Niul mac Fenius en Scota “van Egypte” kregen tenminste één zoon: Gaedel Glas en met hem begon een lange reeks van bijna 100 generaties van koningen van Gaels en Gothia. Gaels zijn de Schotten (in Schotland wordt nog altijd Gealic gesproken) en Gothia is een verzamelnaam van alle plaatsen waar de Goten hebben geleefd. In 7 voor Christus komt de stamreeks uit bij Conchobar Abradruad (“Rode Oogwimpers”). Hij was de koning van het Gaelic koninkrijk Leinster in Ierland.
Conchobar Abradruad was vader van Mogh Corb, de vader van Cu Corb, de vader van Nia Corb, de vader van Cormac Gealta Gaoth, de vader van Fedlemid Fiorurghlas, de vader van Cathair Mór mac Feidleilmid.
Volgens de legende had Cathair dertig zonen, maar slechts tien van hen hadden kinderen; verschillende middeleeuwse dynastieën van Leinster traceerden hun voorouders naar hen.
Hij komt voor in de saga Esnada Tige Buchet (“De melodie van het huis Buchet”):
Cathair’s dochter Eithne Tháebfhota werd opgevoed door een gastvrije Leinsterman genaamd Buchet die veel kuddes vee had, maar Cathair’s zonen maakten zo misbruik van Buchet’s gastvrijheid dat hij slechts één stier en zeven koeien overhield, en de koning, dan oud en verzwakt, was niet in staat om ze in bedwang te houden. Buchet en zijn gezin, onder wie Eithne, woonden in een hut in het bos in Kells in county Meath. Later, wanneer Cormac mac Airt koning was, trouwde hij met Eithne en herstelde Buchet’s fortuin (in andere verhalen is de koning die met Eithne trouwt Cathair’s opvolger Conn Cétchathach). In een andere sage, Fotha Catha Cnucha (“De oorzaak van de slag bij Cnucha”), geeft Cathair de heuvel van Almu (Knock-aulin, County Kildare) aan de druïde Nuada, zoon van Aichi. Deze heuvel zal later beroemd worden als het huis van Nuada’s achterkleinzoon Fionn mac Cumhaill.
Cathair Mór mac Feideilmid werd geboren in het jaar 90 in Leinster, Ierland. Hij overleed in het jaar 122 in Mag Aga, Ierland. Hij was vader van
- Fiacha Baicheda mac Cathair Mór, de vader van
- Bressal Bélach mac Fiacha, de vader van
- Enna Niadh mac Bressal Belach, de vader van
- Dunlainge mac Eanna Niae, de vader van
- Ailill mac Dúnlainge, de vader van
- Cormac mac Ailill, de vader van
- Cairbre mac Cormac O’Dúnlainge, de vader van
- Colman Mor mac Coirpre, de vader van
- Fáelán mac Colmáin Máir, de vader van
- Conall mac Fáelán, de vader van
- Bran Mutt mac Conaill, de vader van
- Bran Mutt mac Conaill, de vader van
- Murchad O’Dunlainge, de vader van
- Muiredach mac Murchad, de vader van
- Brèn (Bran Ardchenn) mac Muiredaig, de vader van
- Muiredach “Leth-Rí Laighean” O’Brian (mac brèn), de vader van Dúnlang (Dúnlaing) mac Muiredaich, de vader van
- Ailill (Leinster) mac Dúnlainge, de vader van
- Augaire (Leinster) mac Ailella, de vader van
- Tuathal mac Augaire, de vader van
- Dúnlang “Rí Laighean” mac Tuathail, de vader van
- Duncuan (MacDunlaig) O’Tuathail, de vader van
- Crinan de Canmore die, werd geboren in het jaar 980 in Atholl, Perthshire in Schotland. Hij overleed in 1045 in de slag om Dunkled, Perthshire, Schotland.

Met Crinan de Canmore zijn we na vele generaties van Ierse koningen aangekomen in Schotland. Crinan de Canmore stond ook bekend als Crínán van Dunkeld en was de erfelijke abt van het klooster van Dunkeld en misschien ook wel de Mormaer van Atholl. Crínán was de stamvader van het Huis Dunkeld, de dynastie die tot het einde van de 13e eeuw over het Koninkrijk Schotland zou heersen. Hij was de schoonzoon van de ene koning en de vader van een andere.
In het jaar 1000 was Crínán getrouwd met Bethóc, dochter van Malcolm II van Schotland. Omdat Malcolm geen overlevende zoon had, kon een erfelijke aanspraak op de Schotse troon afdalen naar de zoon van Crínán en Bethóc, Duncan I, die regeerde van 1034 tot 1040. Aan Crínán zijn nog twee kinderen toegeschreven: een dochter die de moeder was van Moddan, graaf van Caithness, en een zoon Maldred.
Maldred trouwde met Ealdgyth, dochter van Uhtred de Stoute en kleindochter van koning Æthelred de Onvoorbereide, en was de vader van Gospatric, graaf van Northumbria en voorouder van de graven van Home en de graven van Dunbar.
In 1045 kwam Crínán van Dunkeld in opstand tegen Macbeth ter ondersteuning van de aanspraak van zijn 14-jarige kleinzoon, Malcolm III, op de troon. Malcolm was de oudste zoon van Crínán’s zoon, Duncan, die voor zijn vader overleed. Crínán, toen een bejaarde man, sneuvelde echter in een veldslag bij Dunkeld, net als zijn zoon Maldred van Allerdale.