Deze stamreeks begint in de Ardennengouw. Odacar was zoon van graaf Wigirik (ca. 820 – na 877) van de Ardennengouw en zijn vrouw Eva. Deze Odacar vernoemde zijn zoon naar zijn vader Wigirik. Wigirik II werd graaf van Trier, de Bidgouw en de Ardennengouw.
De Ardennengouw
Een gouw was een bestuurlijke eenheid in het Frankische Rijk en de latere deelrijken West-Francië, Midden-Francië en Oost-Francië (van ± 500 tot ± 1000). In de Latijnse documenten uit die periode wordt “gouw” meestal vertaald als pāgus, het woord dat aan het einde van het Romeinse Rijk gebruikt werd in de ruime betekenis van “de omgeving rond een stadje”. Het kwam vaak voor dat een gouwgraaf meerdere gouwen in zijn bezit had. Hierdoor zouden veel gouwen uiteindelijk samensmelten tot grotere graafschappen. Gouwen konden echter ook uiteenvallen in kleinere landjes (de latere heerlijkheden, eigengoederen en koningsgoederen).
De Ardennengouw (pagus Arduennensis) was een Frankische gouw rond het huidige drielandenpunt van België, Luxemburg en Duitsland. Het woord Ardennen duikt voor de eerste keer op bij Julius Caesar in zijn boek De Bello Gallico; hij noemt daarin het gebied tussen Maas, Rijn en Moezel “Arduenna silva” (het woud Arduenna). Arduenna betekent vermoedelijk “hoog”.
In 840 ontstond het graafschap Ardennen, dat weer verdween in 1026. In 963 wisselt gouwgraaf Siegfried grond uit met de Rijksabdij Sankt Maximin te Trier. Siegfried bouwt zijn vesting op een oud Romeins kamp, Lucilinburhuc, dat “kleine burcht” betekent. Zo ontstaat Luxemburg als graafschap.
Wigerik II van de Ardennengouw
Wigerik (886 – tussen 916-919) was paltsgraaf van Lotharingen en stamvader van het Huis Ardennen. Hij was graaf van Trier, de Bidgouw en de Ardennengouw, en voogd van de Sint-Rumoldusabdij van Mechelen. Hij was ook stichter en voogd van de Sint-Hadelinusabdij van Hastière.

Hij was een zoon van graaf Odacar (ca. 850 – na 901) van de Bliesgouw en de Ardennengouw, die met Reinier I van Henegouwen succesvol tegen koning Zwentibold in opstand kwam. Wigerik trouwde met Kunigunde (ca. 890 – ca. 940). Kunigunde was een dochter van Irmintrud (dochter van Lodewijk II “de Stamelaar” van West-Francië).
Wigerik en Kunigunde kregen de volgende kinderen:
- Frederik van de Ardennen
- Adalbero van de Ardennen
- Giselbert van de Ardennen
- Siegebert
- Gozelo van de Ardennen
- Siegfried van Luxemburg (915/917 – 15 augustus 998), eerste graaf van Luxemburg, graaf in de Moezelgouw
Na de dood van Lodewijk “het Kind” in 911 verwierp de adel van Lotharingen de soevereiniteit van Koenraad I en kozen Karel de Eenvoudige van West-Francië als hun koning. Aanvankelijk werd de militaire autoriteit in Lotharingen toegewezen aan graaf Reinier I van Henegouwen, maar na diens dood in 915 werd Wigerik paltsgraaf van Lotharingen. Er was in die tijd geen hertog van Lotharingen, als paltsgraaf voerde Wigerik ook de taken van hertog uit en was dus ook militair verantwoordelijke in Lotharingen.
Wigerik is in de periode 916 – 919 op een 19e januari overleden. Hij is begraven in de door hem gestichte Sint-Hadelinusabdij.
Kunigunde hertrouwde met Richwin van Verdun, zoon van Giselbert I van Maasgouw.
Deze stamreeks gaat verder via Wigeriks zoon Siegfried. Via zijn zoon Gozelo zijn Wigerik en Kunigunde echter ook directe voorouders van Mietje Visser uit Hoorn, de vrouw van Hendrik Zwart en moeder van Adrianus Zwart.
Siegfried van Luxemburg
Siegfried van Luxemburg (922 – 15 augustus 998) was de eerste graaf van Luxemburg. Hij erfde van zijn vader Wigerik van Ardennen en zijn broers de functies van graaf van de Moezelgouw en de Ardennengouw, voogd van de Sint-Maximinusabdij te Trier en van de Abdij van Echternach, en grote bezittingen in Opper-Lotharingen. Hij ruilde bezittingen bij Ettelbruck met de abdij van Sint-Maximinus tegen een strategisch gelegen plek aan de Alzette, waar hij in 963 een kasteel bouwde. Dit kasteel kreeg de naam Lucilinburhuc (klein kasteel) en groeide later uit tot de stad Luxemburg.

In 964 bouwde hij ook een kasteel in Saarburg. Hij steunde de koningsverkiezing van Otto III. Siegfried kwam in 985 zijn neef Godfried van Verdun te hulp toen de stad Verdun werd aangevallen door een Frans leger. Godfried en Siegfried werden verslagen en gevangen genomen. Na de dood van koning Lotharius van Frankrijk in 986 werden ze weer vrijgelaten. Op het einde van zijn leven werd Siegfried geëxcommuniceerd toen hij de bisschop van Verdun gevangen had gezet. Bij zijn dood in 998 werd Siegfried opgevolgd door zijn oudste zoon Hendrik.
Siegfried was de jongste zoon van Wigerik van Ardennen en Lotharingen en Kunigunde der Franken. Rond 950 trouwde hij met Hedwig. Zij kregen de volgende kinderen:
- Hendrik I, graaf van Luxemburg en hertog van Beieren
- Liutgard, getrouwd met graaf Arnulf van Gent, een Friese graaf
- Siegfried
- Frederik, vader van de latere graven Hendrik II en Giselbert
- Diederik, bisschop van Metz
- Kunigunde (ovl. Kaufungen, 3 maart 1033), echtgenote van keizer Hendrik II, begraven in de kathedraal van Bamberg
- Alberada
- Giselbert, gesneuveld te Pavia, 18 mei 1004.
- Adalbero, aartsbisschop van Trier
- Eva, getrouwd met graaf Gerard van de Elzas
- Ermentrude, abdis
- onbekende dochter, gehuwd met graaf Dietmar, voogd van het Mariaklooster te Koblenz. Ouders van Oda, eerste abdis van het klooster van Kaufungen dat door haar tante Kunigunde werd gesticht.
Frederik van Luxemburg
(ca. 965 – 6 oktober 1019), was graaf van de Moezelgouw, voogd van de dubbelabdij Stavelot-Malmedy en de abdij van Sint-Maximinius te Trier terwijl zijn oudste broer, Hendrik I, graaf was van Luxemburg. Frederik was de tweede zoon van graaf Siegfried van Luxemburg en Hedwig van Nordgau.

Sinds het begin van de elfde eeuw had hij het Karolingische domein Baelen-sur-Vesdre in handen. Hier zou zijn zoon, eveneens Frederik genaamd rond 1030 een versterking bouwen in de vorm van een mottekasteel. In 1008 kwam Frederik in opstand tegen zijn zwager, keizer Hendrik II, en zat daarom van 1011-12 gevangen, maar verzoende zich later met hem.
Na zijn dood ging de Moezelgouw op in het graafschap Luxemburg. Het voogdschap van de dubbelabdij Stavelot-Malmedy ging over op zijn zoon Frederik.
Frederik trouwde rond 985 met Irmentrude van de Wetterau (ca. 967 – ca. 1020), erfgename van het kasteel Gleiberg (in de huidige gemeente Wettenberg). Zij was dochter van Herbert van de Wetterau en Irmtrud van Avalgau (957 – 1020).
Van Frederik en zijn vrouw Irmtrud zijn de volgende kinderen bekend:
- Hendrik (ca. 990-†14 oktober 1047), graaf van Luxemburg
- Frederik (1003-1065), hertog van Neder-Lotharingen, heerser over het land van Limburg
- Adalbero (ca.999- † 13 november 1072), bisschop van Metz
- Giselbert (ca. 995-† 14 augustus 1059), graaf van Luxemburg (1047) en Longwy
- Diederick (ca.992-† 11 november 1045)
- Herman, mogelijk dezelfde als Herman van Gleiberg, paltsgraaf van Lotharingen
- Otgiva (986-†21 februari 1030), getrouwd met graaf Boudewijn IV van Vlaanderen
- Gisela (ca. 1009-† 1058), getrouwd met Rodulf (ca. 995 – 1052/1056), heer van Gent
- Irmtrud (ca. 987-† na 21 augustus 1055), begraven in Altomünster, getrouwd met Welf II van Altdorf, graaf in Lechrain;
- Oda (ca. 988), kanunnikes te Remiremont, abdis van Saint Rémy te Lunéville
Frederik van Neder-Lotharingen
(1003 – 28 augustus 1065), was de jongste zoon van graaf Frederik van Luxemburg en Irmentrude van de Wetterau. Hij was hertog van Neder-Lotharingen van 1046 tot 1065.
Frederik was graaf van de Moezelgau en van Malmedy, en voogd van Stavelot-Malmedy, Sint-Truiden en van Luik. Door zijn moeder was hij heer van het kasteel Gleiberg (in de huidige gemeente Wettenberg). Zijn benoeming tot hertog kwam voort uit het conflict van Godfried II van Lotharingen met keizer Hendrik III. Godfrieds vader Gozelo I van Verdun was hertog van geheel Lotharingen geweest en Godfried eiste die positie ook op. Maar Hendrik vond het niet verstandig om Godfried zoveel macht te geven en maakte hem alleen hertog van Opper-Lotharingen en gaf Neder-Lotharingen aan Godfrieds zwakke (volgens sommige bronnen zwakzinnige) broer. Na een opstand van Godfried besloot Hendrik dat hij een krachtige hertog in Neder-Lotharingen nodig had, en benoemde in 1046 Frederik tot hertog van Neder-Lotharingen. In 1049 werd Frederik ook markgraaf van Antwerpen. Frederik wist zich te handhaven tegen Godfried en zijn bondgenoten, vooral door de hulp van zijn broer bisschop Adalbero III van Metz. Frederik bouwde het kasteel van Limburg.
Na zijn dood benoemde keizer Hendrik IV Godfried met de Baard tot hertog van Neder-Lotharingen. Ook het voogdschap van Stavelot-Malmedy werd door de keizer overgedragen aan de nieuwe hertog Godfried II. De functie van voogd van Sint-Truiden bleef in Frederiks familie en ging over op zijn schoonzoon Udo van Limburg.
Frederik was in zijn eerste huwelijk getrouwd met Gerberga van Boulogne, een dochter van Eustacius I, graaf van Boulogne en Mathilde van Leuven. Zij kregen een dochter:
- Judith (Jutta)
Na het overlijden van Gerberga in 1049 huwde Frederik met Ida van Saksen (ovl. 31 juli 1102), een dochter van Bernhard II van Saksen en Eilika van Schweinfurt. Zij kregen geen kinderen. Frederik ruilde Ida’s Saksische bezittingen tegen het graafschap La Roche. Ida hertrouwde met Albert III van Namen.
Frederik overleed tijdens een oorlog tegen bisschop Anno II van Keulen en werd, net als zijn eerste echtgenote Gerberga, begraven in de abdij van Stavelot.
Judith van Neder-Lotharingen
Geboren in het jaar 1037 in Luxemburg, overleden op 27 augustus 1057, zij was toen 20 jaar oud. Ze was enig kind en erfgename van Frederik van Neder-Lotharingen. Ze huwde Walram I Udo van Limburg. Hij stond bekend onder de naam graaf Udo I van Limburg.
In 1065 volgde Udo zijn schoonvader op als voogd van de abdij van Sint-Truiden en na het overlijden van zijn schoonvader heeft Udo zijn macht uitgebreid tot een territoriale landsheerlijkheid met de burcht Limburg als centrum. Feitelijk werd hij daarmee de stichter van de Limburgse dynastie. Stichter en bouwheer van de burcht Limburg was echter zijn schoonvader Frederik van Luxemburg.
Zijn zoon Hendrik I, die hem opvolgde als graaf van Limburg, zou in 1101 hertog van Neder-Lotharingen en markgraaf van Antwerpen worden, mede dankzij de verwantschappen via zijn moeder en grootmoeder.
Uit een eerder huwelijk had Udo een dochter:
- Apolinia van Limburg 1025-1075
Jutta en Udo kregen twee kinderen:
- Dietrich I van Ahr
- Koenraad van Arlon
- Hendrik I van Limburg
Dietrich I van Ahr
Geboren circa 1070 in Ahr, Rheinland-Pfalz, Duitsland, overleden 1 augustus 1126 (zondag) in Ahr, Rheinland-Pfalz. Graaf van Ahr-Alpheim. Gehuwd met Hedwig von Sponheim. Hun kinderen:
- Otto I von Ahr-Hochstaden
- Heinrich von Ahr
- Dietrich III von Ahr
- Beatrix von Ahr
- Salomé von Ahr
Otto I van Ahr-Hochstaden
Geboren circa 1105 – Altenahr, Duitsland. Overleden in 1164. Graaf van Are en Wickrath. Otto was getrouwd met Adelheid I von Hochstaden, erfdochter van Hochstaden. Door zijn huwelijk met Adelheid erfde Otto van zijn schoonvader de graafschappen van Wichrath, Rheineck en Hochstaden.

De kinderen van Otto en Adelheid waren:
- Heilwiche von Ahr-Hochstaden
- Otto I von Wickrath-Ahr
- Heinrich von Ahr-Hochstaden
- Dietrich III von Ahr-Hochstaden
- Beatrix von Ahr-Hochstaden
- Salomé von Ahr-Hochstaden
Heilwiche von Ahr-Hochstaden
Gehuwd in 1174 met Bernhard II zur Lippe, Bisschop en Graaf van Lippe. Via zijn eerste huwelijk werd Bernhard II een voor ouder van ZKH prins Bernhard von Lippe-Boesterveld der Nederlanden. Via zijn tweede huwelijk met Heilwiche werd hij ook voorouder van Adrianus Zwart uit Hoorn/Krommenie.
De kinderen van Heilwige en Bernhard waren:
- Herman II zur Lippe
- Margaretha zur Lippe
- Adelheid zur Lippe
- Elisabeth van Holten