De familiegeschiedenis van Henri I van Champagne begint niet in Frankrijk, maar in Alemanië bij

  • Hunno Velphio, Koning van Alemanië.  Geboren rond 385.
  • Aldager, koning van Beieren. Geboren rond 435. Getrouwd met Regnaberga van Bourgondië.
  • Agigulf II. Geboren in het jaar 482, overleden in 537. Graaf van Beiren. Getrouwd met Sedéleubede Marie van Bourgondië.
  • Agivald. Geboren rond 503, overleden rond 584. Graaf van Beieren. met Wilibad van Bourgondië.
  • Garibald I. Geboren rond 540, overleden rond 593. Hertog van Bourgondië, Treves en Autun. Getrouwd met Waldrada, Prinses der Lombarden.

Garibald I was de eerst bekende hertog van Beieren (555-590). Garibald was vermoedelijk verwant aan de Merovingische koningen. Hij dankte zijn positie aan Frankische steun. Hij trouwt met Waldrada, een Longobardische prinses die eerder met de Frankische koningen Theudowald en Chlotarius I getrouwd was geweest. Chlotarius had haar echter onder druk van de geestelijkheid moeten verstoten. Het huwelijk met Waldrada zorgde bovendien voor uitstekende verhoudingen met de Longobarden.

In 568 trekken de Longobarden naar Italië waardoor ze directe buren van Garibald worden. Naarmate de spanningen tussen de Franken en de Longobarden toenemen, komt Garibald meer in het nauw. Als Garibald in 588 zijn dochter Theudalinda aan de Longobardische koning Authari wilt uithuwen, wordt dit niet door de Franken geaccepteerd. Garibald zet zijn zin door maar moet daarna onder Frankische druk zijn functie overdragen aan zijn (vermoedelijke zoon) Tassilo.

  • Tassilon I (ca. 560-609). Koning van Beieren. Echtgenote onbekend. Beieren was in de tijd van Tassilon een onafhankelijk land, dat in de praktijk was onderworpen aan het gezag van de Franken. Hij werd tot hertog benoemd door koning Childebert II van Austrasië die zijn vader als hertog had afgezet uit onvrede over diens onafhankelijke buitenlandse politiek. Kort na zijn benoeming heeft hij een succesvolle veldtocht tegen de Slaven gevoerd en een grote buit gewonnen. In het jaar 595 stuurde hij opnieuw een leger van 2000 man om een Slavische inval af te slaan maar dat werd in het Pustertal verslagen.
  • Garibald II. Hertog van Beieren. Geboren rond 585, overleden rond 630. Getrouwd was met zijn volle nicht Galia van Friuli, prinses der Lombarden.
  • Theodon I van Beieren. Geboren rond 610. Tweede zoon van Garibald II, dus geen titel. Getrouwd met ene Gleisnod.
  • Theodon II. Ca. 633-716. Hertog van Beieren. Getrouwd met Folchaïde von Salzburg.
  • Agilulf I van Vinzgau. Ca. 655-726.  Getrouwd met Adelinde van Neustrië.
  • Agilulf II Hado van Beieren. Ca. 672-745. Getrouwd met Gerniu “La Suève” van Bourgondië.
  • Gerold I van Vinzgau. (ca. 727-799). Graaf in de Vinzgouw. Getrouwd met Imma van Alemanië. Gerold van de Vinzgau was een Frankische edelman die een belangrijke rol speelde in het bestuur in Zuid-Duitsland. Gerold en Imma waren schoonouders van Karel de Grote en grootouders van Lodewijk de Vrome. Gerold is afkomstig uit Rijnland had daar en in de Elzas grote bezittingen, Imma hed vermoedelijk gote bezittingen in de Bertoldsbaar. Hij was een van de Frankische edelen die in Allemannië in hoge posities werden benoemd en werd graaf van de Kraichgau en de Anglachgau. Later werd hij ook graaf van de Vinzgau. Hij wordt samen met Imma vermeld in 779 bij een schenking aan het Nazariusklooster en in 784 bij een schenking aan de abdij van Lorsch. In 788 werd hij prefect van Beieren na het afzetten van Tassilo III van Beieren en leverde een belangrijke bijdrage aan de integratie van Beieren in het Frankische rijk. Wordt markgraaf van de Avaarse Mark nadat die in 791 door Karel de Grote is ingesteld. Hij stierf in 799 tijdens een veldtocht tegen de Avaren.
  • Hadrianus (Adrien) van Orleans van Vinzgau. (ca. 760-821) getrouwd met getrouwd met Waldrada van Hornbach Wormsgau van Keulen
  • Guigon van Soissons. (ca. 785 als derde kind van Hadrianus-844). Getrouwd met Hadriana der Alemannen.
  •  Eudes (Odo) van Tours. (ca.840-1 augustus 871) Getrouwd met Wandilmodis van Wormsgau.
  • Theobald “De Oudere” van Blois. (ca. 870-944)

Theobald de Oudere geldt als de stamvader der Theobalders. Hij was burggraaf van Blois, Tours en Troyes en lekenabt van Saint-Florent. In 904 kocht hij Chartres van de Vikingen.

In zijn eerste huwelijk was Theobald getrouwd met een onbekende vrouw, zij kregen een zoon:

  • Theobald, opvolger van zijn vader

In zijn tweede huwelijk was Theobald getrouwd met Richildis, dochter van Hugo van Bourges, die na zijn dood hertrouwde met Roger van Maine. Theobald en Richildis kregen de volgende kinderen:

  • Richard, aartsbisschop van Bourges.
  • een dochter, Roscille, in haar eerste huwelijk (voor 950) getrouwd met hertog Alan II van Bretagne, in haar tweede huwelijk (in 954) getrouwd met Fulco II van Anjou als zijn tweede vrouw

Theobald I van Blois,

(voor 905 – 16 januari 975/978) bijgenaamd “de Bedrieger”, was een West-Frankisch edelman. Hij wordt beschouwd als de grondlegger voor de macht van het huis Blois-Champagne dat gedurende enkele eeuwen een prominente rol zou spelen in de geschiedenis van Frankrijk en van Engeland, en tijdens de eerste kruistochten.

In 935 versloeg Theobald voor zijn vader Theobald de Oude de Vikingen van de Loire. In 940 volgde hij zijn vader op als burggraaf van Tours en steunde zijn leenheer Hugo de Grote tegen Lodewijk IV van Frankrijk. Theobald sloot in 943 een zeer gunstig huwelijk met Liutgard van Vermandois, dochter van Herbert II van Vermandois en weduwe van Willem I van Normandië. Bij het huwelijk bracht zij het graafschap Provins in. Toen Hugo kort daarna de erfenis van Herbert verdeelde, kreeg Theobald door zijn vrouw een ruim aandeel: hij werd ook nog graaf van Blois, Troyes, Beauvais, heer van Montagu, Montagne, Vierzon en Sancerre. Hij noemde zichzelf nu ook graaf van Tours.

Theobald nam in 945 Lodewijk gevangen voor Hugo en kreeg van Hugo het commando over de stad Laon. In 948 werd hij voor deze daden tegen de koning geëxcommuniceerd door de synode van Laon. In de troebele tijden daarna wist Theobald zijn positie nog verder te versterken en werd graaf van Rennes en Chartres, burggraaf van Châteaudun en regent van Bretagne. In 961 kwam hij in conflict met Richard I van Normandië. Theobald viel Évreux aan terwijl de Normandiërs Châteaudun aanvielen. Het volgende jaar versloeg Richard Theobald bij Rouen, veroverde Chartres en brandde de stad tot de grond toe af. Theobald zocht nu politieke steun bij koning Lotharius van Frankrijk. In de volgende jaren heroverde Theobald Vierzon, veroverde Saint-Aignan en Anguillon in Berry. Tevens versterkte hij Chartres en Châteaudun, en bouwde het kasteel van Saumur. In 964 werd hij geëxcommuniceerd door aartsbisschop Odelric van Reims omdat hij zich bezittingen van het aartsbisdom had toegeëigend. In 974 legde Theobald zijn functies neer.

Theobald was zoon van Theobald de Oudere en diens eerste vrouw. Hij trouwde met Liutgard van Vermandois (914 – 14 november 978), dochter van Herbert II van Vermandois en Adelheid van Parijs. Zij kregen de volgende kinderen:

  • Theobald (945-962), gesneuveld
  • Hugo (- 2 januari 986), aartsbisschop van Bourges 965-985
  • Emma (950 – 27 december 1003), gehuwd met Willem IV van Aquitanië (ca. 950 -993)
  • Odo I (ca. 950 – Châteaudun, 995)

Liutgard is begraven in de abdij van Saint-Père te Chartres.

Odo I van Blois 

(ca. 950 – 12 maart 996) was de jongste zoon van Theobald I van Blois en Liutgard van Vermandois. Hij was een van de machtigste edelen in Frankrijk en slaagde erin de macht van zijn familie verder uit te breiden.

Als jonge man verdedigde hij Crouchy tegen de bisschop van Reims. Omdat zijn oudste broer was gesneuveld en zijn tweede broer tot de geestelijkheid was toegetreden, erfde Odo rond 970 de graafschappen Blois, Chartres, Provins, Tours, Beauvais, Chinon, Saumur en Châteaudun van zijn vader. Ca. 984 erfde hij van Herbert III van Vermandois (zoon van Herbert II van Vermandois), zijn oom van moederszijde, de graafschappen Omois en Reims, en de functie van paltsgraaf en van lekenabt van de Sint-Medardusabdij te Soissons. Hiermee had de machtige positie van het huis van Blois in de komende generaties, met grote bezittingen rondom Parijs, vorm gekregen.

In 981 steunde Odo Conan I van Bretagne in zijn pogingen om Nantes te verwerven. Samen met zijn neef Heribert van Troyes, steunde in 985 hij de veroveringspolitiek van Lotharius van Frankrijk in Lotharingen. Odo nam deel aan de verovering van Verdun en Laon, en nam hij graaf Godfried van Verdun gevangen. In 987 verwierf Odo het graafschap Dreux en de functie van lekenabt van de abdij van Tours, van de nieuwe koning Hugo Capet als dank voor de steun bij diens verkiezing. Al snel koos Odo echter positie tegen Hugo en gaf hij steun aan Karel van Neder-Lotharingen. Er volgden een aantal jaren van verwarring en strijd:

  • 991 Odo belegerde Melun maar de stad werd ontzet door Hugo Capet, Richard I van Normandië en Fulco III van Anjou. Odo werd verslagen bij Orsay door Burchard I van Vendôme
  • 992 Odo moest zich onder druk van Fulco aan de koning onderwerpen
  • 993 samenzwering met bisschop Adalbero van Laon, om de koning en zijn zoon te ontvoeren en aan de keizer uit te leveren. De samenzwering werd verijdeld en de koning liet Fulco tegen Blois optrekken. Die bouwde het kasteel van Langeais om Blois te bewaken.
  • 995 Odo sloot een bondgenootschap met Richard van Normandie, Willem IV van Aquitanië (zijn zwager) en Boudewijn IV van Vlaanderen tegen Fulco
  • 996 het beleg van Langeais moest worden opgeheven nadat Hugo Capet had ingegrepen

Odo was getrouwd met Bertha, dochter van Koenraad van Bourgondië en van Mathilde van Frankrijk. Zij had een belangrijk aandeel in het bestuur van de bezittingen van het huis van Blois. Odo en Bertha kregen de volgende kinderen:

  • Theobald II (985-1004)
  • Odo II (990-1037), opvolger van zijn broer Theobald
  • Agnes, gehuwd met Godfried II van Thouars.
  • Diederik (ovl. ca. 1000), begraven in de abdij van Saint-Père te Chartres
  • Landry, genoemd in een akte van 27 september 1007

Odo overleed in 996 en werd begraven in de abdij van Tours.

Odo II van Blois 

(ca. 983 – Commercy, 15 november 1037) was een van de machtigste feodale vorsten van Frankrijk. Hij was praktisch gesproken onafhankelijk van de koning van Frankrijk, probeerde koning van Bourgondië en Italië te worden, en voerde een eigen oorlog tegen keizer Koenraad II de Saliër.

Na het overlijden van Odo’s vader, Odo I van Blois, hertrouwde zijn moeder, Bertha van Bourgondië, met koning Robert II van Frankrijk. Daardoor werd Odo opgevoed aan het koninklijke hof, totdat Bertha en Robert onder druk van de paus moesten scheiden. In 1004 werd hij graaf van Blois, Chartres, Châteaudun, Provins, Reims en Tours, als opvolger van zijn kinderloos overleden broer Theobald II. Toen zijn vrouw Mathilde jong overleed, kwam hij in conflict met haar broer, Richard II van Normandië, over de stad Dreux die zij als bruidsschat had gekregen. Door arbitrage van koning Robert kon Odo de stad behouden. Odo werd tevens door de koning tot paltsgraaf benoemd.

Fulco III van Anjou doodde in 1007 een vazal van Odo tijdens een jachtpartij en ging in 1008 als boetedoening op een bedevaart naar het Heilige Land. Odo gebruikte deze gelegenheid om Fulco’s bezittingen te plunderen en enkele van zijn kastelen te veroveren. In 1015 ruilde Odo Beauvais voor het beter gelegen Sancerre. Fulco had inmiddels een bondgenootschap gesloten met koning Robert en kwam daardoor in een positie zijn verliezen op Odo terug te heroveren. In 1016 vonden er gevechten plaats over het bezit van de stad Tours. Odo trok met een leger naar Montrichard om dat te veroveren maar werd onderweg overvallen door Fulco bij Pontlevoy. Odo leek de slag te winnen, en had Fulco zelfs gevangengenomen, toen hij werd aangevallen door Herbert I van Maine die Fulco te hulp kwam. Doordat Herbert uit het westen kwam, werd zijn komst door de ondergaande zon pas laat opgemerkt. Herbert wist de cavalerie van Odo op de vlucht te jagen en Fulco te bevrijden. Odo’s voetvolk werd uitgemoord. Odo moest zijn veroveringen uit 1008 opgeven.

In 1023 overleed Odo’s neef Stefanus, en Odo erfde zijn graafschappen Troyes, Meaux en Châlons. Dat was zeer tegen de zin van koning Robert, die had geprobeerd om de erfenis aan de kroon te laten vervallen. Samen met keizer Hendrik II kon de Franse koning de macht van Odo enigszins inperken. Ze dwongen hem het gezag over Reims over te dragen aan de aartsbisschop en Dreux op te geven aan de koning. Keizer Hendrik verwoestte enkele kastelen van Odo in Lotharingen. Ook zorgde Robert ervoor dat de Italiaanse adel zijn aanbod aan Odo om koning van Italië te worden, introk. Na de dood van koning Robert II in 1031, streden zijn zoons Hendrik en Robert om de macht. Odo koos de kant van Robert en zijn moeder Constance van Arles. In ruil daarvoor verwierf hij het graafschap Sens en kon zo zijn bezittingen in Midden-Frankrijk en in Champagne met elkaar verbinden. Hij benoemde een partijganger tot aartsbisschop van Sens en wist een aanval van Hendrik en Fulco van Anjou op Sens af te slaan.

In 1032 overleed Odo’s oom, Rudolf III van Bourgondië. Odo was zijn naaste bloedverwant maar Rudolf had zijn koninkrijk bij testament nagelaten aan keizer Koenraad II. Odo trok naar Bourgondië, veroverde Neuchâtel en werd ingehaald in Vienne. In Arles en Marseille werden oorkonden in zijn naam opgesteld. Het conflict breidde zich uit en er werden over en weer plundertochten uitgevoerd in Champagne en in Lotharingen. In 1034 wist keizer Koenraad een verbond te vormen met koning Hendrik van Frankrijk en Humbert Withand en andere Italiaanse edelen. Toen ook de Bourgondische adel steeds meer de kant van Koenraad koos, moest Odo zijn aanspraken op Bourgondië opgeven.

Het conflict met de keizer was echter nog niet voorbij. In 1037 boden Italiaanse bisschoppen aan Odo de titel van koning van Italië aan, terwijl in feite keizer Koenraad toen ook koning van Italië was. Deze poging mislukte echter toen Bertha van Este, de weduwe van Manfred II Olderik van Turijn, de samenzwering ontdekte en Koenraad waarschuwde. Odo besloot daarop naar Aken te trekken om Kerst in koninklijke stijl te kunnen vieren. Hij nam Bar-le-Duc in maar stootte op een leger van Gozelo I van Verdun en werd door hem verslagen. Odo werd op de vlucht gedood. Zijn lichaam was zo verminkt dat hij alleen kon worden geïdentificeerd aan de hand van een opvallende wrat. Hij werd begraven in de abdij van Marmoutiers in Tours.

Odo was gehuwd met:

  • Mathilde († 1004), dochter van Richard I van Normandië
  • Irmgard (ca. 990 – 10 maart 1040), dochter van Willem IV van Auvergne

Odo en Irmgard kregen de volgende kinderen:

  • Theobald III van Blois
  • Stefanus II van Champagne
  • Bertha († 1085), in 1027 gehuwd met Alan III van Bretagne (996-1040) en in 1046 met Hugo IV van Maine (-1051).

Theobald III van Blois 

(1012 – 30 september 1089) was de oudste zoon van Odo II van Blois uit diens tweede huwelijk met Irmgard van Auvergne, en wist diens machtige positie en bezittingen voor een groot deel te behouden.

Theobald heeft in 1026 voor zijn vader gevochten bij Saumur en in 1037 in de slag bij Bar-le-Duc (Meuse) waar zijn vader sneuvelde. Na de dood van zijn vader erfde Theobald Blois, Chartres, Dunois, Meaux, Sancerre, Châteaudun, Tours, Sens, Beauvais, Château-Thierry, Provins en Saint-Florentin (Yonne). Theobald en zijn broer Stefanus II van Champagne weigerden aanvankelijk om aan koning Henri I van Frankrijk de eed van trouw te zweren, waarop die hen met steun van Anjou aanviel. Uiteindelijk versloeg Godfried II van Anjou Theobald en Stefanus in de slag bij Nouy (bij Saint-Martin-le-Beau) en was Theobald gedwongen om Tours aan Anjou af te staan. In ruil voor Sens en Beauvais verzoende Theobald zich daarna met koning Hendrik en sloot een verbond met hem tegen Anjou. Theobald kreeg de functie van paltsgraaf. Ook verstootte hij zijn vrouw Gersende van Maine, mogelijk wegens de banden van haar familie met Anjou.

Stefanus overleed in 1048 en Theobald bezette met steun van keizer Hendrik III diens goederen in Champagne hoewel Stefanus’ zoon Odo II van Champagne zich daar nog lang tegen verzette. Theobald steunde in 1054 koning Hendrik tegen Normandië en huldigde in datzelfde jaar keizer Hendrik te Mainz voor zijn Lotharingse bezittingen. In 1066 werd hij formeel graaf van Champagne omdat zijn neef zijn aanspraken opgaf en in het gevolg van Willem de Veroveraar naar Engeland trok. Theobald deelde in 1074 zijn macht met zijn zoon Stefanus. Hij was in 1081 nog gastheer van het concilie van Meaux en steunde de paus tegen de koning. Theobald werd begraven in de Sint-Maartenskerk te Épernay.

Hij was gehuwd met:

  • Garsende, dochter van graaf Herbert I van Maine, verstoten door Theobald en hertrouwd met Albert Azzo II van Este. Zij kregen een zoon:
    • Stefanus II (1046-1102)
  • Adelheid, dochter van graaf Rudolf IV van Vexin-Valois-Amiens, erfgename van het graafschap Bar-sur-Aube. Zij kregen drie zoons:
    • Odo III van Troyes († 1093)
    • Filips, 1093 bisschop van Chalon-sur-Marne,
    • Hugo I van Champagne († 1126).

Stefanus II Hendrik van Blois 

(1045 – Ramla, 19 mei 1102) was graaf van Blois, Chartres, Dunois en Meaux, en was een van de leiders van de Eerste Kruistocht. Hij was de oudste zoon van Theobald III van Blois en zijn, vrij snel verstoten, eerste echtgenote Garsende van Maine.

Als jonge man nam Stefanus deel aan de oorlog van Blois tegen Anjou in 1061. In 1074 kreeg hij van zijn vader het bestuur over Blois en Chartres. Hij trouwde in 1080 met Adela van Normandië, een zus van Robert van Normandië en dochter van Willem de Veroveraar. Stefanus nam in 1088 deel aan de mislukte opstand tegen koning Filips I van Frankrijk. Daarna onderwierp hij zich aan de koning. In 1089 volgde hij zijn vader op als graaf van Blois, Chartres, Dunois, Châteaudun, Sancerre en Meaux, en deed hij een schenking aan de abdij van Pontylevoy voor het zielenheil van zijn ouders. Stefanus onderdrukte voor de koning een opstand van graaf Bouchard van Corbeil. Ook verwierf hij door erfenis het graafschap van de Champagne.

Stefanus nam deel aan de Eerste Kruistocht en ontpopte zich als een van de leiders van de onderneming. Twee van zijn enthousiaste brieven aan zijn vrouw zijn bewaard gebleven. Stefanus was de leider van het beraad van de kruisvaarders tijdens het beleg van Nicea en een van de aanvoerders tijdens het Beleg van Antiochië. Stefanus begon eraan te twijfelen of de stad kon worden ingenomen en kreeg genoeg van de maandenlange ontberingen en gevaren van het beleg. Daarom verliet hij het beleg en keerde terug naar huis, twee dagen na zijn vertrek werd de stad door de kruisvaarders ingenomen. Stefanus kwam thuis met grote schatten maar kreeg al snel de reputatie van een lafaard. Toen hij in 1100 de kans kreeg om met de Kruisvaart van 1101 mee te gaan, stond zijn vrouw erop dat hij meeging. Deze kleine kruistocht wist nog Ankara te veroveren maar was daarna eigenlijk een mislukking. Stefanus wist na de nederlaag bij Mersivan (waar hij Raymond IV van Toulouse wist te redden) via Tarsus naar Antiochië te vluchten, in februari 1102 kwam hij met de overblijfselen van de kruisvaarders aan in Jeruzalem. Stefanus reisde af naar huis maar zijn schepen werden door een storm gedwongen terug te keren naar Jaffa. Daarop nam hij deel aan de Slag bij Ramla, tijdens deze slag werd Stefanus gedwongen om zich met andere ridders terug te trekken in een uitkijktoren. Tijdens de gevechten rond de toren werd Stefanus gedood voordat de hoofdmacht van de kruisvaarders de toren kon ontzetten.

Stefanus en Adela kregen de volgende kinderen:

  • mogelijk Humbert, graaf van Vertus
  • Willem I van Sully, graaf van Chartres en door zijn vrouw graaf van Sully. Dwong in 1103 de burgers van Chartres tot een eed dat zij de bisschop van Chartres zouden doden. Werd onterfd omdat hij onbekwaam zou zijn voor het bestuur en behield alleen het graafschap Sully.
  • Theobald IV (?-1152)
  • Odo
  • Mathilde (?-1120), in 1115 gehuwd met Richard van Avranches, graaf van Chester, verdronken bij het vergaan van het White Ship
  • mogelijk Agnes, gehuwd met Hugo III van Puiset (?-1132), burggraaf van Chartres
  • mogelijk Adela, in 1112 gehuwd met Miles van Montlhery, burggraaf van Troyes (?-1118), gescheiden in 1113
  • Eleonora, gehuwd met graaf Roeland I van Vermandois (?-1152)
  • Stefanus van Blois, koning van Engeland
  • mogelijk Alice, gehuwd met Reinout III van Joigny.
  • Hendrik (ovl. 1171), kapelaan van keizerin Mathilde van Engeland, in 1118 door keizer Hendrik V benoemd tot bisschop van Verdun maar dit stuitte op verzet van de paus. Toen de paus eindelijk akkoord ging verzette keizer Hendrik zich weer tegen de benoeming. Dit leidde tot gewapende conflicten en Hendrik kon ternauwernood uit Verdun ontsnappen door de Maas over te zwemmen. Hendrik werd monnik in Cluny en werd later abt van Bermondsey. In 1124 werd een vrede bereikt en werd Hendrik weer bisschop van Verdun. In 1126 werd hij ook abt van Glastonbury. Hendrik gaf in 1129 het bisdom van Verdun op, en werd bisschop van Winchester. In 1136 werd hij benoemd tot aartsbisschop van Canterbury.

Stefanus zou voor zijn huwelijk nog een dochter hebben gehad: Emma, getrouwd met Herbert FitzHenry, kamerheer van de koning van Engeland.

Theobald IV van Blois 

(2 april 1090 – Lagny-sur-Marne, 10 januari 1152), bijgenaamd de Grote, was de tweede zoon van Stefanus II van Blois en van Adela van Engeland.

Omdat Theobalds oudere broer Willem door zijn moeder onbekwaam werd geacht, erfde Theobald in 1102 de graafschappen Blois, Châteaudun, Chartres, Sancerre, Provins en Meaux, van zijn vader. Zijn moeder regeerde als regentes tot 1107 en had ook daarna een grote invloed op het bestuur, tot zij in 1120 in het klooster trad.

Theobald steunde aanvankelijk koning Lodewijk VI van Frankrijk maar kwam met hem in conflict over het graafschap Corbeil, waar Theobald aanspraak op maakte toen de graaf zonder erfgenamen overleed. Vanaf 1115 was hij een bondgenoot van Hendy I van Engeland, die ook hertog van Normandië was, tegen Lodewijk. De paus dwong Theobald echter zich in 1119 te verzoenen met Lodewijk. In 1124 steunde hij Lodewijk toen een inval van keizer Hendrik V in Frankrijk dreigde. In 1125 erfde Theobald het graafschap Champagne van zijn oom Hugo. Twee jaar later steunde Theobald de poging van kanselier Stephanus van Garlande om de macht te grijpen in Frankrijk. Als vergelding verwoestte Lodewijk Champagne.

Na de dood van Hendrik van Engeland, was zijn dochter Mathilde van Engeland de wettige erfgename. De Normandische adel steunde echter Theobald als kandidaat voor de koningstitel van Engeland. Theobalds broer Stefanus van Engeland was een van de machtigste en rijkste hovelingen van Engeland, en samen met hun derde broer bisschop Hendrik van Winchester greep hij zelf de macht in Engeland. Met een klein leger bezette Stephanus Dover, Canterbury en Londen terwijl Hendrik de koninklijke schatkist bemachtigde. Theobald kon nu niet anders meer doen dan Stephanus steunen als koning. In 1137 werd hij als dank door Stephanus benoemd tot regent van Normandië.

Vanaf 1141 kwam Theobald in conflict met de jonge koning Lodewijk VII van Frankrijk. Eerst over de benoeming van de bisschop van Bourges en daarna omdat Lodewijk zijn trouwe vazal Roeland I van Vermandois liet trouwen met zijn schoonzuster, waarvoor Roeland zijn toenmalige echtgenote, en nicht van Theobald, moest verstoten. Lodewijk viel Champagne binnen en de strijd bereikte een trieste climax toen zijn troepen de kerk van Vitry-en-Perthois in brand staken, waarbij meer dan duizend mensen die in de kerk waren gevlucht, de dood vonden. Lodewijk staakte daarop de vijandelijkheden. Theobald wist met steun van de paus op alle punten zijn zin te krijgen. Maar doordat Theobald zijn handen vol had in Champagne, kon hij zijn broer niet helpen in de strijd tegen Mathilde en haar tweede echtgenoot Godfried V van Anjou. Zo kon Godfried het hertogdom Normandië veroveren.

Theobald was bevriend met Bernard van Clairvaux en bood Petrus Abaelardus een toevluchtsoord. Hij stichtte onder meer de abdijen van Clairvaux, Trois-Fontaines-l’Abbaye en Pontigny. Theobald was zich bewust van het belang van de internationale handel en bevorderde de beurzen in Champagne, dat stilaan het zwaartepunt van zijn vorstendom werd.

Theobald was in 1123 gehuwd met Mathilde (ca. 1106 – Abdij van Fontevraud – 13 december 1160 of 1161), dochter van graaf Engelbert van Karinthië, en werd vader van:

  • Hendrik I van Champagne, graaf van Champagne
  • Maria (1128 – Abdij van Fontevraud, ca. 1190), in 1145 gehuwd met Odo II van Bourgondië, regentes voor haar zoon, 1165 non in de abdij van Fontevraud, 1174 abdis.
  • Theobald V, graaf van Blois
  • Elisabeth/Isabella, gehuwd met hertog Rogier III van Apulië (1118-1148) en met Willem IV van Montmiral
  • Stefanus I, graaf van Sancerre
  • Willem († 1202), bisschop van Chartres, aartsbisschop van Reims en van Sens, kardinaal
  • Hugo, abt van Cîteaux
  • Mathilde († 1184), gehuwd met graaf Rotrud IV van Perche († 1191)
  • Agnes, in 1155 gehuwd met graaf Reinoud II van Bar († 1170)
  • Adelheid, in 1160 gehuwd met Lodewijk VII van Frankrijk als zijn derde vrouw, moeder van koning Filips II van Frankrijk
  • Margaretha, non in Fontevraud

Theobald had een buitenechtelijke zoon: Hugo, monnik in de abdij van Tiron, abt van St. Benet’s Abbey in Holme, Chertsey en Lagny-sur-Marne.

Theobald is begraven in de abdij van Lagny-sur-Marne. Na de dood van Theobald werd Mathilde non in de abdij van Fontevraud.

Henri I van Champagne

(ca.1126 – Troyes, 16 maart 1181), Bijgenaamd de Vrijgevige, was graaf van Champagne. Henri was de oudste zoon van Theobald IV van Blois en Mathilde van Sponheim-Karinthië.

Hij nam deel aan de Tweede Kruistocht en kreeg van Bernardus van Clairvaux een aanbevelingsbrief voor keizer Alexios I Komnenos. In Constantinopel werd hij door Manuel I Komnenos tot ridder geslagen. Hij onderscheidde zich bij de oversteek van de Meander en nam op 24 juni 1148 deel aan het beraad van de edelen, waarin werd besloten om Damascus aan te vallen.

Bij de verdeling van de goederen van zijn overleden vader in 1152, koos Henri  Champagne-Troyes, Bar, Nevers en Rethel. Zijn broers kregen de rijkere bezittingen in het midden van Frankrijk maar moesten Henri  wel als hun heer erkennen. Henri  was een uitstekend bestuurder die Champagne rust en welvaart bracht. De jaarmarkten van Champagne werden een begrip door heel Europa en Hendrik zorgde met een speciaal politiekorps voor de veiligheid van de markten en de reizende kooplieden. Henri  liet meer dan 500 aktes na en een gedetailleerd register van zijn vazallen, hun rechten en plichten. Volgens dat register kon hij 2030 ridders mobiliseren en daarmee was Henri een van de machtigste feodale vorsten van zijn tijd.

Hij trouwde (1164) met Maria van Frankrijk (1145-1198), een dochter van koning Lodewijk VII van Frankrijk. Zij maakte van zijn hoofdstad Troyes een schitterend hof en begunstigde kunstenaars en wetenschappers. Hendrik benoemde de wetenschapper Stefanus van Alinerre tot zijn kanselier en stichtte zelf een bibliotheek in Troyes.

Henri leefde op gespannen voet met de aartsbisschoppen van Reims totdat het hem lukte om zijn broer Willem op die positie te laten benoemen. Hij was een belangrijke en trouwe bondgenoot van de koning en huwelijkte zijn zuster Adelheid van Champagne aan hem uit als zijn derde vrouw (1160). Henri was een belangrijke diplomaat, zowel binnen Frankrijk als daarbuiten. In 1162 kreeg hij negen burchten als leen van keizer Frederik I van Hohenstaufen.

In 1179 bezocht Hendrik Jeruzalem. Op de terugweg werd hij gevangengenomen door sultan Kilij Arslan II. Nadat keizer Manuel I Komnenos een groot losgeld had betaald, werd hij vrijgelaten. Henri  keerde terug naar Frankrijk, overleed twee jaar later en werd begraven in de Stefanuskerk te Troyes.

Door Eric