De naam ‘van Poelenburg’ komen we voor het eerst tegen bij ene Jacob Gerritsz. aan het einde van de veertiende eeuw. Hij had van Wouter van Heemskerk een woning en hofstede te Heemskerk in leen. In een akte uit 1381 word het huis Poelenburgh omschreven als ‘die huijsinge mitten werve en 4 acker lands gelegen vóór de werf, streckende aan den Kerkwegh’ en bovendien ‘nog een weide gelegen achter het huis en vandaar streckende tot aan den Hecksloot’. Jacob wordt op 14 juni 1410 genoemd als Jacob van Poelenburgh.  De naam ‘van Poelenburg’ komen we voor het eerst tegen bij ene Jacob Gerritsz. op het einde van de veertiende eeuw. Hij had van Wouter van Heemskerk een woning en hofstede te Heemskerk in leen. In een akte uit 1381 word het huis Poelenburg omschreven als ‘die huijsinge mitten werve en 4 acker lands gelegen vóór de werf, streckende aan den Kerkwegh’ en bovendien ‘nog een weide gelegen achter het huis en vandaar streckende tot aan den Hecksloot’. Jacob wordt op 14 juni 1410 genoemd als Jacob van Poelenburg. Als wapen voerden de van Poelenburgs een blauwe leeuw op een zilveren veld. Dit duidt op een familierelatie met de van Heemskerks die een zilveren leeuw op een blauw veld voerden.

Het huis ging meerdere malen over en kwam onder andere in bezit van de Van Egmonds. Op 13 februari 1574 werd het goed nog omschreven als ‘de huizinge, hofstede, boomgaard en vier akkers land’. Er zijn geen aanwijzingen dat van vernietiging in de Spaanse tijd sprake zou zijn geweest hoewel er een tekening bekend is van J. Schijnvoet (zie afbeelding) van circa 1570 waarop men een gedeeltelijk verwoest kasteel ziet. In ieder geval is het kasteel rond 1580 weer geheel of gedeeltelijk opgebouwd.

In 1621 werd het huis Poelenburgh wel in zijn geheel afgebroken door de nieuwe eigenaar Peter von Sedlnitzky. Deze heer stamde af van een Pools adellijk geslacht en had meegevochten in de slag bij Nieuwpoort (1610). Van 1602 tot 1610 was hij gouverneur van de stad Grave. Hij liet een nieuw huis bouwen met de voordeur in het midden met links en rechts drie ramen en op de eerste verdieping zeven ramen. Opmerkelijk aan het huis was het zeer hoge dak.

Na verschillende eigenaren werd het huis op 5 december 1724 verkocht aan een achttal Heemskerkers voor fl.8.600,-. Het huis werd omschreven als ‘het huis Poelenburch met deszelfs koetshuijs, stallingen, twee bouhuizen, boomgaarden, lanen, houtgewassen en landerijen rondom hetzelve gelegen, groot 18 morgen en 16,5 roeden.’ gelegen ten oosten van de huidige Gerrit van Assendelftstraat. Aan de noordkant werd het landgoed begrensd door de Maerelaan en ten oosten door de Hecksloot. Erbij behoorden ook ‘het Maerehuis’ en de ‘Vogelkooi’ en nog een tiental percelen land.

Na de koop werd het huis afgebroken en de grond werd verkocht aan Cornelis Groenlant. In 1730 spreekt men dan ook van land ‘daer Poelenburch gestaen heeft’ en van ‘de gewese laen van Poelenburch’. De rest van het bezit werd verkaveld en in kleine percelen verkocht. De totaalopbrengst bedroeg fl.9.196 en 85 stuivers. Een schamele winst van 5 á 600 gulden die ook nog eens in 8 porties moest worden verdeeld. Het huis Poelenburg verdween hiermee uit de geschiedenis en leeft alleen nog voort in de naam van de wijk die op dezelfde plek werd gebouwd. Ook hier werd evenals dat bij Rietwijk het geval was, vóór de nieuwbouw helaas geen archeologisch onderzoek verricht.

Tydeman Clemensz van Poelenburg 

Geboortedatum is onbekend. Hij is overleden rond 1274. Ook zijn echtgenote is niet bekend.

Kind(eren):

  • Gerrit Tiemans van Poelenburgh  ± 1310-1345 

Gerrit Tiemans van Poelenburgh

geboren rond 1310 in Den Haag (‘s-Gravenhage), Zuid-Holland, Nederland.

Poelenburgh; Van dezer geslagten, die hun Stamhuis hebben gehad in Kennemerland, tot Aagtdorp, in de Banne van Schoorl ( ’t welk by Goudhoven vermelt geruineert te zyn) hebben geleeft, Heer Gerrit van Poelenburg Ridder, anno 1345. Verslagen in de strijd bij Staveren, met Heer Naaldwijk, Maarschalk van Holland zyne Neve, uit welker huis men vermoed dat hy door Jonger Zoon afkomstig was;

Gerrit is overleden op 24 september 1345 tijdens de slag bij Stavoren (Starum), Friesland.

De Slag bij Stavoren, was een veldslag in de Fries-Hollandse oorlogen tussen graaf Willem IV van Holland en Henegouwen en de Westerlauwerse Friezen, op 26 september 1345. Ze eindigde met een overwinning voor de Friezen en de dood van de graaf. Met Hollands-Friese taalstrijd had de slag weinig de maken. De ridders waren grotendeels Franstalig, het West-Friese deel van hun voetvolk sprak vermoedelijk Fries. Binnen het Heilige Roomse Rijk hadden de Friese gebieden een ontwikkeling doorgemaakt naar zelfstandigheid, de zogenaamde Friese Vrijheid. Deze ontwikkeling was het sterkst ten oosten van de Lauwers. In de tegenwoordige provincie Friesland werd nog tot ver in de 13e eeuw een vorm van grafelijke heerlijkheid uitgeoefend door de bisschop van Utrecht en de graaf van Holland. De Hollandse graven in die tijd waren uit op meer macht en wilden hun oppergezag claimen door invoering van belastingheffing en algehele controle op de rechtspraak in Friesland. De graafschappen Holland en Zeeland kwamen in 1299 in handen van het Franstalige Huis Avesnes, graven van Henegouwen. De krijgshaftige graaf Willem IV ging echter veel voortvarender te werk dan zijn in 1337 overleden vader Willem III. Nadat onderhandelingen waren mislukt omdat de concessies die de graaf eiste voor de Friese elite onaanvaardbaar waren, maakte de graaf aanstalten heel Westerlauwers Friesland te onderwerpen. De Hollands-Henegouwse troepen (naar schatting 12 tot 15.000 man), voeren vanuit Enkhuizen met een vloot de Zuiderzee over. Een deel van de troepen onder leiding van Willems oom, heer Jan van Beaumont landde op de Zudervenne, een vlakte ten zuidwesten van Stavoren. Dit terrein is later in zee verdronken. De graaf wilde het Sint-Odulfusklooster bij Stavoren veroveren om dit gaan gebruiken als vesting en uitvalsbasis. Ook had hij het op de stad zelf voorzien. De ridders droegen een harnas, maar hadden geen paarden, omdat daarvoor geen ruimte was aan boord van de (meer dan 300) schepen, die waren volgeladen met werkvolk, bouwmateriaal voor de geplande vestingbouw en voorraden.

De troepen van graaf Willem landden ten noorden het klooster. Met een voorhoede van ongeveer 500 stormde hij landinwaarts en stak daar een of meer huizen in brand. Bij het klooster vielen de invallers in handen van het verzamelde Friese leger, dat zich hier al sinds juni had verschanst. Vanwege de omvang van dit leger valt aan te nemen dat daarbij ook hulptroepen uit de Groninger Ommelanden en Oost-Friesland waren.

Vanwege hun zware harnassen waren de ridders geen partij voor het Friese voetvolk, dat beter overweg kon met de doorweekte bodem. Ook graaf Willem kwam tijdens de slag om het leven. Zijn hoofd werd afgeslagen uit wraak voor de dood van een Friese edelman. Naar verluidt wisten de strijders niet dat het om de graaf zelf ging. Hollandse kronieken suggereren dat de grafelijke troepen door God gestraft werden, omdat ze het kloosterterrein hadden bezoedeld. Toen de troepen van de heer van Beaumont in Stavoren hoorden wat er was gebeurd, vluchtten ze naar de schepen, achtervolgd door de Friezen. Volgens tijdgenoten sneuvelden er in totaal zo’n 500 Hollandse strijders, waaronder dus ook onze Gerrit Tiemans van Poelenburgh.

Gerrit had zeker één zoon : Jacob.

Jacob Gerritsz van Poelenburgh 

Geboren rond 1345 in ‘s-Gravenhage, Zuid-Holland, overleden rond 1390. Hij was ridder en Knape van de schout van Alkmaar.

Jacob had tenminste één zoon: Gerrit

Gerrit Jacobsz van Poelenburgh

geboren rond 1375 in Den Haag (‘s-Gravenhage), Zuid-Holland, overleden rond 1447.

Van 1475 tot 21 mei 1477 was Gerrit baljuw van Schoonhoven 1443-1488. Hij gaf het ambt op 21-5-1477 op eigen verzoek terug aan de grafelijkheid. In 1477 verweet de bevolking hem met de Kabeljauwse regering de accijnzen buitensporig verhoogd te hebben. Daardoor durfde nauwelijks meer in de stad te komen.

Kind(eren):

  • Jacob Geritsz van Poelenburgh
  • Willem Gerritz van Poelenburgh
  • Femme van Poelenburgh

Jacob Gerritsz van Poelenburgh

Geboren rond 1400, overleden na 21 december 1492. Jacob was Ridder en Schout van Alkmaar. Hij woonde in Huys Poelenburgh te Heemskerk, Noord Holland. Hij was die eerste die van Wouter van Heemskerk een woning en hofstede (Huys Poelnburgh) te Heemskerk in leen had.

Jacob was getrouwd met Diederica Reijnersdr van der Does. Zij zijn getrouwd in het jaar 1459 te Den Haag (‘s-Gravenhage), Zuid-Holland.

Kind(eren):

  • Pauwel Jacobsz Heer van Poelenburgh ± 1425-1484
  • Marie Hase van Poelenburg ± 1425-????
  • Willem (Jan)Gerritz van Poelenburg ± 1430-1497

Pauwel Jacobsz van Poelenburgh

Geboren rond 1425 in Den Haag (‘s-Gravenhage), Zuid-Holland, overleden in het jaar 1484 in Den Haag (‘s-Gravenhage). Hij was getrouwd met Femme, huisvrouw van Poelenburgh.

Kinderen:

  • Hase van Poelenburgh
  • Machteld van Poelenburgh
  • Everharda Pauwelsdogter van Poelenburgh
  • Boudewyn van Poelenburgh
  • Genoveva van Poelenburgh

Everharda Pauwelsdogter van Poelenburgh

Geboren rond 1445 in Den Haag (‘s-Gravenhage), Zuid-Holland, overleden voor 7 februari 1526 in Den Haag (‘s-Gravenhage), Zuid-Holland.

(Testament) van 1510 tot 1526.

Tr. Everharda van Poelenburgh [Poelenburg: kasteel onder Heemskerk, vgl. ook familie in Haarlem e.o.]; keizer Maximiliaan gaf beiden 7 juli 1495 toestemming tot testeren m.b.t. leen en andere goederen t.b.v. kerken en kloosters (Hooftshofje 5 (2e omslag)) [Willem Gerritsz. van Poelenburch, pachtte baljuwsambt van Schoonhoven 1475 1477 (Van Gent 474)] Hij, Mr. Jan Adriaansz., kocht, uit hoofde van zijn vrouw 1 aug. 1489 14 morgen land (Hooftshofje 5 (2e omslag)). Beiden bezaten een lijfrente op de stad Gouda (verm. 1490) (Haags Gemeentearchief, Bibliotheek Du5 23) Zij testeerden19 sept. 1494 (zij dan Evertje Poulusdr. genaamd); daarbij maakte hij zijn vrouw tot erfgename (Ibid.)
– Evertje Pouwelsdr. van Poelenburch, wed. van Mr. Jan S., rekenmr., testeert en maakt behoudens enkele legaten haar zoon Jacob Adriaansz. van der Wyel tot erfgenaam (23 okt. 1523); herriep dit testament 22 aug. 1525 en testeerde opnieuw (Ibid.). Evertje trouwde eerder Adriaan van der Wyel (zie Deym), die volgens Hooftshofje 5 (2e omslag) een zoon zou zijn van Jacob van der Wyel en Anna Verduyn en als broers en zrs. had: Dirk, Adriaan, Thomas, Catharina en Josina. Haar voorkinderen namen naam en wapen Stalpert over (Ibid.)
– Evertgen overleed 1526 (Archief Nicolaasgasthuis 19 fol. 237)

na de dood van haar man Adriaen trouwde Everharda met Jan Stalpaert. Met hem kreeg ze geen kinderen. Ze kreeg van keizer Macimiliaan toestemming om om afstand te doen van het wapen van Van Der Wiele. Haar kinderen voegde de naam Stalpaert aan hun achternaam toe en namen het wapen van Stalpaert over.

Door Eric