelijke Spaanse koninkrijken. Ook gaf hij grote schenkingen aan een aantal kloosters. In 1060 moest Willem Bordeaux verdedigen tegen graaf Willem IV van Toulouse. Willem verwierf in 1062 Saintes en de Saintonge en stelde daar een provoost aan. In 1063 onderwierp hij de graaf van Armagnac en leidde hij de Franse en Italiaanse toepen die in een kruistocht Barbastro veroverden op de Moren. Willem stelde in 1075 Pierre Bridier aan als Seneschalk in voor het hertogdom Aquitanië.
Zijn derde vrouw, Hildegarde, was een nicht in de vierde graad. Paus Gregorius VII eiste hun scheiding, maar stond een vrijstelling toe nadat Willem zijn zaak in Rome had bepleit. Dit betekende dat hun zoons een wettige status kregen. Willem VIII liet als dank in Poitiers een abdij bouwen, gewijd aan Sint Jan de Evangelist droeg die over aan Cluny. Willem is in deze abdij begraven.
Willem was gehuwd met:
- Anna (-1058), dochter van graaf Adelbert II van Périgord en weduwe van graaf Odo van Bordeaux. Zij kregen een dochter:
- Agnes (1052-1077), in 1069 gehuwd met Alfonso VI van Castilië (1036-1109)
- Mathilde (-1069), dochter van graaf Bernard van Périgord, in 1068 verstoten wegens onvruchtbaarheid
- Hildegarde. Willem en Hildegarde kregen de volgende kinderen:
- Willem IX (1071-1126)
- Hugo (1075 – na 1126)
- Agnes (-1097), in 1096 gehuwd met Peter I van Aragón (1069-1104).
- mogelijk Beatrix (1075-1110), in 1108 gehuwd met Alfonso VI van Castilië-León (1036-1109)
Guilaume IX d’ Aquitaine
Willem IX (22 oktober 1071 – Chizé, 10 februari 1126) bijgenaamd de Troubadour of de Jonge, wordt beschouwd als een van de belangrijke voorbeelden van dichters en zangers uit de riddercultuur van de latere middeleeuwen.

Willem werd, geheel volgens de familietraditie, voor een uitstekende opleiding naar een van de onderwijsinstellingen van Poitiers gestuurd, waarschijnlijk de school die aan de domkerk was verbonden. Het onderwijs werd er in het Latijn gegeven en het lesprogramma was nog hoofdzakelijk afkomstig van Alcuinus. Er waren nog sporen van het onderwijs uit het late Romeinse keizerrijk, dat veel aandacht aan welsprekendheid besteedde. De kunst van het fraai en boeiend spreken had zich gaandeweg meer gericht op het schrijven en er werden van de leerlingen letterkundige prestaties verwacht. Er was ook onderwijs in de muziek (gregoriaans). Theorie diende in praktijk te worden gebracht en studenten moesten hun muzikale en poëtische vaardigheden ook tijdens interscolaire wedstrijden tonen. Een jury beloonde de winnaar met een prijs. De beoefening van de dichtkunst stond gedurende een groot deel van de middeleeuwen in hoog aanzien en gold (vooral onder de geestelijkheid) als een geliefde bezigheid en aangenaam tijdverdrijf. Omstreeks 1100 was het dichten in het Latijn een ware rage geworden om de roem en eer die een dichter ten deel kon vallen. Willem verbaasde zijn docenten en medeleerlingen al door het gemak waarmee hij teksten vervaardigde en op muziek kon zetten. Hij zou later niet in het Latijn maar in het occitaans dichten en zingen om zich verstaanbaar te maken voor publiek dat niet met het Latijn bekend was.
Het hof van zijn vader werd diep gerespecteerd in West-Europa om de verfijnde omgangsvormen die er golden en menig jonge edelman werd naar het hof in Poitiers gestuurd om er ‘ridderlijk’ gedrag te leren. Er bestonden veel voorschriften over goed gedrag met name over tafelmanieren. Hiernaast werd de jonge Willem ingewijd in alle facetten van de oorlogvoering.
In de herfst van 1095 mobiliseerde paus Urbanus II in Clermont-Ferrand in tegenwoordigheid van 14 aartsbisschoppen, 225 bisschoppen en 400 abten christenen voor een strafexpeditie tegen de islamitische Seldsjoeken in Palestina. Philippa’s oom graaf Raymond van Toulouse begeerde de eervolle functie van opperbevelhebber van de Eerste Kruistocht nu de Franse koning Filips I (1052-1108) vanwege zijn excommunicatie daarvoor niet in aanmerking kwam.
Willem IX jaagde een concilie van kardinalen en bisschoppen uiteen, dat bijeengekomen was om de Franse koning Filips I voor de tweede maal in de ban te doen.
Willem IX, machtige vazal van koning Filips, liep ook niet warm voor de Eerste Kruistocht. De paus bezocht Willem in 1095 maar die weigerde om deel te nemen aan de Eerste Kruistocht. Nu Philippa’s oom Raymond van Toulouse op kruistocht ging, kon hij in de lente van 1098 het begeerde graafschap van zijn zuidoostelijke buurman voor zijn vrouw in bezit nemen. Aangezien de pauselijke curie in Rome deze daad van agressie tegen een vrome kruisvaarder als ‘doodzonde’ aanmerkte, stuurde Willem de bisschop van Poitiers naar de Eeuwige Stad om een excommunicatie te voorkomen. De aanspraken van Philippa op het graafschap Toulouse werden door de paus erkend en haar echtgenoot Willem mocht regeren over dit omstreden gebied. In 1099 werd hun zoon geboren, de toekomstige hertog Willem X van Aquitanië.
Vermoedelijk als verzoenend gebaar naar de kerk besloot Willem wel deel te nemen aan de Kruisvaart van 1101. Om deze onderneming te financieren verpandde hij het graafschap Toulouse aan Bertrand van Toulouse, de zoon van Raymond. Raymond keerde niet meer terug van de Eerste Kruistocht, maar liet zijn zoon Bertrand in 1109 wel Tripolis na. Bertrand mocht zich vanaf dat jaar graaf van Tripolis noemen. Door dit marchanderen met Philippa’s erfgoed beledigde en bedroog hij haar, maar daar hechtte hij geen waarde aan. Hij haalde haar terug uit Toulouse en installeerde haar in Poitiers.
Willems kruistocht verliep rampzalig en hij bereikte met slechts zes volgelingen het Heilige Land. Hertog Welf IV van Beieren voerde tezelfdertijd een leger Zuid-Duitse kruisvaarders aan. Willem liet zich tijdens zijn tocht naar het Heilige Land vergezellen door een ‘scheepslading lichtekooien’. Op een bloedhete septemberdag in 1101 wilden de slecht gedisciplineerde en door honger en dorst geplaagde soldaten zich verfrissen in een rivier. Vanaf een heuvel bij de stad Heraklea moest Willem toezien hoe vijandige bereden boogschutters zijn manschappen afslachtten. De aanwezige vrouwen, waaronder markgravin Ida van Oostenrijk ‘de mooiste vrouw van West-Europa’, belandden in slavernij of stierven een ellendige dood. Willem ontkwam zelf ternauwernood aan het bloedbad. In Antiochië waar hij ontvangen werd door de regent Tancred van Sicilië vond hij veiligheid en ‘oosterse verfijning in luxe en genot’. Na achttien maanden keerde Willem terug naar zijn vaderland. Op zijn schild droeg hij niet de traditionele afbeelding van ‘de Moeder Gods’ of een andere beschermheilige, maar van de vrouw, die op dat moment bij hem het meest in de smaak viel. Het mislukken van de kruistocht werd onder meer door de monnik Godfried van Vigeois aan Willems ‘hemeltergende’ gedrag geweten.
Teruggekomen had hij conflicten met Fulco V van Anjou, de halfbroer van zijn eerste echtgenote Ermengarde van Anjou. Het was ook na zijn terugkeer dat de hertog begon met liederen te componeren over zijn lotgevallen tijdens zijn Kruistocht. Bertrand van Toulouse overleed in 1112 en dit gaf Willem de gelegenheid om in 1113 het graafschap Toulouse opnieuw te bezetten.
In 1114 kreeg Willem een conflict met de kerk over belastingen. Willem werd geëxcommuniceerd. Hij probeerde de bisschop van Poitiers deze excommunicatie te laten annuleren maar die weigerde, zelfs toen Willem hem persoonlijk met zijn zwaard bedreigde. Willem durfde zijn dreigement niet uit te voeren en gaf toe, met de volgende uitspraak “U bent mij niet zo dierbaar dat ik u nu al naar het paradijs wil zenden”.
Een jaar later werd Willem opnieuw geëxcommuniceerd omdat hij Amalberga ‘La Dangereuse’ (de gevaarlijke), de vrouw van zijn vazal Amalrik van Châtellerault, ontvoerde en als minnares nam. Philippa voelde zich zo vernederd door Willems verhouding met Amalberga dat zij hem verliet en haar intrek nam in de abdij van Fontevraud, waar Ermengarde ook al verbleef. Ze stierf er in de herfst van 1118.
Na de dood van Philippa in 1118 verscheen Ermengarde aan het hof van Willem en eiste om na een scheiding van 27 jaar alsnog als hertogin te worden hersteld, maar Willem weigerde dat. Tijdens het concilie van Reims van 1119 bepleitte ze nogmaals bij paus Callixtus II haar zaak, maar zonder succes. In 1120 wist Willem te bereiken dat de excommunicatie werd opgeheven. Mede om Ermengarde te ontwijken trok Willem naar Spanje.
In ruil voor de opheffing van de excommunicatie trok hij naar Spanje om tegen de Moren te strijden. De kruistocht tegen de Saracenen ondernam hij in gezelschap van de militair bekwame koning Alfons I van Aragon. De Saracenen hadden al ruim vier eeuwen een groot deel van Spanje in hun bezit en leefden daar vreedzaam samen met zowel christenen als joden. Willem vocht mee in de slag bij Cutanda (1120) en bij de verovering van Calatayud. Hij kreeg in Spanje van een zekere Mitadolus (dit is zeer waarschijnlijk de heerser van de Taifa Zaragoza, Abd al-Malik Imad ad-Dawla), een vaas van bergkristal. Deze werd door zijn kleindochter Eleonora van Aquitanië aan haar eerste man, Louis VII van Frankrijk, gegeven.
Hij is vooral bekend door zijn eigen gedichten in het Occitaans. Daarmee bereikte hij ook een publiek, dat geen Latijn kende.
Zijn gedichten gaan vooral over vrouwen en liefde maar ook over zijn eigen ervaringen en emoties in politiek en oorlog en over zijn eigen (overdreven) seksuele prestaties. Zijn minnares Amalberge komt vermoedelijk onder de naam “Dangereuse” in zijn gedichten voor. Willem had de gewoonte om ten strijde te trekken met een afbeelding van de naakte Amalberge op zijn schild.
In 1121 verzoende Willem zich met zijn zoon Willem, met wie hij een conflict had wegens de affaire met Amalberga. Op aandrang van zijn vriendin wilde Willem zijn zoon uithuwelijken aan haar dochter. Zijn zoon had zich jarenlang tegen dit huwelijk verzet, maar trouwde in 1121 Aenor de dochter van Amalberga en Amalrik om de verzoening te bezegelen. Willem verloor in 1122 definitief de macht over Toulouse.
Hij overleed in 1126 tijdens het beleg van het kasteel van Blaye.
Willem had geen kinderen uit zijn eerste huwelijk met Ermengarde. Na de scheiding hertrouwde Ermengarde met Alan IV van Bretagne en kreeg met hem drie kinderen. Ze bezocht het Heilige Land en werd begraven in Redon.
Willem en Philippa kregen de volgende kinderen:
- Willem X
- Agnes, die huwde met Amalrik V van Thouars en daarna met Ramiro II van Aragón
- nog vier onbekende dochters.
Willem en zijn minnares Amalberge kregen de volgende kinderen:
- Raymond van Poitiers
- Hendrik, gekozen maar niet benoemd als bisschop van Soissons. Monnik en later prior van de abdij van Cluny, abt van Saint-Jean-d’Angély maar verjaagd door de monniken daar, 1127 abt van Peterborough, in 1132 afgezet waarna hij zich terugtrok als monnik in de abdij van Saint-Jean-d’Angély.
- Adelaide, gehuwd met Rudolf van Faye, gaf steun aan de mislukte opstand van Hendrik II van Maine tegen zijn vader Hendrik II van Engeland.
- Sybille, abdis van Saintes (Charente-Maritime)
Amalberge had uit haar huwelijk met Amalrik van Châtellerault vijf kinderen, waaronder Aenor die trouwde met Willem X.
Guilaume X d’ Aquitaine
(Toulouse, 1099 – Santiago de Compostella, 9 april 1137), van Toulouse, bijgenaamd “de Heilige”. Als graaf van Poitiers was hij Willem VIII.

Willem had in zijn jeugd een hoogoplopend conflict met zijn vader. Willem ergerde zich zeer aan de losbandige manier van leven van zijn vader en nam hem bijzonder kwalijk dat hij het graafschap Toulouse had verspeeld. Het conflict werd in 1120 bijgelegd en de verzoening werd bezegeld in 1121 door het huwelijk van Willem met Aénor van Châtellerault (ca. 1103 – Talmont, maart 1130-1136). Zij was de dochter van Aimery I van Châtellerault en diens vrouw Amalberga, die Aimery had verlaten om in alle openheid de minnares van Willem IX te worden. In 1126 volgde hij zijn vader op als hertog van Aquitanië en graaf van Poitiers.
Willem bevorderde kunst en wetenschap en gaf zijn kinderen een goede opleiding. Hij overleed op een pelgrimstocht naar Compostella in het voorjaar van 1137, vermoedelijk aan voedselvergiftiging. Op zijn doodsbed verzocht hij Lodewijk VI van Frankrijk een goede echtgenoot voor zijn erfdochter Eleonora te vinden. Hij had haar en haar jongere zus Petronella al vóór zijn laatste reis in zijn paleis L’Ombrière te Bordeaux in veiligheid gebracht en zijn jongste broer Raymond ingeschakeld om een oogje in het zeil te houden.
Willem en Aenor kregen de volgende kinderen:
- Eleonora
- Willem (1121-1137)
- Aelis (Petronella) (ca. 1125 – na 24 oktober 1151), tweede vrouw van Roeland I van Vermandois die zijn eerste vrouw voor haar verstootte.
Willem hertrouwde in 1136 met Emma van Limoges, dochter van Ademar III van Limoges en weduwe van Bardon van Cognac. Willem en Emma kregen geen kinderen. Emma hertrouwde met Willem VI van Angoulême.
Eleonora d’ Aquitaine
(6 december 1122, Belin-Béliet – 31 maart 1204, Poitiers) Eleanora was hertogin van Aquitanië door erfopvolging, koningin van Frankrijk (1137–1152) door haar eerste huwelijk en koningin van Engeland (1154–1189) door haar tweede huwelijk. Ze was een van de invloedrijkste vrouwen van de middeleeuwen in West-Europa.

In 1137 overleed haar vader, hertog Willem X van Aquitanië, zonder mannelijke erfgenamen. Hij had Eleonora als oudste kind tot zijn erfopvolger benoemd, waarbij hij koning Lodewijk VI de opdracht gaf haar belangen te beschermen en een goede huwelijkskandidaat voor haar te vinden. Voor Lodewijk VI was dit een buitenkans om het hertogdom Aquitanië met bijbehorende graafschappen en steden weer onder het gezag van de koning te brengen.
Er werd daarom een huwelijk gesloten tussen Eleonore en de Franse troonopvolger Louis VII, die kort na het huwelijk werd gekroond. Uit dit huwelijk kwamen slechts twee dochters voort, waarop Lodewijk het nietig liet verklaren door de paus. De eigendommen van Eleonora bleven in haar hand, waardoor de ontbinding van het huwelijk wordt beschouwd als een van de meest gevolgrijke echtscheidingen in de geschiedenis. Het zette een ontwikkeling in gang die leidde tot een meer dan 300 jaren durend conflict tussen het koninkrijk Engeland en Frankrijk (Honderdjarige Oorlog).
Na de ontbinding van haar huwelijk met de Franse koning trouwde Eleonora met de jonge Hendrik Plantagenet, de hertog van Anjou en Normandië, die op dat moment Engelse troonpretendent was. Ze bracht haar eigendommen nu in dit huwelijk in. Twee jaar later werden Hendrik en Eleonora tot Engelse monarchen gekroond. Hendriks politiek beoogde een consolidering van de territoria in het bezit van zijn familie tot één gebied, dat in de moderne geschiedschrijving als het Angevijnse Rijk wordt aangeduid. Daarbij namen de gebieden die Eleonora in het huwelijk inbracht een sleutelpositie in.
Eleonora voelde zich als erfgename van Aquitanië geroepen en gerechtigd om haar hertogdom zelfstandig te besturen en verzette zich tegen de inlijving ervan in het rijk van haar echtgenoot. Mede hierdoor was het huwelijk conflictrijk. Nadat Eleonora zich in 1173/1174 bij de opstand van haar drie oudste zonen tegen hun vader had aangesloten, plaatste Hendrik haar vijftien jaar lang onder huisarrest. Eleonora nam pas na de dood van haar echtgenoot in 1189 onder de regeringen van haar zonen Richard I van Engeland (Richard Leeuwenhart) en John Lackland opnieuw een beduidende politieke rol op zich.

Eleonora stierf op 1 april 1204 op vermoedelijk tachtigjarige leeftijd. In diezelfde maand nog bezetten de troepen van Filips II Augustus de Normandische hoofdstad. Eleonora werd naast haar gade Hendrik II en haar zoon Richard Leeuwenhart in de abdij van Fontevraud bijgezet.
In 1137 trouwde Eleanora met de koning van Frankrijk, Louis VII. Zij kregen twee dochters:
- Maria de France. (ca. 1145–11 maart 1198) in 1164 getrouwd met Hendrik I, graaf van Blois-Champagne
- Adelheid
In 1152 trouwde Eleanora met Hendrik Plantagenet, de latere koning Hendrik II van Engeland. Zij kregen de volgende kinderen:
- William
- Henri II (The younger) latere koning van Engeland
- Mathilde
- Richard Leeuwenhart (koning van Engeland)
- Godfried II (hertog van Bretagne)
- Eleanora (koningin van Castilië)
- Johanna (koningin van Sicilië)
- John Lackland (Jan zonder land) koning van Engeland
De bloedlijn naar Hendrik Zwart gaat verder via Maria van Frankrijk en Henri I van Champagne.
