Rosala van Ivrea of Suzanna van Italië was een dochter van Berengarius II van Italië en van Willa van Toscane. In haar jeugd was ze hofdame van keizerin Adelheid. In 968 huwde zij met graaf Arnulf II van Vlaanderen en werd de moeder van: Boudewijn IV van Vlaanderen 

Ivrea

Het markgraafschap Ivrea (ook wel Marca Anscarica naar de eerste markgraaf) was een historisch land in het huidige Italië dat een belangrijke rol speelde in de geschiedenis van het post-karolingische koninkrijk Italië. Het werd geregeerd door de Anscariden, waarvan de markgraven ook geregeld koning van Italië waren.

De stad Ivrea in Noord Italië

Het gebied werd rond 888/889 door Guido van Spoleto, de nieuwe koning van Italië, ingesteld als mark ter verdediging van Italië tegen West-Francië. Het bestond grofweg uit het huidige Piëmont (met uitzondering van het noordelijke Alpengebied) en het westelijk deel van de Ligurische kust tussen Ventimiglia en Savona. Als dank voor zijn steun in Guido’s poging om de West-Frankische kroon te bemachtigen en later zijn strijd tegen koning Berengarius I van Italië stelde hij Anscarius van Oscheret als markgraaf aan.

In 950 werd Berengarius, een kleinzoon van Anscarius, koning van Italië. Hij startte een militaire reorganisatie ten zuiden van de Po ter verdediging van de kust tegen invallen van de Saracenen. Ivrea verloor hierbij een groot deel van zijn grondgebied ten koste van de nieuwe markgraafschappen Oost-Ligurië, West-Ligurië en Turijn. Het restgebied ten noorden van de Po, bleef nog 65 jaar bestaan onder de naam markgraafschap Ivrea.

Na de dood van markgraaf Arduin van Ivrea in 1015 werd het markgraafschap opgeheven. Een aantal van zijn nakomelingen droegen echter nog wel de titel.

De eerst bekende voorouder van Hendrik Zwart in deze stamreeks is:

Anscarius van Ivrea

(ca. 840 – voor maart 902) Werd ook Anskar genoemd en was markgraaf van Ivrea van 889 tot zijn dood en stichter van het huis Ivrea, dat naar hem ook wel het huis der Anscariden genoemd wordt.

Anskar was graaf van Oscheret in Bourgondië en steunde hertog Guido III van Spoleto in diens poging de Franse troon te bestijgen nadat Karel III was afgezet. Nadat dit mislukte steunde hij Guido in de strijd tegen Berengarius van Friuli om de kroon van Italië. Anskar steunde ook Bosso van Provence in zijn poging om een zelfstandig koninkrijk te vormen. Na Guido’s overwinning stelde deze de mark Ivrea in en benoemde Anskar tot markgraaf.

In 894 verdedigde hij de Alpenpassen tegen koning Arnulf van Oost-Francië. Na de dood van Guido steunde hij diens zoon Lambert van Spoleto tegen de pogingen van Arnulf om koning van Italië te worden. Later werd hij adviseur van koning Berengar I. Anskar deed grote schenkingen aan de abdij van Bobbio.

Anskar was getrouwd met Volsia van Susa. Van hen is een zoon bekend: 

  • Adalbert van Ivrea

Adalbert van Ivrea

(ca. 875 – tussen 17 juli 923 en 8 oktober 924) was een belangrijke edelman in Noord-Italië in het begin van de tiende eeuw.

Zijn vader was een belangrijke steunpilaar voor koning Berengarius en Adalbert trouwde vermoedelijk in 899 met Berengarius’ dochter Gisela (ca. 880 – 13 juni 910). In 901 volgde Adalbert zijn vader op als markgraaf van Ivrea, waardoor hij verantwoordelijk werd voor de verdediging van de grenzen met Bourgondië en Provence. Ook werd hij graaf van Parma.

In 905 steunde Adalbert de tweede poging van Lodewijk van Provence om koning te worden van Italië, ten koste van zijn schoonvader. Toen Berengarius Lodewijk had verslagen, werd Adalbert verbannen en vestigde zich in Bourgondië. In 920 steunde hij Rudolf II van Bourgondië in zijn poging om koning van Italië te worden. Berengarius wist zijn tegenstanders te verrassen door de hulp van Hongaarse bendes te vragen. Adalbert werd door de Hongaren gevangengenomen, maar omdat hij zijn kostbaarheden had afgelegd en zich eenvoudig had gekleed, werd hij niet herkend en kon hij zich voor een klein losgeld vrijkopen. Uiteindelijk wisten Adalbert, Rudolf en bisschop Lambert van Milaan, op 29 juli 923 Berengarius te verslaan in de Slag bij Firenzuola. Na de overwinning van Rudolf werd Adalbert in zijn functies hersteld.

Adalbert en zijn tweede echtgenote Ermengarde van Lucca († na 932), dochter van Adalbert II de Rijke van Toscane en Bertha van Lotharingen, hoorden bij de belangrijkste raadgevers van koning Rudolf.

Adalbert en Gisela hadden de volgende kinderen:

  • Berengarius II, koning van Italië.
  • Bertha, abdis van Modena

Adalbert en Ermengarde hadden de volgende kinderen:

  • Anscar van Ivrea
  • Adalbert van Pombia.

Ermengarde werd als weduwe een van de machtigste figuren in Italië en zou een zeer losbandig leven hebben geleid.

Berengarius II van Italië

(ca. 900 – Bamberg, 6 augustus 966) was van 950 tot 963 koning van Italië maar moest zich daarna onderwerpen aan Otto I de Grote. Hij bleef proberen om een onafhankelijke politiek te voeren en werd uiteindelijk in 960 verbannen naar Bamberg.

Na het overlijden van zijn vader Adalbert van Ivrea in 923/924, werd Berengar een van de machtigste edelen in het noorden van Italië. Hij was graaf van Milaan en markgraaf van Ivrea, Piëmont en Lombardije. Hij was een belangrijke vazal van koning Hugo van Arles en trouwde met diens nicht Willa (912 – na 966). In 926 vocht hij voor Hugo tegen Rudolf II van Bourgondië toen die tevergeefs probeerde om voor de tweede keer koning van Italië te worden. Tot 945 bleef het relatief rustig in Italië. In dat jaar vertrouwde Hugo (die tegen die tijd overal samenzweringen vreesde) de machtspositie van Berengar en zijn broer Anskar (hertog van Spoleto) niet meer. Hugo liet Anskar vermoorden en nodigde Berengar uit aan het hof, met het doel om hem de ogen uit te steken. Hugo’s zoon Lotharius waarschuwde Berengar die naar Duitsland kon vluchten. Met toestemming van Otto I verzamelde hij een leger in Zwaben. Daarmee keerde Berengar terug naar Italië en versloeg Hugo. Lotharius werd tot koning gekroond maar Berengar werd de sterke man achter de troon.

In 950 overleed Lotharius en Berengar liet zichzelf op 15 december te Pavia tot koning kronen, zijn zoon Adalbert werd tot medekoning gekroond. Berengar en Willa wilden dat Lotharius’ weduwe Adelheid met Adalbert zou trouwen, zij weigerde dat en werd zo gevangengezet in Garda. Zij wist te ontsnappen en vroeg koning Otto I om hulp, en trouwde uiteindelijk met hem. Dit was de aanleiding voor Otto I om Italië binnen te vallen en zich de Italiaanse troon toe te eigenen, zonder de gebruikelijke koningsverkiezing. Berengar vluchtte naar San Marino maar ging later in op onderhandelingen. Op 7 augustus 952 erkende Berengar te Augsburg het gezag van Otto en nam genoegen met de positie van onderkoning van Italië. Friuli en het strategische markgraafschap Verona bleven echter onder Duitse controle.

Toen Otto’s oudste zoon Liudolf van Zwaben tegen zijn vader in opstand kwam, gaf dit Berengar de gelegenheid om Verona en Friuli weer te bezetten. In 957 verzoenden Liudolf en Otto zich weer en Liudolf trok naar Italië om orde op zaken te stellen. Berengar werd gevangengenomen maar omdat Liudolf korte tijd later overleed, werd Berengar weer vrijgelaten en kon hij zijn positie hernemen. Toen Berengars zoon Wido in 959 Spoleto veroverde voelde de paus zich zo in het nauw gebracht dat hij, samen met enkele edelen, Otto vroeg om in te grijpen. In 961 trok Otto naar Italië en kon Berengar eenvoudig verdrijven omdat die door zijn troepen in de steek werd gelaten. Berengar en Willa zochten hun toevlucht in de vesting San Leone, bij Urbino, in de Kerkelijke Staat. Otto liet deze situatie voortduren tot 963 en toen zette hij de paus af en nam Berengar en Willa gevangen. Berengar werd verbannen naar Bamberg en werd na zijn overlijden met koninklijke eer begraven in Regensburg.

Berengar trouwde met Willa III van Toscane, dochter van Boso III van Arles (broer van Hugo) en Willa van Bourgondië. Berengar en Willa hadden de volgende kinderen:

  • Adalbert
  • Wido
  • Koenraad van Milaan. Erkende in 965 het gezag van Otto en werd benoemd tot markgraaf van Ivrea.
  • Gisela
  • Gerberga
  • Rosala van Ivrea
  • Bertha

Willa trad na het overlijden van Berengar in een klooster.

Rosala van Ivrea 

(ca. 950 – 26 januari 1003) Ook bekend als Suzanna van Italië. In haar jeugd was ze hofdame van keizerin Adelheid. In 968 huwde zij met graaf Arnulf II van Vlaanderen en werd de moeder van:

  • Mathilde (-995)
  • Boudewijn IV van Vlaanderen (980-1035)

Na het overlijden van Arnulf hertrouwde Rosala in 988 met de Franse kroonprins Robert de Vrome, die zeker twintig jaar jonger was dan zij. Het huwelijk was tegen de zin van Robert maar overeenkomstig de wil van zijn vader Hugo Capet, wiens oog op Vlaanderen was gevallen. Zij bracht een mooie bruidsschat mee: Montreuil-sur-Mer en Ponthieu.

Montreuil-sur-Mer

Is ontstaan op een heuvel die veertig meter boven de vallei van de Canche uittorent. De plaats ontstond uit een klein klooster, Monasteriolum, en heeft hieraan ook zijn naam te danken. De plaats was strategisch gelegen en lag bovendien gunstig aan een belangrijke weg. Al aan het einde van de negende eeuw werd Montreuil versterkt. In 987 kwam Montreuil toe aan het Franse kroondomein en tot 1204 was het de enige zeehaven in het gebied van de Franse koningen. Koning Filips II liet een machtige koninklijke burcht bouwen om de belangrijke haven te verdedigen. Hij liet ook de stadsmuur versterken. Dankzij de lakenhandel ging het de stad ook economisch voor de wind.

Ponthieu

Is voortgekomen uit de “Pontegouw”, en na waarschijnlijk enige tijd de status van heerlijkheid te hebben gehad werd het land een graafschap. Ponthieu was in personele unie verbonden met het graafschap Montreuil. In 948 veroverde Arnulf I van Vlaanderen Ponthieu, Oosterbant, Artesië en de Amiénois (Amiens), zodat Vlaanderen tot over de Somme reikte. Uiteindelijk gingen de gebieden in 996 weer verloren aan de Franse kroon, en koning Hugo Capet beleende zijn gunsteling Hugo I van Ponthieu ermee.

Tijdens de Honderdjarige Oorlog werd Ponthieu bezet door Engelse, Bourgondische en Vlaamse troepen. Bij de Vrede van Calais in 1360 stond de Franse koning Aquitanië, Ponthieu en Calais af, waarvoor in ruil de Engelse koning zijn aanspraken op de Franse kroon liet vallen. In een latere fase van de oorlog ontstond er onenigheid tussen de Engelsen en Bourgondiërs, en besloot hertog Filips de Goede met Frankrijk vrede te sluiten (Atrecht 1435), waarbij de Somme-steden Ponthieu en Amiénois, het graafschap Boulogne, Vermandois en Auxerre werden ingelijfd bij het Bourgondische rijk. Ten tijde van de Bourgondische Successieoorlog werden deze gebieden heroverd door de Fransen, wat erkend werd met de Vrede van Atrecht (1482). Ponthieu en buurlanden gingen op in de nieuwe provincie Picardië.

Na de dood van zijn vader verstootte Robert spoedig zijn echtgenote onder het voorwendsel dat ze te oud was om nog kinderen te krijgen. Hij trouwde met Bertha van Bourgondië en Rosala trok zich terug in Vlaanderen.

Er ontstond een conflict tussen Vlaanderen en de koning omdat die weigerde Montreuil terug te geven, zijn enige “eigen” zeehaven. Na een periode waarin Vlaanderen de tegenstanders van de koning had gesteund, werd een compensatie overeengekomen. Rosala had een belangrijk aandeel in het bestuur van Vlaanderen en overleed in 1003. Ze werd begraven in de Sint-Pietersabdij te Gent.

Door Eric