Het huis Avesnes was een adellijk middeleeuws geslacht uit Henegouwen. De naam verwijst naar een van de plaatsjes met de naam Avesnes, die nu in Noord-Frankrijk liggen. In het Nederlands is dit huis bekend als Avennes. Avesnes-sur-Helpe werd in de 11e eeuw gesticht door Wederik met de Baard. Een verre nazaat van hem Jacob van Avesnes (heer van Avesnes van 1171-1191) had meerdere kinderen waardoor de familie zich splitste in twee takken; De Tak Saint-Pol, die ontstond door het huwelijk van Maria van Avesnes met Hugo V van Saint-Pol. De tak die leidt naar Hendrik Zwart uit Enkhuizen is echter de Hollandse tak (1182-1345). Deze tak begon bij Burchard van Avesnes (geboren in 1182). Hij was de derde zoon van Jacob van Avesnes. Deze tak bestond langer dan de hoofdtak, namelijk tot 1345. De dertigjarige Burchard trouwde in 1212 met de 10-jarige Margaretha II van Vlaanderen. Door dit huwelijk bracht hij zijn familie binnen in de hogere politieke kringen en Burchard kan dus als stamvader van het huis gezien worden. Echter, door de moeilijke ontstaansgeschiedenis van het huis was de geschiedenis van dit huis niet zonder problemen. Daarover verder op deze pagina meer.

Wederik I Van Avesnes

(ca. 994 – 1038) Zoon van Guerry van Morvois en  Ava van Ostrevant. Bijgenaamd “De Rode”. Wederik was in het begin van de 11e eeuw een gevreesd vazal van Reinier V van Henegouwen in het gebied van Avesnes-sur-Helpe.

Wederik de Rode was een avonturier, die al plunderend rondtrok over Vlaanderen en Henegouwen. Hij maakte onder meer Geraardsbergen, Lessen, Aalst en Chièvres afhandig van zijn schoonvader. Om hem te neutraliseren stond de graaf van Henegouwen aan Wederik de Rode de streek rond Avesnes-sur-Helpe toe.

Wederik de Rode was gehuwd met Jolande van Gent. Zij hadden één zoon:

Wederik II van Avesnes

(ca. 1020 – 1076), bijgenaamd “met de Baard”, was een zoon van Wederik de Rode. Wederik vestigde zich in Grand-Fayt en liet er een kasteel bouwen. Rond 1066 liet hij ook een vesting bouwen in Avesnes-sur-Helpe en verwierf daartoe ook een aantal bezittingen van de abdij van Liessies. Hierover was een hooglopend conflict tussen Wederik en de monniken. De monniken openden zelfs de tombe van Hiltrude, dochter van de stichter, en nemen haar in lood verpakte testament daaruit om hun rechten te kunnen bewijzen. Wederik pakte het testament van de monniken af en werpt het in het vuur. Later kreeg hij echter berouw en werd uiteindelijk zelfs in de abdij van Liessies begraven.

Wederik was gehuwd met een onbekende vrouw en was de vader van:

  • Diederik
  • mogelijk Gerard
  • Ada (1054-1076), gehuwd met Fastrad I van Oisy.

Ada van Avesnes, Van Oisy

Fastraad II van Oisy 

(ca. 1070 – na 1111) was een jongere zoon van Fastraad I van Oisy en van Ada van Avesnes. Fastraad was voogd van Doornik en heer van Avesnes, Leuze en Condé, in opvolging van zijn broer Gozewijn. Uit zijn huwelijk met Richildis kreeg hij de volgende kinderen:

  • Wouter I van Avesnes
  • Sara, gehuwd met Gozewijn
  • Aelis, gehuwd met Arnold van Hamaide

Wouter I van Avesnes 

(Gauthier d’Avesnes) ca. 1100 – 1147), de Schone, was een zoon van Fastraad II van Oisy. Hij was heer van Avesnes, Leuze en Condé. Wouter was gehuwd met Ida van Mortagne. Wouter was de eerste die zich van Avesnes noemde. Hij werd de vader van:

  • Diederik, gehuwd met Richildis, dochter van Boudewijn II van Henegouwen. Er zijn echter bronnen die suggereren dat Diederik voor 1106 is overleden. Dit is qua chronologie moeilijk in te passen in de generaties, behalve als hij als klein kind al is getrouwd en kort daarop is overleden. Dat verklaart dan ook waarom hij geen kinderen heeft.
  • Nicolaas
  • Ivo
  • Evrard, 1145 kanunnik te Doornik, 1150 aartsdeken van Doornik en Cambrai, 1173 bisschop van Doornik
  • Petronella (ovl. na 1174), gehuwd met Jan I van Petegem (ovl. voor 1154) en met Rogier van Landas
  • Goswin
  • Fastraad
  • en nog drie onbekende dochters.

Nicolaas d’Oisy

Nicolaas van ‘Oisy, heer van Avesnes, bijgenaamd le Beau (“de Schone”) (ca. 1130 – ca. 1170), was een zoon van Walter I, heer van Avesnes en zijn vrouw, Ada van Doornik. Hij was heer van Avesnes, Leuze en Condé. Hij bouwde kastelen in Landrechies en Condé.

Nicolaas was getrouwd met Mathilde de la Roche, de weduwe van Thierry de Walcourt. Zij was de dochter van Hendrik I van la Roche (ca. 1100 – 1126), graaf van la Roche en voogdes van Stavelot en Malmedy en zijn vrouw, Mathilde van Limburg. Haar grootvader van vaderskant was Albrecht III, graaf van Namen; haar grootvader van moederskant was Hendrik, hertog van Neder-Lotharingen.

Zij kregen de volgende kinderen:

  • Jacobus van Avesnes, volgde zijn vader op en stierf tijdens de Derde Kruistocht
  • Ida († ca. 1205), gehuwd met Ingelram, graaf van Sint-Pol en vervolgens kastelein Willem IV van Sint-Omaars
  • Fastrad, bewaker van de abdij van La Flamengerie. Hij had drie kinderen, van wie Jacobus bisschop van Doornik werd
  • een dochter
  • mogelijk Radulf

Jacobus van Avesnes

Jacobus van Avesnes (1152 – 7 september 1191) was een zoon van Nicolaas van Oisy, heer van Avesnes en Mathilde de la Roche. Hij was vanaf 1171 heer van Avesnes, Condé en Leuze. In november 1187 sloot Jacobus zich aan bij de Derde Kruistocht als leider van een detachement Franse, Vlaamse en Friese kruisvaarders dat rond 10 september 1189 per schip aankwam aan de Palestijnse kust bij Akko. Jacobus en zijn mannen kwamen als militaire versterkingen voor het beleg van Akko. Terwijl hij zijn contingent soldaten leidde, waren de andere belangrijkste leiders van het beleg Guy van Lusignan en Hendrik van Champagne, geen van beiden verwierf een dominante positie bij het leiden van het beleg. 

In de Slag bij Arsuf werd Jacobus uit zijn zadel gegooid en, na vijftien vijandelijke krijgers te hebben gedood, werd hij zelf neergemaaid. De volgende dag vond een zoekgroep van Hospitaalridders en Tempeliers zijn lichaam op het slagveld. Het werd teruggebracht naar Arsuf en daar begraven tijdens een ceremonie die werd bijgewoond door Richard Leeuwenhart en Gwijde van Lusignan. 

Hij huwde met Adela (-1185), dochter van Bouchard van Guise, en was de vader van:

  • Walter II van Avesnes
  • Jacobus, heer van Landrecies
  • Willem (gestorven in 1219)
  • Bouchard IV van Avesnes
  • Mathilde, gehuwd met (1) Nicolaas IV van Rumigny en (2) Lodewijk IV van Chiny
  • Adelheid, gehuwd met Rogier van Rosoj (-1246)
  • Ida (1180-1216), gehuwd met Engelbert IV van Edingen
  • Adela, gehuwd met (1) Hendrik III van Grandpré en (2) Ralph, graaf van Soissons

Bouchard IV van Avesnes

Bouchard IV (1182 – 1244) was heer van Avesnes en Étrœungt. Hij was de zoon van Jacobus van Avesnes en Adela van Guise en een broer van graaf Walter van Blois. 

Bouchard begon zijn carrière als cantor en subdiaken in de kerk van Laon. In 1212 werd hij benoemd tot baljuw van Henegouwen. In die hoedanigheid was hij tutor en voogd van de jonge Margaretha, de zus van Johanna, gravin van Vlaanderen en Henegouwen. Hij trouwde later met Margaretha in 1212, hoewel ze slechts tien jaar oud was en het huwelijk niet kon worden geconsumeerd. Noch Johanna, noch graaf Ferdinand gaven hun toestemming en probeerden het huwelijk te laten stoppen, maar dat mislukte. 

Bouchard leefde een oorlogszuchtig leven. Hij viel het grondgebied van zijn broer Walter binnen, die het grootste deel van hun patrimonium had ontvangen. Vervolgens viel hij Vlaanderen binnen en dwong Johanna en Ferdinand zijn huwelijk met Margaretha te erkennen. Vervolgens vocht hij in de Slag bij Bouvines in 1214, onder de (verliezende) Vlaamse vlag. Filips Augustus, de koning van Frankrijk en overwinnaar van Bouvines, adviseerde vervolgens de paus, Innocentius III, om het huwelijk van Bouchard en Margaretha onwettig te verklaren. Innocentius excommuniceerde Bouchard uiteindelijk op 19 januari 1216. Ze zochten hun toevlucht in Luxemburg. In 1219 werd Bouchard gevangen genomen in de strijd en zou hij twee jaar gevangen worden gezet in Gent. Om zijn vrijlating te verkrijgen, accepteerde Margaretha de ontbinding van het huwelijk en Bouchard vertrok naar Italië om voor de Heilige Stoel te vechten. Bij zijn terugkeer werd hij op bevel van Johanna in Rupelmonde onthoofd.

Bouchard en Margaretha kregen drie kinderen, die een belangrijke rol speelden in de Successieoorlog van Vlaanderen en Henegouwen:

  • Boudewijn (1217-1219) zocht zijn toevlucht bij zijn ouders in Luxemburg
  • Johan (Jan) I (1218-1257), de latere graaf van Henegouwen
  • Boudewijn (1219-1295), heer van Beaumont

Jan I van Avesnes

(april 1218 in Houffalize – 24 december 1257, Valenciennes). Jan (Johan) was (erf)graaf van Henegouwen.
Jan was de oudste zoon van Burchard van Avesnes en Margaretha van Vlaanderen. Dit huwelijk werd echter onder politieke druk onwettig verklaard en ontbonden. Zijn moeder hertrouwde met Willem II van Dampierre en erfde in 1244 de graafschappen Vlaanderen en Henegouwen. Zij benoemde de kinderen uit haar tweede huwelijk tot haar erfgenamen.

Jan en zijn broer Boudewijn begonnen een politieke campagne om hun aanspraken te doen gelden. In 1243 verkregen zij een beslissing van keizer Frederik II van Hohenstaufen dat zij wettige kinderen van hun ouders waren. Jan kwam in 1244 in opstand tegen zijn moeder en koning Lodewijk IX van Frankrijk wierp zich in 1246 op als arbiter. Ook hij erkende de wettigheid van Jan en Boudewijn, en hij besliste dat Margaretha’s oudste zoon uit haar eerste huwelijk Henegouwen zou erven, en de oudste zoon uit het tweede huwelijk Vlaanderen zou erven. Lodewijk bereikte daarmee op zijn beurt dat het grote Vlaams-Henegouwse machtsblok aan zijn noordgrens werd versplinterd. Margaretha reageerde door het bestuur van Vlaanderen over te dragen aan haar zoon Willem II van Vlaanderen, maar ze hield wel het bestuur over Henegouwen.

Jan begreep dat het conflict met zijn moeder nog niet voorbij was en vond nog in 1246 een krachtige bondgenoot in graaf Willem II van Holland en trouwde op 9 oktober 1246 met diens zuster Aleid van Holland. Toen Willem in 1248 tot Duits tegenkoning was gekozen, bevestigde hij Jan als heer van Henegouwen en Rijks-Vlaanderen. In datzelfde jaar 1248 vertrok Lodewijk IX om deel te nemen aan de kruistocht en Jan besloot om zijn moeder aan te vallen. In 1250 werd zijn wettige status bovendien erkend door de paus. In 1251 lukte het Jan om zijn halfbroer Willem II van Vlaanderen te laten vermoorden tijdens een toernooi. Hij werd opgevolgd door zijn broer Gwijde van Dampierre. Nadat een aanval van Vlaanderen op Holland was mislukt (Slag bij Westkapelle, 4 juli 1253) was de Vlaamse macht gebroken. Margaretha besefte dat ze Henegouwen moest opgeven en in een laatste poging om Jan dwars te zitten schonk ze het graafschap aan Karel van Anjou, broer van de Franse koning. Karel probeerde Henegouwen te bezetten maar werd bij Valenciennes verslagen en kon ternauwernood ontsnappen. In 1254 keerde Lodewijk IX terug naar Frankrijk. Hij bevestigde zijn eerdere arbitrage en beval zijn broer om Henegouwen met rust te laten.

Zonder verder tastbaar resultaat overleed Jan in 1257, nog voor zijn moeder. Hij is begraven in Valenciennes. Jan was getrouwd met Aleid van Holland, dochter van Floris IV van Holland en Machteld van Brabant. Zij kregen de volgende kinderen:

  • Jan II van Avesnes, graaf van Henegouwen(1280) en van Holland (1299)
  • Boudewijn
  • Bouchard
  • Gwijde, bisschop van Utrecht 
  • Willem, bisschop van Kamerijk
  • Floris, stadhouder van Zeeland en prins van het vorstendom Achaea (1255-1297)
  • Johanna, abdis van de Flines

Jan kreeg nog een achtste kind Margaretha van Avesnes, gehuwd met Boudewijn van Péronne. Het is niet duidelijk of dit een kind is van Aleid of een buitenechtelijk kind.

Jan I van Avesnes stamde via zijn moeder van een eeuwenoud geslacht met Karel de Grote als stamvader.

Aleid Van Holland

(ca. 1234 – 1284) Ook bekend als Aleid van Avesnes. Aleid was als dochter van Floris IV niet de ergenaam voor het graafschap van Holland. Dat was zijn zoon Willem II. In september 1246 trouwde Aleid van Holland met Jan I, graaf van Avesnes. Uit dit huwelijk werden 7 kinderen geboren.

Het huwelijk van Aleid van Holland met Jan I van Avesnes moet worden beschouwd als een strategische zet van haar broer, graaf Willem II, in de anti-Vlaamse coalitie van Holland met Brabant en Henegouwen. Jan I was een zoon uit het nadien ongeldig verklaarde huwelijk van gravin Margaretha van Vlaanderen en Bouchard van Avesnes. Margaretha was opnieuw getrouwd en had ook uit dit huwelijk kinderen gekregen, die haar zouden opvolgen in Vlaanderen. In 1246 was Jan door een rechterlijke uitspraak wel erkend als opvolger in Henegouwen, maar hij wilde ook in Vlaanderen als zodanig worden geaccepteerd. Om steun te krijgen bij deze claim had hij zich door het huwelijk met Aleid verbonden met de Hollandse graaf.

Aleid kon na het vroege overlijden van haar broer Willem II in Holland een rol spelen als opvoedster en voogdes van diens zoon, Floris V. Zij was zelf inmiddels weduwe geworden en met haar kinderen teruggekeerd naar Holland. Vanaf 1258 ontfermde zij zich over de vierjarige Floris V, hoewel diens moeder toen ook nog in leven was. Zij zorgde er ook voor dat hij een goede scholing kreeg.

Waarschijnlijk is zij degene geweest die aan Jacob van Maerlant de opdracht gaf om in het kader van Floris’ opvoeding het werk “Alexanders Geesten” te schrijven, over de als voorbeeldig beschouwde vorst Alexander de Grote – die in Maerlants boek heel toepasselijk het wapen van de graven van Holland draagt. De Hollandse houding ten opzichte van haar mans familie, de Avesnes, was echter inmiddels veranderd: in 1256 had Aleids broer, graaf Floris de Voogd, zich verzoend met haar schoonmoeder, de gravin van Vlaanderen.

Hierbij waren allerlei maatregelen genomen om te zorgen dat de Avesnes in Holland geen poot meer aan de grond konden krijgen. De oppositie tegen Aleids voogdijschap over Floris V zocht haar heil bij Otto II van Gelre, die besloot zelf gewapenderhand de voogdij te veroveren. Hij nam Dordrecht in, terwijl Aleid zich, nog steeds met Floris V onder haar hoede, moest terugtrekken in Zeeland. Nadat zij in Zeeland een veldslag verloren had, werd zij op 22 januari 1263 door Otto van Gelre afgezet en van haar weduwengoed beroofd. Hijzelf nam tot 1266 de voogdij op zich.

Floris V werd in 1266 (twaalf jaar oud) na de dood van Otto van Gelre volwassen verklaard.

Niet lang nadat Floris V in 1266 zelfstandig ging regeren, sloot hij met Aleid een overeenkomst over haar weduwengoed. Floris ging ook af en toe bij zijn tante te rade. Aleid kwam in 1268 terug naar Holland om met hem te regeren. In 1272 kocht zij van Dirk II van Wassenaer zijn ambacht in Schiedam, zijn visrechten van Overschie tot de Maas en alle andere rechten voor honderd pond Hollandse penningen. Opmerkelijk aan de originele akte van overdracht is dat deze in de Nederlandse taal is opgesteld en niet, zoals te doen gebruikelijk, in het Latijn.

Het was ongetwijfeld aan Aleids invloed te danken dat een van haar zoons, Floris van Avesnes, een flinke machtspositie kon opbouwen. Te groot, want in 1277 werden de Avesnes, dus ook Aleid, door Floris V uit Holland gezet. Een verzoening volgde in 1282.

Aleid was de stichtster van Huis te Riviere in Schiedam dat het eerste slot in het graafschap Holland was. Dit kasteel werd groots opgezet en in de Franse stijl gebouwd, het was vierkante van vorm met een grote hofplaats. Ook liet zij een kerk en gasthuis bouwen, mensen die doneerden voor de bouw van de kerk kregen hun zonden kwijtgescholden, een aflaat, zo was Adelheid met de kerk overeengekomen. Floris en Aleid gaven Schiedam in 1270 het recht om een weekmarkt en een jaarmarkt te houden. Tolvrijheid volgde snel. In 1275 verleende zij, met toestemming van graaf Floris V, stadsrechten aan Schiedam. In 1272 zegde Dirk, heer van Teilingen, ridder, bijstand toe aan Aleid.

Aleid overleed in 1284 in Dordrecht (mogelijk in het Huis Henegouwen), waarna ze per schip en rijtuig naar Valencijn werd vervoerd en naast haar man aldaar werd begraven.

Nadat in 1299 Floris’ zoon kinderloos was overleden, verwierf Aleids oudste zoon Jan II van Avesnes, graaf van Henegouwen, ook het graafschap Holland. Zo bleek haar huwelijk uiteindelijk toch de grondslag te zijn geweest voor een personele unie tussen Holland en Henegouwen. Aleid was echter al in 1284 overleden en werd in het klooster van de predikheren in Valenciennes in Henegouwen begraven, bij haar echtgenoot Jan.

Aleid heeft in navolging van haar moeder, Machteld van Brabant, ook een rol gespeeld als stichteres en begunstigster van religieuze instellingen. Vooral uit Aleids testament van 1271 blijkt haar affiniteit met bedelorden en begijnhoven.

Gwijde van Avesnes

(ca. 1253 – Utrecht, 28 mei 1317) was bisschop van Utrecht van 1301 tot 1317.

Gwijde van Avesnes stamde uit een belangrijk geslacht in het graafschap Henegouwen. Hij was de broer van graaf Jan I van Henegouwen, die tevens (als Jan II) graaf van Holland was. Deze wist Gwijde in 1301 tot bisschop van Utrecht benoemd te krijgen ten koste van Adolf II van Waldeck. Gwijde werd door de aartsbisschop van Keulen in 1302 gewijd. Hij bracht een verzoening tot stand tussen de Lichtenbergers en de Fresingen. In 1304 verzwakte de positie van zijn broer Jan door een offensief van Vlaamse troepen die Holland en het Sticht bezetten. Gwijde werd hierbij gevangengenomen (Slag bij Zierikzee, 20 maart 1304).

In zijn afwezigheid grepen de Fresingen de macht in Utrecht met de steun van de gilden, die hun voorrechten lieten vastleggen in de Gildebrief van 9 mei 1304. Op 14 september 1305 moest het gilderegime capituleren voor de vrijgelaten bisschop Gwijde, maar de stad behield een hoge mate van autonomie. Het duurde echter nog tot 1309 voordat de bisschop volledig als wereldlijk vorst door de koning werd erkend. In 1311 nam hij deel aan het eerste Concilie van Vienne, en ook daarna was hij veelvuldig buitenlands te vinden.

Gwijde van Avesnes wist goed te schipperen tussen de verschillende partijen in het Sticht en in de stad en bracht zo een evenwicht tot stand. Hij beheerde persoonlijk de bezittingen van de heren van Amstel (Amstelland) en van Woerden (de stad Woerden), en verleende als zodanig in 1306 stadsrechten aan Amsterdam. In 1315 liet hij zijn tweede burggraaf Ghisebrecht Utengoye onthoofden, nadat die rooftochten door het Sticht had georganiseerd. Als vervolg in 1317 nam Gwijde van Avesnes met de zwaarste wapens uit die tijd het machtige Kasteel Ten Goye in. In de nacht daarop overleed hij. Na zijn dood vervielen de lenen definitief aan de graaf van Holland.

In de Domkerk in Utrecht is zijn graftombe in geschonden toestand bewaard gebleven. In 2014 vernoemde Amsterdam de Gwijde van Henegouwenbrug naar hem.

Gwijde van Avesnes had twee dochters:

Door Eric