Dirk I van West-Frisia

(ca. 875 —Andernach 5 oktober 939). Dirk I was een Friese graaf die vanaf ongeveer 896 het bewind voerde over een aantal gebieden in de kuststreek van West-Frisia, het latere graafschap Holland. Hij was een zoon van de Westfriese graaf Gerulf I.

Dirk erfde van graaf Gerulf het gezag over Kennemerland en Rijnland. Van hem is bekend dat hij de Westfrankische koning Karel de Eenvoudige steunde bij een opstand van zijn vazallen. Als dank hiervoor kreeg hij van Karel op 15 juni 922 te Bladel de kerk van Egmond met alle daarbij behorende goederen.
Hij was getrouwd met Gerberga van Hamaland. Zij was een dochter van Meginhard IV graaf van Hamaland. Gerberga en Dirk I hadden één zoon:


Dirk II van West-Frisia

(ca. 932-6 mei 988 te  Egmond). Hij was een Friese graaf (comes Fresonum), die tussen 965 en 988 het feitelijke bewind voerde over het graafschap West-Frisia, dat het gehele kustgebied besloeg tussen de Oosterschelde en het Vlie en bestond uit de gouwen: Masaland, Kinhem en Texla. Het formele leenschap beruste bij de Utrechtse bisschop.

Als schoonzoon van Arnulf I van Vlaanderen wist hij zich op te werpen als graaf van Gent.
Dirk II was gehuwd met Hildegard van Vlaanderen , dochter van graaf Arnulf I van Vlaanderen en Aleidis van Vermandois. Kinderen uit het huwelijk:

  • Arnulf (Gent, 951-993), ook wel Arnulf Gandensis genoemd.
  • Egbert (952-994), aartsbisschop van Trier.
  • Erlindis (953-1012), zou volgens de legende genezen zijn van blindheid.
     

Arnulf Van West-Frisia 

(ca. 951-18 september 993 bij Winkel in West Friesland). Arnulf was een Friese graaf en  bestuurde van 988 tot 993 een graafschap in West-Frisia, dat later Holland genoemd zou worden. Omdat hij was geboren in Gent  werd hij ook wel Arnulf van Gent genoemd.

In 983 vergezelde Arnulf de Duitse koning Otto II en diens zoon Otto III op hun reis naar Verona en Rome. Omstreeks 988 volgde hij zijn vader op als graaf en erfde diens bezittingen.

Als graaf slaagde hij er zijn grondgebied verder naar het zuiden uit te breiden. In West-Frisia kreeg hij te maken te maken met opstanden van de Friese bevolking. De bewoners kwamen in opstand tegen zijn grafelijk gezag vanwege de ingrijpende maatregelen die hij doorvoerde.

Hij was niet alleen een van de meest machtigste leenheren van het Ottoonse huis in het gebied tussen de Rijn en de Schelde, hij had ook goederen van de Franse kroon in leen. Omdat hij evenals zijn vader een aanhanger van de Ottonen was kwam hij in conflict met de Franse koning Hugo Capet. Deze verwoeste Arnulfs gebied en ontnam hem zijn Franse bezittingen.

Graaf Arnulf probeerde zijn gezag ook naar het noorden verder uit te breiden, in het gebied van de West-Friezen tussen de Rekere en het Vlie. Hij viel met zijn leger in 993 dit gebied binnen. Bij Winkel werd hij verslagen en sneuvelde op 18 september in de strijd. Zijn vrouw Liutgard (ook gespeld: Luitgardis) kon daarop alleen met hulp van koning Otto III het graafschap voor haar zoontje bewaren. Arnulf is met diverse andere familieleden begraven in de toenmalige Abdij van Egmond en werd later heilig verklaard.

Hij was getrouwd met Lutgardis van Luxemburg (geboren ca. 960, overleden 14 september na 1005) was een dochter van Siegfried van Luxemburg en Hedwig van Nordgau.  Ze hadden de volgende kinderen:

  • Dirk III van Holland.
  • Siegfried van Holland.
  • Adelina van Holland.
  • Walbert van Gent.

Dirk III van West-Frisia

(ca 982 – 27 mei 1039). Zoon van Arnulf van Gent en Lutgardis van Luxemburg. Dirk III, bijgenaamd Hierosolymita, was een Friese graaf. Hij was van 993 tot 1039 graaf van het latere graafschap Holland en kortstondig graaf van Gent.

Dirk III’s vrouw heette Othelhilde van Saksen (geboren ca. 985 – Quedlinburg, overleden op  9 maart 1043/44). Over haar afkomst bestaat geen zekerheid. Als zij een dochter van hertog Bernhard I van Saksen was, dan trouwde haar zoon Floris met zijn volle nicht. Als vader wordt ook wel Bernard I van Brandenburg, de markgraaf van de Noordmark, genoemd.

Dirk was actief in de ontginning van moerassen door gronden te verpachten aan Friezen die het in cultuur brachten, maar die wilde gronden werden door de bisschoppen van Utrecht als hun gebied beschouwd. Rond 1015 koloniseerde Dirk zo de Riederwaard. Bovendien bouwde hij een burcht in Vlaardingen, waarschijnlijk op de plek waar zich nu de Grote Kerk bevindt, waar het riviertje de Flarding (tegenwoordig de Vlaardingse haven) uitmondde in de Merwede (tegenwoordig de Nieuwe Maas). Vanuit die burcht dwong hij de kooplieden die langs kwamen varen, onderweg van Tiel naar Engeland en vice versa, om tol te betalen. Deze kooplieden én ook bisschop Adelbold van Utrecht riepen daarom de hulp in van de Duitse keizer. De keizer gaf in 1018 zijn neef Dirk de opdracht om zijn vesting te ontruimen. In plaats van zijn leenheer te gehoorzamen, verschanste Dirk zich op zijn burcht en de keizer kon nu niet anders dan een leger op hem af sturen. Dit leger, onder leiding van hertog Godfried de Kinderloze, bestond uit een vloot met troepen uit Utrecht, Keulen en Luik.

Op 29 juli 1018 kwam het tot de Slag bij Vlaardingen. Het laatste stuk naar de burcht moest via land worden afgelegd, wat lastig ging omdat het gebied vol met sloten en dijken lag. Het duurde niet lang voor het leger van Godfried vastliep en noodgedwongen moest terugkeren naar hun schepen om een andere route te zoeken. Op de terugweg liep het leger echter in hinderlaag van de troepen van Dirk. Godfried maakte met zijn leger een tactische terugtrekkende beweging, waarop iemand uit het Friese kamp riep dat de voorste gelederen verslagen waren en de hertog op de vlucht sloeg. Hierop raakten de troepen van Godfried zo in paniek dat velen in volle wapenuitrusting de rivier in sprongen, in een poging de schepen te bereiken. Andere kwamen vast te zitten in het moeras. Dirk maakte direct gebruik van de paniek en het machtige leger van de hertog werd volledig in de pan gehakt. Godfried werd hierbij gevangengenomen.

Tijdens zijn graafschap wist Dirk zijn gebied uit te breiden richting het oosten. Deze uitbreiding ging ten koste van het bisdom Utrecht. In 1017/1018 zou Dirk ook nog een oorlog tegen de Friezen hebben gevoerd.

Na het overlijden van Dirk III, ging zijn vrouw terug naar Saksen, waar zij op 31 maart 1044 overleed. Dirk III is begraven in de Abdij van Egmond. Othelhilde werd begraven in Quedlinburg.
Uit het huwelijk van Dirk met Othelhilde werden vier kinderen geboren:

  • Dirk IV. Vanaf 1039 volgde hij zijn vader Dirk III op als graaf over de gebieden die later bekend zouden staan als het graafschap Holland. Hij sneuvelde nabij Dordrecht op 13 januari 1049. Dirk was nog jong, ongehuwd en kinderloos. Hij werd opgevolgd door zijn broer Floris I.
  • Floris I.
  • Bertrada, die trouwde met Diederik II van Katlenburg.
  • Swanhilde, die trouwde met Emmo van Loon. 
  • Hedwig, die trouwde met Diederik van Este van Wachtendonck.

Floris I van West-Frisia

(ca. 1025 – overleden Nederhemert, 28 juni 1061), Graaf van Friesland van 1049 tot 1061. Floris I, Graaf van West-Frisia kwam uit een eeuwenoud adelijk geslacht. Hij was de zoon van Dirk III, Graaf van West-Frisia. Graaf Dirk IV, de broer van Floris, werd gedood door een leger van de bisschoppen van Utrecht, Metz en Luik. Dirk was Kinderloos en zijn jongere broer was erfgenaam, maar moest aanvankelijk vluchten.

Floris trouwde met Geertruida van Saksen. Zij was de dochter van Bernhard II, hertog van Saksen, en Eilika van Schweinfurt.

Toen Floris eenmaal tot graaf was benoemd bleef de relatie met de keizer en de bisschoppen slecht. Floris raakte in conflict met de keizer over de tol op de Merwede (vermoedelijk bij Vlaardingen, dus stroomafwaarts van de huidige Merwede). Bovendien probeerde hij zijn bezit in het rivierenland uit te breiden en kwam daardoor in conflict met bisschop Willem van Cuijk.

Regentes Agnes gaf in 1058 bisschop Willem van Cuijk van Utrecht, Hendrik II van Leuven, Wichard van Gelder, Anno II  (aartsbisschop van Keulen), Diederik (bisschop van Luik) en Egbert I van Meißen, de markgraaf van Friesland (Friesland en Groningen), opdracht om Floris tot de orde te roepen.

De eerste echte slag werd in 1061 uitgevochten bij Oudheusden. Het Friese leger van Floris was zwaar in de minderheid en had daarom het slagveld met grote aantallen valkuilen voorbereid. Zo raakten zijn tegenstanders in grote verwarring en werd een groot aantal direct al buiten gevecht gesteld. Floris wist daarna de slag eenvoudig te winnen. De volgende slag vond op 28 juni 1061 plaats bij Nederhemert. Floris viel de troepen van Keulen, Brunswijk en Cuijk aan en wist ze snel te verjagen. De Friezen gingen vervolgens rusten in de schaduw van de bomen langs de Maas. Herman van Cuijk, burggraaf van Utrecht, hergroepeerde zijn troepen en overviel het nietsvermoedende leger. Floris werd samen met honderden van zijn mannen gedood.

Floris is oorspronkelijk begraven in de eerste abdij van Egmond. Hij ligt na opgraving in het nieuwe mausoleum in de in 1935 herstichte Abdij van Egmond, hoewel eraan wordt getwijfeld of het in 1935 gevonden skelet wel van Floris was.

Dirk V van West-Frisia

(ca. 1054 – 17 juli 1091) Hij was graaf van Holland, zoon van Floris I en Geertruida van Saksen. Toen Floris I sneuvelde, was Dirk V nog minderjarig en zijn moeder trad op als regentes. Bisschop Willem I van Utrecht maakte van deze situatie gebruik om het Rijnland en het Kennemerland te annexeren. Deze annexatie werd formeel bevestigd door keizerin Agnes van Poitou, de regentes van Duitsland. Van Dirks graafschap bleven alleen de meest noordelijke en zuidelijke gebieden over.

Zijn moeder besefte dat Dirk een sterke bondgenoot nodig had en ze trouwde in 1063 met Robrecht I van Vlaanderen, de broer van de graaf Boudewijn VI van Vlaanderen. Die gaf zijn aanspraken in Vlaanderen op (ten gunste van zijn neef Arnulf III van Vlaanderen) en wijdde zich aan zijn Friese belangen. Daaraan ontleent hij in Vlaanderen zijn bijnaam “de Fries”. Dirk ontving Vlaanderen ten oosten van de Schelde en de eilanden ten westen van de Schelde (o.a. Walcheren), als donatie.

Robrecht en Boudewijn wisten het Rijnland en Kennemerland weer terug te veroveren maar de keizer gaf hertog Godfried III van Lotharingen van Neder-Lotharingen opdracht om de bisschop te verdedigen.

Godfried werd op 26 februari 1076 vermoord in Delft of Vlaardingen, volgens de overlevering werd hij toen hij zijn behoefte deed, van onderen dodelijk verwond.

Toen bisschop Willem een paar maanden later ook overleed, verzamelde Dirk een Vlaams leger en probeerde opnieuw zijn graafschap te heroveren. De nieuwe bisschop Koenraad verschanste zich in het kasteel van IJsselmonde. De gevechten werden beslist doordat Dirk het kasteel kon veroveren: Koenraad sloot vrede en gaf daarbij het Rijnland en Kennemerland terug aan Dirk.

Dirk was getrouwd met Othilde van Saksen (geboren ca. 1065, overleden 18 november 1120). Kinderen uit dit huwelijk:

  • Floris II
  • Mathilde
     

Door Eric