Karel de Grote

Geboren bij Aix-la-Chapelle 2 april 748.  Karel was de oudste zoon van de latere koning Pepijn de Korte en Bertrada van Laon, gedoopt door Bonefacius aartsbisschop van Mainz; Karel en zijn broer Carloman volgen hun vader Pippijn samen op, waarbij Karel in hoofdzaak Neustrië, Bourgondië en de Provence, en Carloman in hoofdzaak Austrasië krijgen; beiden worden gezalfd op 9 oktober 768, Karel te Noyon en Carloman te Soissons.

Na de dood van Carloman in 771 en onder het passeren van diens minderjarige zonen, wordt Karel de enige koning der Franken; hij wordt dan wederom gezalfd als zodanig te Corbeny; na een geslaagde veldtocht tegen zijn ex-schoonvader de koning der Longobarden, volgt in 774 zijn proclamatie tot koning der Longobarden.

Karel was reeds met zijn vader Pippijn gezalfd tot koning in Saint-Denis op 28 juli 754, en tevens door paus Stephanus II verheven tot ‘patricius Romanorum’, maar deze titel voert hij pas na zijn overwinning op de Longobarden.

Hij werd door paus Leo III tot keizer gekroond in Rome op 25 december 800 en laat dan zijn ‘patricius’-titel vallen. Zijn uiteindelijke titulatuur wordt: ‘Karolus serenissimus augustus a Deo coronatus magnus et pacificus imperator Romanum gubernans imperium et per misericordiam Dei rex Francorum et Longobardorum’. Zijn (westers) keizerschap wordt in 812 door de Oostromeinse ‘basileus’ Michael I Rhangabe erkend.

Karel de Grote had 4 echtgenotes en 6 concubines. Hij trouwde voor de derde keer voor 30 april 771 met Hildegard (Houdiard), geboren in 758, overleden Thionville (Moselle) 30 april 783, begraven in de kerk van de abdij Saint-Arnoul van Metz (Moselle), dochter van Gerold I, frankisch graaf [in de Vinzgouw] en van Imma (Emma, Emme), dochter van de Alamannen-graaf Hnabi, achterkleindochter van hertog Godfried. Zij vergezelde Karel naar Italië in 773 en 781.

Karel de Grote is overleden te Aken 28 januari 814, begraven aldaar (Dom).

Lodewijk I De Vrome

Geboren bij Poitiers tussen 16 april en de herfst van 778. Zoon van Karel de Grote en Hildegard van de Vinzgouw.
Hij was de koning van Aquitanië vanaf 781, tot 811 (onder voogdijschap van Willem met de Hoorn, neef en paladijn van Karel de Grote. Willem met de Hoorn was een kleinzoon van Karel Martel. Tevens was hij de eerste graaf van Orange).

Lodewijk was na de dood van zijn oudere broers Karel en Pippijn door zijn vader tot keizer gekroond en als mederegent aangesteld jn Aken. Hij liet zich door paus Stephanus IV opnieuw tot keizer kronen Reims en ontwierp in Aken juli 817 een regeling van de toekomstige verdeling van zijn rijk (Ordinatio Imperii) welke hij echter in 829 wijzigt ten gunste van de uit zijn tweede huwelijk geboren zoon Karel, hetgeen tot een reeks burgeroorlogen leidt. Hij werd tot afstand gedwongen (Çompiègne okt. 833), doch door zijn jongere zoons hersteld in 834. Dit werd bevestigd door een hernieuwde kroning in Metz in 835.

Lodewijk overleed op een eiland in de Rijn bij Ingelheim op 20 juni 840 en werd begraven in Saint-Arnould bij Metz.

In zijn eerste huwelijk (795) was Lodewijk getrouwd met Irmingard van Haspengouw. Geboren omstreeks 775 te Angers, overleden op 3 oktober 818. Ze hadden een goed huwelijk en Irmingard had een grote invloed op haar man. Zij kregen de volgende kinderen:

  • Lotharius (± 795-855), koning van Italië, volgde zijn vader op als keizer en werd koning van het Middenrijk.
  • Pepijn (± 797-838), koning van Aquitanië; hij overleed voordat het Frankische Rijk in 843 bij het Verdrag van Verdun in drie delen werd verdeeld.
  • Rotrude (± 800-?), gehuwd met Gerard van Auvergne.
  • Bertha, waarvan het geboortejaar onbekend gebleven is.
  • Hildegarde, (± 802/804 – 857), tweede echtgenote van Gerard van Auvergne, abdis van Notre Dame en Saint Jean te Laon, steunt Lotharius tegen Karel de Kale.
  • Lodewijk (± 806-876), koning van Beieren en na 843 van het Oost-Frankische Rijk.

Na het overlijden van Irmingard is Lodewijk op aandrang van zijn edelen hertrouwd. Na een soort schoonheidswedstrijd trouwde hij 1 februari 819 te Aken met Judith van Beieren. Zij kregen de volgende kinderen:

  • Gisela (ca. 820 – 874), getrouwd met Eberhard van Friuli.
  • Karel de Kale. 
  • een onbekende dochter.
  • Bij zijn minnares Theodelinde van Sens had hij de volgende kinderen:
  • Alpais, (ca. 794 – 852), getrouwd met Bego van Toulouse.
  • Arnulf, (geb. 794), graaf van Sens en bondgenoot van Lotharius.

Karel De Kale

Koning, daarna keizer, geboren te Frankfurt aan de Main 13 juni 823, overleden te Maurienne op 6 oktober 877, begraven klooster Nantua, later Saint-Denis. Zoon van Lodewijk de Vrome en Judith van Beieren.


Karel II vormt reeds vanaf 829 het middelpunt van handelen van zijn ouders om hem (in strijd met de als definitief bedoelde Ordinatio Imperii) een eigen rijk te bezorgen. Hij werd door zijn vader tot koning gekroond en aangesteld tot hertog van Maine in sept. 838 en van Aquitanië in december 838;

Hij streed na de dood van zijn vader samen met zijn halfbroer Lodewijk de Duitser tegen hun oudste broer Lotharius I, welke zij versloegen bij Fontenoy (bij Auxerre) in 841.

Hij verkreeg West-Francië bij het verdelingsverdrag van Verdun in augustus 843. Karel II werd na jarenlang verzet van de aristocratie in het hem toebedeelde rijksdeel alsnog door ‘bijna alle’ wereldrijke en geestelijke groten van Aquitanië tot koning gekozen en door de aartsbisschop van Sens gezalfd en gekroond, in Orléans 848.

Hij liet zich na de plotselinge dood van Lotharius II in 869 tot koning van Lotharingen wijden in Metz, doch moest het oostelijke deel daarvan afstaan aan Lodewijk de Duitser bij het verdrag van Meersen.

Karel liet zich na de dood van zijn neef Lodewijk II door paus Johannes VIII tot keizer van het Roomse Rijk kronen. Hij trachtte na de dood van Lodewijk de Duitser in 876 via een bliksemveldtocht naar Aken alsnog het hele middenrijk te verwerven, maar werd door Lodewijk de Jonge bij Andernach verslagen.

Karel II trouwde op 13 december 842 met Ermentrudis van Orléans, dochter van graaf Odo van Orléans.  Zij hadden o.a. de volgende kinderen:

  • Judith (ca. 844-na 870). was eerst gehuwd met twee Engelse koningen (Ethelwulf en Ethelbald van Wessex) en leefde als weduwe aan het hof van haar vader. Werd daar in 861 (ze was dus nog geen 20 jaar oud) geschaakt door Boudewijn I van Vlaanderen.
  • Lodewijk II van West-Francië (846-879).
  • Lucretia (ca. 850 – 884), trouwde met Radbout II van Egmont, derde heer van Egmond.
  • Godehilde.

Op 12 oktober 869 (vijf dagen na het overlijden van zijn eerste vrouw) trouwde Karel met Richildis, dochter van Bivinus van Metz. Het huwelijk werd op 22 juni 870 te Aken bevestigd. Ze kregen de volgende kinderen:

  • Rothildis (871-929), in 890 gehuwd met Rogier van Maine.
  • Tweeling: Drogo en Pepijn, (ca. 873) allebei ongeveer een jaar oud overleden, begraven in de Abdij van Sint-Amand.
  • Zoon (23 maart 875), kort na zijn doop overleden.
  • Karel (10 oktober 876 – voor 7 april 877), begraven te Saint-Denis.

Judith van West-Francië 

oktober 844 – na 879), ook wel Judith Martel of later Judith van Vlaanderen genoemd, koningin van Wessex en later gravin van Vlaanderen, was het oudste kind van koning Karel de Kale van West-Francië, gehuwd met twee opeenvolgende koningen van Wessex, daardoor koningin van Wessex en uiteindelijk getrouwd met Boudewijn I, die door dat huwelijk de eerste graaf van Vlaanderen werd. Ze baarde vier kinderen en is stamouder van de graven van Vlaanderen.

Boudewijn I en Judith van Vlaanderen

Judith trouwde voor de derde maal met Boudewijn I met de IJzeren Arm uit Laon, die haar rond Kerstmis 861 uit het klooster in Senlis zou hebben gehaald, met toestemming van haar broer. Dat was tegen de wil van haar vader die tegen dit huwelijk was. Ze zwierven enige tijd in Europa rond en schuilden bij haar neef Lotharius II tot in oktober.

Ze gingen op bedevaart naar Rome en door tussenkomst van paus Nicolaas I konden ze op 13 december 863 officieel in het huwelijk treden in Auxerre.

Door dit huwelijk kon Karel de Kale niet anders dan zijn schoonzoon een hoge functie mee te geven. Met de steun van Judiths broer, Lodewijk de Stamelaar, werd Boudewijn beleend met het graafschap Vlaanderen. Judith werd hiermee de eerste gravin van Vlaanderen. Hun graafschap was toen een onbeduidend moerassig gebied, de pagus Flandrensis (Vlaanderengouw) en de pagus Wasia (Waasgouw), gelegen aan de periferie van West Francië in het grensgebied met Lotharingen, dat vanaf 870, met het Verdrag van Meerssen, in handen kwam van Karels broer Lodewijk de Duitser. Onder heerschappij van Boudewijn en Judith kwam het grondgebied tot eerste ontwikkeling. Boudewijn liet in het gebied verdedigingswerken bouwen om nieuwe invallen van Noormannen en Vikingen te bemoeilijken, net als Karel eerder in het meer vitale zuidelijk deel van zijn rijk langs de kust al had gedaan. Bij de bewoners werd de nijverheid en handel bevorderd.

In 879 vielen de Vikingen Vlaanderen binnen, nadat ze in Engeland een zware nederlaag hadden geleden. Ze plunderden verschillende kloosters en nederzettingen en zouden enkele jaren blijven. Pas nadat de zoon van Boudewijn I, Boudewijn II, de nieuwe graaf van Vlaanderen was geworden, werden de Vikingen verdreven en werden verschillende nederzettingen aan de Noordzee versterkt met ringwalburchten. Deze verdedigingswerken zouden onder meer Sint-Winoksbergen, Broekburg, Veurne, Brugge en Oostburg beschermen tegen de Vikingen.

Judith is na 879 overleden, het exacte jaartal is onbekend. Ze werd in de Gentse Sint-Pietersabdij begraven.

Tijdens het huwelijk met Boudewijn I baarde Judith vier kinderen:

  • Karel, geboren ca. 864, jong gestorven
  • Boudewijn II (865–918), (later naar zijn grootvader Karel en via de langs zijn moeder Judith geërfde kaalheid Boudewijn de Kale genoemd).
  • Rudolf van Kamerijk (870-896).
  • vermoedelijk nog een dochter, de kronieken van het klooster van Waulsort vermelden bij de dood van Rudolf van Kamerijk (Cambrai) dat Wouter, de zoon van Rudolfs zuster, probeerde hem te wreken.
  • Gunhilda, gehuwd in 877 met Wilfred I el Velloso, graaf van Urgel en Barcelona.

Door Eric