Boudewijn II van Henegouwen

(ca. 1056 – overleden in Anatolië, na 8 juni 1098), was graaf van Henegouwen van 1071 tot aan zijn dood. Hij stond aan het begin van de tweede stamreeks die via de graven van Henegouwen naar Hendrik Zwart loopt.

Door het tweede huwelijk van zijn moeder Richilde van Henegouwen met zijn vader Boudewijn VI van Vlaanderen waren Vlaanderen en Henegouwen verenigd. Na de dood van zijn vader greep diens broer Robrecht I de Fries de macht in Vlaanderen.

Arnulf, de eerstgeborene van Boudewijn VI, probeerde Vlaanderen terug te winnen maar werd verslagen en gedood in de Slag bij Kassel. Boudewijn, toen nog minderjarig, werd zo de opvolger en zijn moeder trad op als zijn regent. Zij accepteerde bisschop Theoduinus van Luik als haar leenheer die haar hielp om Henegouwen te behouden. Hiermee had Henegouwen de rijksvrijheid verloren. Boudewijn en Richilde ondernamen militaire en diplomatieke pogingen om Vlaanderen terug te winnen maar hadden geen succes. In 1076 trad Richilde terug en regeerde Boudewijn zelfstandig.

In 1081 stichtten Boudewijn en zijn moeder de benedictijner Abdij van Saint-Denis-en-Broqueroie nabij Bergen, die zij rijk begiftigen.

In 1085 deed Boudewijn nog eens een serieuze poging om Vlaanderen te veroveren. Hij bracht met hulp van zijn oom Willem de Veroveraar een leger bijeen maar werd verslagen in een veldslag bij Broqueroie. Boudewijn moest zich toen bij de bestaande situatie neerleggen.

Boudewijn besloot deel te nemen aan de Eerste Kruistocht en verkocht, om de onderneming te financieren, het kasteel van Couin voor 50 zilvermarken en 1 pond goud aan de bisschop van Luik. Zijn neef Robrecht II van Jeruzalem, graaf van Vlaanderen, nam ook deel aan deze kruistocht. Na de verovering van Antiochië werd Boudewijn ermee belast om dit nieuws aan keizer Alexios I Komnenos te brengen. Onderweg naar Constantinopel werd hij echter overvallen en vermoord.

Boudewijn huwde in 1084 met Ida van Leuven (ca. 1065 – 1139), dochter van Hendrik II en Adela van de Betuwe, hun kinderen waren:

  • Ida.
  • dochter, getrouwd met Diederik van Avesnes
  • Boudewijn (III).
  • Arnold, gehuwd met Beatrix van Aat, ouders van Eustatius, gehuwd met Maria erfdochter van Roeulx, overleden in Palestina.
  • Lodewijk
  • Simon
  • Hendrik
  • Willem
  • Richilde, gehuwd met (1115-1118) met Amalrik III van Montfort, graaf van Évreux, gescheiden wegens bloedverwantschap.
  • Aleida, gehuwd met Nicolaas II van Rumigny als zijn tweede echtgenote, ze kregen 8 kinderen.
  • Na het bericht van de dood van haar man trok Ida van Leuven persoonlijk naar Anatolië om zijn lichaam te zoeken en meer over de omstandigheden van zijn dood te weten te komen. Zij had geen succes.
  • Ida van Leuven was een achterkleindochter van Lambert I van Leuven (blz 115), die dus via drie stamreeksen van voorouders van Hendrik Zwart uit Enkhuizen terug te vinden is.

Boudewijn IV van Henegouwen

(ca. 1110 — Bergen, 2 november 1171), bijgenaamd de Bouwer, was graaf van Henegouwen van 1120 tot aan zijn dood. Aanvankelijk, als minderjarige zoon van Boudewijn III, regeerde hij tot 1127 onder het regentschap van zijn moeder, Yolanda van Gelre.

In 1127 trouwde Boudewijn met Adelheid van Namen (ca. 1110 – juli 1169, begraven te Bergen), dochter van graaf Godfried van Namen en Ermesinde van Luxemburg. Daarbij werd overeengekomen dat indien het Huis Namen geen erfgenamen zou hebben, Boudewijn en Adelheid de Naamse goederen zouden erven.

Nog in 1127 werd de Vlaamse graaf Karel de Goede vermoord. Boudewijn greep dit voorval aan om de aanspraken van zijn familie op Vlaanderen weer te doen gelden (achterkleinzoon van Boudewijn VI van Vlaanderen). Hij bezette Oudenaarde en Ninove. De koning van Frankrijk wees echter Willem Clito aan als graaf van Vlaanderen. Boudewijn kon niet anders doen dan de bezette gebieden verwoesten en zich weer terug te trekken. Uiteindelijk wist Diederik van de Elzas, in naam van zijn moeder, graaf van Vlaanderen te worden. Boudewijn probeerde weer om Vlaanderen aan te vallen maar werd in 1128 verslagen door Diederik.

Diederik van de Elzas nam deel aan de Tweede Kruistocht en Boudewijn probeerde hiervan gebruik te maken door opnieuw Vlaanderen aan te vallen. Diederiks vrouw Sybille van Anjou wist echter stand te houden. Er volgde een paar jaar van verwoestingen en plundertochten. Na thuiskomst van Diederik werd in 1151 een vrede gesloten tussen Vlaanderen en Henegouwen en werd afgesproken dat die vrede door een huwelijk zou worden bezegeld.

Boudewijn richtte zich nu op andere mogelijkheden om zijn bezit uit te breiden. In 1158 kocht hij het land waar hij Aat zou stichten van Gilles van Trazegnies. In 1159 verwierf hij Chimay en in 1160 verwierf hij de burggraafschappen Valencijn en Oosterbant. Zijn zwager Hendrik I van Namen, die ook hertog van Luxemburg was, was kinderloos en benoemde Boudewijn in 1163 tot zijn erfgenaam als dat zo zou blijven – maar Hendrik zou in 1186, op 72-jarige leeftijd, nog een dochter krijgen.

In 1169 vond dan het huwelijk plaats tussen Boudewijns zoon Boudewijn V en Margaretha van de Elzas, dochter van Diederik van Elzas die uiteindelijk erfgename van Vlaanderen zou worden. Na de bruiloft in het kasteel van Le Quesnoy nam Boudewijn IV zijn gasten mee naar Valenciennes om het paleis te tonen dat hij daar liet bouwen. Het gezelschap maakte een lelijke val toen de steiger waar het op stond bezweek. De gasten kwamen er vanaf met licht verwondingen, maar Boudewijn brak zijn beide dijbenen. Hij overleefde het ongeluk nog meer dan een jaar voordat hij in Bergen overleed. Boudewijn is begraven in het Mariaklooster van Binche.

Zijn bijnaam kreeg Boudewijn IV vanwege de versterkingen die hij langs de grens van Henegouwen met Brabant en Vlaanderen liet aanbrengen, zoals het kasteel Burbant in Aat, de ommuring van steden als Bergen en Le Quesnoy en de bouw van kerken zoals de Waltrudiskerk in Bergen.

Boudewijn V van Henegouwen 

ca. 1150 – Bergen (Henegouwen, België), 17 december 1195), bijgenaamd de Moedige, was als Boudewijn V graaf van Henegouwen (1171–1195), als Boudewijn I markgraaf van Namen (1188–1195) en als Boudewijn VIII graaf-gemaal van Vlaanderen (1191–1194).

Hij was de zoon van graaf Boudewijn IV van Henegouwen en Adelheid van Namen, dochter van Godfried van Namen, en verwierf in zijn tijd aanzienlijke invloed in het politieke leven van West-Europa. Boudewijn was in april 1169 getrouwd met Margaretha van de Elzas, zuster van Filips van de Elzas, graaf van Vlaanderen. Hiermee werd de vrede definitief die een einde had gemaakt aan een vete tussen de graven van Vlaanderen en Henegouwen die een eeuw had geduurd. In 1171 volgde Boudewijn zijn vader op als graaf van Henegouwen. In 1180 arrangeerde de kinderloze Filips een huwelijk tussen Boudewijns dochter Isabella en Filips II van Frankrijk. Isabella kreeg van haar oom het graafschap Artesië mee als bruidsschat.

Boudewijn had bereikt dat zijn rijke en machtige oom Hendrik de Blinde, graaf van Namen en Luxemburg, die kinderloos was, hem tot erfgenaam had aangewezen. Maar Hendrik hertrouwde op hoge leeftijd met een jonge vrouw en kreeg bij haar alsnog een dochter, die hij in plaats van Boudewijn aanwees als erfgename. Boudewijn beschouwde dit als een inbreuk op de gemaakte afspraken en begon een oorlog met zijn oom. Hendrik kreeg steun van hertog Godfried III van Leuven, hertog Hendrik III van Limburg, graaf Floris III van Holland en een aantal kleinere heren, maar toch wist Boudewijn hem te verslaan. Keizer Frederik I van Hohenstaufen trad op als arbiter en bepaalde dat Boudewijn Namen zou erven en de status van rijksvorst zou krijgen, dat de dochter van Hendrik Longwy, La Roche-en-Ardenne en Durbuy zou erven en dat het graafschap Luxemburg terug zou vallen aan de Duitse kroon.

Door zijn huwelijk met Margaretha, erfgename van de kinderloze graaf van Vlaanderen Filips van de Elzas, had Boudewijn ook een aanspraak op Vlaanderen. Koning Filips II van Frankrijk was echter van plan om het graafschap aan de kroon te laten terugvallen. Toen Filips van de Elzas in 1191 in het Heilige Land overleed, had het nieuws lange tijd nodig om Europa te bereiken. Boudewijns kanselier, Giselbert van Bergen, was in Italië toen hij het nieuws hoorde. Het lukte hem om Boudewijn te informeren voordat het nieuws koning Filips bereikte. Boudewijn had nu gelegenheid om Vlaanderen binnen te trekken en zijn vrouw als gravin te laten erkennen, voordat Filips II in actie kon komen. Uiteindelijk accepteerde Filips II de situatie in ruil voor 5000 zilveren marken en bovendien Atrecht, Lens, Sint-Omaars en Boulogne.Uit dit gebied zou veertig jaar later het graafschap Artesië ontstaan.

In 1194 wist hij zijn aanspraken op Namen veilig te stellen met zijn overwinning in de Slag bij Noville, waarbij hij hertog Hendrik III van Limburg en diens zoon wist gevangen te nemen.  Bij de dood van zijn vrouw Margaretha (15 november 1194) deed hij afstand van het graafschap Vlaanderen ten voordele van zijn oudste zoon Boudewijn.

Boudewijn is begraven in de Sint-Waltrudiskerk van Bergen.
 

Boudewijn VI Van Henegouwen, Boudewijn XI Van Vlaanderen

(Valencijn, juli 1171 – Bulgarije, 1205) was als Boudewijn IX graaf van Vlaanderen van 1194 tot 1205, als Boudewijn VI graaf van Henegouwen van 1195 tot 1205, en als Boudewijn I  in de jaren 1204 en 1205 de eerste keizer van het Latijns Keizerrijk van Constantinopel.

Hij was de oudste zoon van graaf Boudewijn V van Henegouwen en van Margaretha van de Elzas, zus en erfgename van Filips van de Elzas, graaf van Vlaanderen.

Hij trouwde in 1186 met Maria, dochter van Hendrik I van Champagne. Bij de dood van zijn moeder (15 november 1194) werd hij graaf van Vlaanderen en na het overlijden van zijn vader (17 december 1195) erfde hij ook het graafschap Henegouwen.

Aldus waren beide graafschappen weer voor het eerst verenigd sinds Robrecht I de Fries zijn voorganger Arnulf III van Vlaanderen had verslagen.

Als jonge man sloot Boudewijn zich aan bij koning Filips II van Frankrijk en vocht met hem tegen Richard I van Engeland in de veldslagen van Issoudun en Aumale. Toen hij zelf aan de macht was gekomen veranderde hij zijn beleid echter en sloot in 1197 een verbond met Richard in diens hoofdzetel Kasteel Gaillard. Vervolgens veroverde Boudewijn het grootste deel van het graafschap Artesië (Artois). In 1191 had zijn vader, graaf Boudewijn de Moedige de rechten op Atrecht, Lens, Sint-Omaars en Boulogne (het latere graafschap Artesië) afgestaan aan Filips II August van Frankrijk om diens toestemming te verkrijgen als graaf te worden erkend.

Boudewijn steunde (1198) de verkiezing van Otto IV van Brunswijk tot Duitse koning en verwierf (1199) het graafschap Namen. Bij de Vrede van Péronne (1200) werd Filips verplicht een deel van Artesië terug te geven.

Op 23 februari 1200 legden Boudewijn en zijn echtgenote Maria van Champagne in de Sint-Donaaskerk te Brugge de kruisvaartgelofte af. Op 14 april 1202 verliet Boudewijn zijn graafschap om zich aan te sluiten bij de vierde Kruistocht. Maria was zwanger en bleef daarom achter als regentes.

In november 1199 nam Boudewijn deel aan een toernooi in het kasteel van Ecry, georganiseerd door Theobald III van Champagne. Gegrepen door een vlaag van vroomheid, besloten de aanwezige ridders hun spelen te beëindigen en het Heilige Land te heroveren. De kruisridders vonden de Venetiaanse vloot bereid om hen over te zetten en proviand te verschaffen in ruil voor de helft van de buit die ze zouden maken.

De vierde kruistocht was in de greep van de economische belangen van de Republiek Venetië.

Daarom nam Boudewijn eerst deel aan de verovering van Zadar, een opkomende concurrent van Venetië. Vervolgens trokken de kruisvaarders naar Constantinopel om in 1203 de pro-Venetiaanse Alexios IV Angelos te helpen om keizer te worden. Alexios werd in 1204 door een binnenlandse staatsgreep verdreven en dat was voor de kruisvaarders aanleiding om de stad te bestormen en te plunderen. Zij boden de keizerskroon aan de Doge van Venetië, Enrico Dandolo, maar die weigerde. Daarop kozen ze een keizer uit hun midden. Een commissie bestaande uit zes kruisvaarders en zes Venetianen verkoos Boudewijn op 9 mei 1204 unaniem tot keizer, boven Bonifatius I van Monferrato. Deze laatste stond voor de Venetianen te dicht bij hun aartsrivaal Genua. Op 16 mei werd Boudewijn gekroond in de Hagia Sophia. Hij kreeg de stad Constantinopel en de gebieden ter weerszijden van de Bosporus en de Dardanellen toegewezen als persoonlijk bezit, naast enkele eilanden. Het grootste gebied, soms nog onveroverd, viel toe aan de Venetianen.

Als keizer probeerde Boudewijn samen met de paus om het Oosters Schisma te beëindigen. Politiek werd hij geconfronteerd met Bonifatius van Monferrato, die een zelfstandig koninkrijk vestigde rond Thessaloniki. Een onderlinge oorlog tussen de kruisvaarders kon met veel moeite worden voorkomen. In 1205 kwam de Griekse bevolking van Thracië in opstand en veroverde met Bulgaarse steun Adrianopel. Boudewijn belegerde de stad maar werd in april verslagen. Hij werd gevangengenomen en was sindsdien spoorloos. In 1206 ontving de paus een brief uit Bulgarije waarin werd medegedeeld dat Boudewijn was overleden. Zijn broer Hendrik volgde hem op als keizer.

Volgens de lokale folklore in Veliko Tarnovo, hoofdstad van het Tweede Bulgaarse Koninkrijk, werd Boudewijn gevangengezet in een toren in de muur van de vesting Tsarevets. Dit torentje is nog altijd (in herstelde staat) te zien en wordt lokaal Boudewijns Toren genoemd. Alberik van Trois-Fontaines verhaalt voorts dat Boudewijn de avances van een Bulgaarse koningin afsloeg, die hem prompt van poging tot verkrachting beschuldigde en hem liet executeren. De Bulgaarse vorst Joannitsa zou opdracht hebben gegeven Boudewijns lichaam in stukken te hakken en aan de honden te voederen. De honden zouden echter geweigerd hebben zijn lichaam te eten. Volgens verhalen zou de tsaar van Bulgarije Kaloyan uit zijn schedel wijn hebben gedronken zoals ook gebeurde met de Byzantijnse keizer Nikephoros I na de Slag bij Pliska.

Boudewijn I, eerste keizer van Constantinopel

Twintig jaar later verscheen er in Vlaanderen een kluizenaar ten tonele die beweerde de verloren gewaande Boudewijn te zijn. Deze Valse Boudewijn (waarschijnlijk ene Bertrand van Rais) slaagde erin enige volgelingen om zich heen te verzamelen, maar werd uiteindelijk ontmaskerd en in 1225 als bedrieger terechtgesteld.

Margaretha II, Gravin van Vlaanderen en Henegouwen

Margaretha II was de dochter van Boudewijn IX van Vlaanderen en Henegouwen en Marie van Champagne. Haar vader werd in 1204 ook Keizer van Constantinopel (het huidige Istanbul, Turkije). Na het overlijden van haar moeder in 1204 en het verdwijnen van haar vader in april 1205 liet de Franse koning Filips II haar met haar zuster Johanna in 1208 op 6-jarige leeftijd naar het hof in Parijs overbrengen om haar te onttrekken aan anti-Franse invloeden in Vlaanderen.

Bij haar terugkeer in 1212 werd tienjarige Margaretha toevertrouwd aan de Henegouwse twintigjarige ridder Burchard van Avesnes, met wie zij in hetzelfde jaar trouwde. Na een klacht van gravin Johanna veroordeelde paus Innocentius III het huwelijk tijdens het Vierde Lateraans Concilie in 1215), op grond van het feit dat Burchard subdiaken was gewijd en dus tot de geestelijke stand behoorde. Maar de echtelieden scheidden voorlopig nog niet.

Pas in 1222 verliet Margareta haar echtgenoot en trouwde op haar eenentwintigste in het najaar van 1223 met Willem van Dampierre (1196-1231), een ridder uit de Champagnestreek.

Margaretha II verwierf de bijnaam “De Zwarte Dame” toen zij  haar kinderloze zuster Johanna in 1244 opvolgde als gravin van Vlaanderen en Henegouwen en haar eerste echtgenoot Burchard van Avesnes liet doden.

In 1246 benoemde zij haar zoon Willem tot enige erfgenaam. Daarop begon de Vlaams-Henegouwse Successieoorlog, een conflict tussen de kinderen uit Margaretha’s beide huwelijken, de Avesnes en de Dampierres.

De Franse koning Lodewijk IX werd in 1246 met de arbitrage belast. Hij wees Vlaanderen toe aan haar zoon Gwijde van Dampierre en Henegouwen aan haar zoon Jan van Avesnes, feitelijk later haar kleinzoon Jan I van Avesnes. Niettemin bleef de vete tussen de beide huizen voortwoeden, zelfs tot in de 14e eeuw. Margaretha zelf stond heel de tijd aan de zijde van de ‘Vlaamse’ Dampierres.

De ‘Henegouwse’ Avesnes verbonden zich door het huwelijk van Jan van Avesnes met Aleid van Holland met de Hollandse graven.

De moeder van Margaretha was dus Marie van Champagne. Zij was de dochter van Henri I de Champagne en Marie de France, die de dochter was Koning Louis VII “de Jongere” van Frankrijk uit zijn huwelijk met Alienor D’Aquitaine. Louis (Lodewijk) VII was de directe voorvader van Zonnekoning Louis XIV, maar de lijn naar Hendrik Zwart uit Enkhuizen loopt dus via zijn dochter Marie.

Door Eric