Het Graafschap Henegouwen
Het graafschap Henegouwen was een vorstendom dat zijn naam heeft ontleend aan de reeds tijdens de Karolingische periode bestaande Henegouw (pagus Hanoniensis), die later het zuidelijk deel van het graafschap vormde. Het noordelijke deel van het graafschap (ten noorden van de rivier de Hene) komt voort uit de Brabantgouw.

Het eigenlijke graafschap Henegouwen vindt zijn institutionele grondslag in de vereniging van drie grafelijke entiteiten:
Het allodiale graafschap Bergen (ten zuiden van de rivier de Hene), een stamgraafschap van de Reiniers, in 998 door Reinier IV van Bergen verworven.
Het zuidelijke graafschap uit de Brabantgouw (het deel van Henegouwen ten noorden van de Hene), een hertogelijk leen dat omstreeks 1024 werd verworven door graaf Reinier V van Bergen, mede dankzij zijn huwelijk met Mathilde, een dochter van Herman van Ename, gouwgraaf van Brabant (broer van de toenmalige hertog van Neder-Lotharingen); dit gebied wordt wel het graafschap Chièvres genoemd.
Het markgraafschap Valencijn, een rijksleen dat ca. 1045 ontnomen werd aan Boudewijn V van Vlaanderen wegens diens rebellie tegen keizer Hendrik III. Vermoedelijk werd dit aansluitend aan Reinier van Hasnon, vader van Richilde van Henegouwen, in leen gegeven. Na diens dood (ca.1049) maakte Richilde alleszins erfelijke aanspraak op het graafschap. In haar naam werd het rijksleen aan haar echtgenoot Herman van Bergen toegewezen.
Na haar catastrofale nederlaag in de Slag bij Kassel (1071) probeerde Richilde van Henegouwen haar graafschappen en allodia te gelde te maken bij de Duitse keizer. Deze gaf opdracht aan de bisschop van Luik om de goederen aan te kopen. Vervolgens werd het geheel van de feodia als het gerefeodeerde graafschap Henegouwen in leen gegeven aan de hertog van Neder-Lotharingen, die het op diens beurt in 1071 in leen teruggaf aan Richilde van Henegouwen.
De Reinieren Van Henegouwen
“De Reinieren” waren de volgende graven die heersten over een gebied dat later onderdeel van het Graafschap Henegouwen zou gaan vormen:
- Reinier I van Henegouwen (ca. 850 – ca. 915), 1e graaf
- Reinier II van Henegouwen (ca. 890 – tussen 932 en 940)
- Reinier III van Henegouwen (? – tussen 971 en 997)
- Reinier IV van Henegouwen (? – 1013), graaf van Bergen
- Reinier V van Henegouwen (? – 1039), graaf van Bergen
Deze stamreeks naar Hendrik Zwart neemt na Reinier III van Henegouwen een wending naar zijn tweede zoon Lambert, die de titel graaf van Henegouwen niet erfde.
Reinier I van Henegouwen
(ca. 850 – Meerssen, eind 915) Werd ook Reginar genoemd en was in zijn tijd de machtigste edelman in Lotharingen. Hij versterkte zijn positie door gebruik te maken van de positie van Lotharingen tussen Oost- en West-Francië, in een tijd dat het nog niet vanzelfsprekend was dat Lotharingen tot het Heilige Roomse Rijk (Oost-Francië/Duitsland) zou gaan behoren.
Reinier was een zoon van Giselbert, graaf in de Maasgouw en de Lommegouw (rondom Namen), en van Ermengarde, dochter van keizer Lotharius I. Daardoor behoorde hij tot de hoogste adel van Lotharingen. In zijn jonge jaren was hij samen met de bisschop van prinsbisdom Luik aanvoerder van een expeditie tegen de Vikingen op Walcheren. Volgens Dudo van Saint-Quentin voerde hij daarna ook nog met Radbod, de leider van de Friezen, een leger aan in Walcheren tegen de Noormannen onder leiding van Rollo. Dudo’s betrouwbaarheid is echter niet onbetwist. Reinier werd benoemd tot graaf van Henegouwen, Bergen en Haspengouw. In de Capitulare van Quierzy uit 877, wordt hij genoemd naast zijn vader als een van de regenten van het koninkrijk tijdens de afwezigheid van Karel de Kale die oorlog voerde in Italië.
Na de dood van zijn vader volgde hij hem op als graaf van de Maasgouw. Ook erfde hij grote bezittingen, ambten, lenen en allodiale goederen langs de Maas en in Brabant, de Ardennen en de Eifel.In 886 nam hij deel aan de gevechten tegen de Vikingen tijdens het beleg van Parijs. Hij steunde de zaak van Karel de Eenvoudige tegen Odo I van Frankrijk. In 895 steunde Reinier de benoeming van Zwentibold tot koning van Lotharingen. Reinier werd een belangrijke adviseur van Zwentibold. In juni 896 beleende Zwentibold Reinier op diens eigen verzoek (in precarie) met de Sint-Servaasabdij, dezelfde abdij die in 889 door Arnulf van Karinthië geschonken was aan de kerk van Trier. Door deze belening ontstond een breuk in de verhouding met de aartsbisschop van Trier.
Zwentibold kwam echter al snel in conflict met de edelen en ontsloeg in 898 Reinier als zijn raadgever. Reinier vroeg toen aan Karel de Eenvoudige om koning te worden van Lotharingen. Als straf daarvoor wilde Zwentibold alle titels en bezittingen van Reinier afnemen maar die weigerde ze op te geven. Reinier verschanste zich met medestanders bij “Durfos” aan de Beneden-Maas (hoogstwaarschijnlijk was het Furfooz bij Namen)en kon een aanval van het leger van Zwentibold afslaan. In 900 werd Zwentibold gedood in een veldslag tegen opstandige edelen en werd als koning van Lotharingen opgevolgd door Lodewijk het Kind. Lodewijk benoemde in 903 Gebhard († 910) tot hertog van Lotharingen. Reinier werd in 900 wel benoemd tot lekenabt van de dubbelabdij van Stavelot-Malmedy en kreeg tussen 906 en 908 formeel de titel van graaf van Henegouwen terug. Toen de Konradijn Gebhard in 910 sneuvelde tegen de Hongaren werd zijn positie waargenomen door Reinier. Op 1 juni 911 wordt hij comes ac missus dominicus (graaf en koningsbode) genoemd. Waarschijnlijk had hij de vertrouwensrelatie reeds voor de slag bij Augsburg opgebouwd.
Na de onverwachte dood van Lodewijk het Kind op 24 september 911 weigerde de adel van Lotharingen, onder leiding van Reinier, zijn opvolger Koenraad I van Frankenland trouw te zweren maar erkende Karel de Eenvoudige als koning. Karel gaf Reinier als beloning de functie van lekenabt van de Sint-Maximinusabdij te Trier. Zo had Reinier gaandeweg als graaf, lekenabt van de abdijen van Maastricht, Echternach en Stavelot-Malmedy, en mogelijk die van Chèvremont bij Luik, en als grootgrondbezitter, uitgestrekte gebieden in en rond het huidige Wallonië en Luxemburg onder controle gekregen. Hij kreeg de titel markgraaf van Karel in 915. Formeel was dat een benoeming tot markgraaf maar in de praktijk waren de rechten en bevoegdheden dezelfde als die van een hertog. Reinier was onbetwist de militaire leider van het gebied onder Karel. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Giselbert II, maar hun dynastie slaagde er niet in om een hegemonie in Lotharingen te vestigen zoals de Liudolfingen in Saksen en de Liutpoldingen in Beieren.
Reinier trouwde in 885 met Alberada (854 – na 919). Haar herkomst is onbekend maar haar voor die tijd hoge leeftijd bij het huwelijk suggereert dat ze een rijke weduwe was. Van Reinier en Alberada zijn de volgende kinderen bekend:
- Giselbert II van Maasgouw, hertog van Lotharingen.
- Symphoria van Henegouwen, gehuwd met Berengar graaf in de Lommegouw, het latere Namen.
- Reinier II van Henegouwen, graaf van Henegouwen.
- Kort na de dood van Reinier in 915 huwde Alberada met Waldger, zoon van Gerulf I en broer van Graaf Dirk I van Frisia.

Reinier II van Henegouwen
(ca. 890 – na 932) was een zoon van Reinier I van Henegouwen en van Alberada. Hij werd in 915 graaf van Henegouwen, Bergen en Valencijn, in opvolging van zijn vader. Zijn broer Giselbert II van Maasgouw werd hertog van Lotharingen. Om onbekende reden raakte hij in strijd met zijn broer en moest hem zijn kinderen in gijzeling geven. Met hulp van zijn zwager Berengarius van Namen viel hij Giselbert aan en wist de vrijheid van zijn kinderen te winnen. Giselbert verwoestte in 924 grote delen van Henegouwen. Reinier was in zijn verdere politiek vooral een bondgenoot van de Robertijnen.
Volgens sommige bronnen was Reinier getrouwd met Adelheid, dochter van Richard I van Bourgondië. De meeste bronnen gaan er echter van uit dat de naam van zijn vrouw niet bekend is. Reinier werd de vader van:
- Reinier III
- Rudolf, graaf van de Maasgouw en de Haspengouw.
- Leotard.
- Richwara.
Reinier III van Henegouwen
ca. 920 – 973), bijgenaamd Langhals, was graaf van Henegouwen. Hij was een van de machtigste edelen in Lotharingen en probeerde tevergeefs de positie van hertog van Lotharingen te verwerven.
Reinier volgde in 932 zijn vader Reinier II op als graaf van Henegouwen. In 939 steunde hij samen met zijn broer Rudolf I graaf in de pagi Haspengouw en het Maasland, de opstand van hun oom hertog Giselbert. Nadat Giselbert was gesneuveld probeerde Reinier tevergeefs zijn plaats in te nemen. In 944 sloten Reinier en Rudolf daartoe nog een bondgenootschap met Lodewijk IV van Frankrijk maar hun plannen werden gedwarsboomd door Herman I van Zwaben. Koenraad de Rode werd toen tot hertog benoemd en wist de rebelse broers enige tijd onder controle te houden.
In 951 waren Reinier en Rudolf alweer in open conflict met Koenraad. Toen die later deelnam aan de opstand van Liudolf van Zwaben tegen Otto I, kozen Reinier en Rudolf natuurlijk prompt de kant van de koning. In de anarchie die daarop volgde, riep Reinier zich in 954 uit tot hertog van Lotharingen.
Reinier probeerde met geweld zijn gezag te vestigen en dwong in 955 samen met zijn broer Rudolf met militaire middelen de benoeming van hun neefje Balderik I tot bisschop van Luik af.
Ook plunderde hij op grote schaal kerkelijke bezittingen, om aan de middelen te komen die een onzekere hertog nodig heeft. Uiteindelijk was Reinier in conflict met Frankrijk en met de kerk, terwijl koning Otto diens broer Bruno (aartsbisschop van Keulen) tot hertog benoemde. In een laatste poging om zijn positie te versterken, bezette hij de huwelijksgoederen van Gerberga van Saksen die in haar eerste huwelijk met hertog Giselbert getrouwd was geweest. Dat was onverstandig want Gerberga was door haar tweede huwelijk met Lodewijk IV een machtige vrouw geworden, en was bovendien zuster van koning Otto en hertog Bruno. Reinier probeerde nog een overeenkomst te onderhandelen met Bruno maar dat mislukte toen Reinier weigerde om gijzelaars te geven. Uiteindelijk werd Reinier tegelijk door Frankrijk en hertog Bruno aangevallen. Toen zijn fort aan de Chiers werd veroverd viel zijn gezin in handen van zijn tegenstanders. Reinier moest toen zijn verzet staken. In 958 werd hij samen met zijn broer Rudolf verbannen naar Bohemen, waar hij overleed. Zijn familiegoederen werden geconfisqueerd en zijn zoons werden onterfd en vluchtten naar Frankrijk.
Na zijn afzetting werd Henegouwen opgesplitst in het graafschap Bergen en het markgraafschap Valenciennes.
Reinier was gehuwd met Adela van Leuven (ca. 930 – 961) en zij hadden twee zoons:
- Reinier IV
- Lambert I van Leuven
Nazaten van Reinier III brachten het in de elfde eeuw tot graven van Brabant en Henegouwen.
