Boerendochter Hendrika Heuverling stamde uit een eeuwenoud geslacht van Heren van Arkel en Bockhoven, Schouten en Schepenen. De eerste vermelding van haar voorouders stamt uit het Frankrijk van de achtste eeuw.
Het Land van Arkel
heeft een fascinerende geschiedenis!
Het vormde een leen van het graafschap Holland en kende haar hoogtijdagen onder het bewind van de Heren van Arkel. In die tijd groeide het uit tot een economisch en strategisch belangrijk gebied. Onder andere Gorinchem en Leerdam speelden een prominente rol, met kastelen zoals de bekende Keizerlijke Burcht in Gorinchem.
Het verhaal van de Arkelse Oorlogen, die eindigden in 1412, maakt de geschiedenis van dit leenschap extra bijzonder. Deze oorlogen leidden tot de val van de Arkelse macht, waarna het gebied werd geïntegreerd in het graafschap Holland.
Herbaren II van der Lede vestigde zich in Arkel en werd de stamvader van het geslacht Van Arkel.
De zoon van Herbaren, Jan I van Arkel wordt in een kroniek uit 1253 genoemd als leenman van de graaf van Holland. In 1260 kreeg hij Bergambacht in zijn bezit.
Jan I werd bijgenaamd De Sterke, hij zou zich eens voor de grap aan de poort van Gorinchem opgetrokken hebben met zijn paard.
In 1267 begon hij met de bouw van het kasteel van Gorinchem.
Zijn opvolger Jan II kocht in 1272 de havenplaats Gorinchem van de graaf van Bentheim. Het grondgebied strekte zich nu tot aan de Merwede, en men mocht nu tol heffen op de Lek en de Merwede. Er ontstond een bloeiende handel waaruit de Heren van Arkel grote verdiensten konden halen. Er werden diverse kastelen gebouwd, waarvan de meest bekende in Asperen, Haastrecht en Gorinchem (1267). De heren verbleven meestal in het laatste kasteel. Jan II droeg het kasteel van Gorinchem in 1290 op aan zijn leenheer Floris V van Holland, uit eerbied voor diens gezag.
Heijman van Arkel
- Heijmann van Arkel. Geboren in het jaar 770 in Pierremont, Pas-de-Calais, Frankrijk. Hij was de vader van
- Jan van Arkel. Geboren rond 800. Overleden in Pierremont, Pas-de-Calais, Frankrijk. Hij was getrouwd met Elisebein. Zij waren de ouders van
- Heijmann van Arkel. Geboren rond 840. Hij was getrouwd met Tekla van Egmond. Zij waren de ouders van
- Jan van Arkel. Geboren rond 880. Hij was de vader van
- Heijmann van Arkel. Geboren rond 900. Hij was ridder, eerst hoveling van keizer Lodewijk, daarna kamerheer van de Hertog van Lotharingen (Lorraine). Hij was getrouwd met Helena van Frankrijk. Zij waren de ouders van
- Fop van Arkel. Geboren rond 920.
Vermeldingen van deze eerste zes generaties uit:
Abraham Kemp – Leven der doorluchtige heeren van Arkel, ende jaar-beschrijving der stad Gorinchem (1656)
Heimann van Arkel
Zoon van Fop van Arkel, geboren rond 940, overleden rond 980. Hij werd Heijmann van Hongarije genoemd.
Het dorp Arkel (Arclo) wordt al vroeg vermeld, in 641 werd er een kerk gesticht. Heiman zou zich hier gevestigd hebben. Hij kreeg van Tieleman, landvoogd van Oost-Friesland onder keizer Otto I de Grote, het bestuur over Neder-Friesland, het huidige Friesland. Hij werd werd door de graven van Holland en Teisterbant beleend met enige landen aan de Linge, later verenigd onder de naam “het Land van Arkel”.
Hij was de eerste Heer van Arckel en tevens hofmeester onder Graaf Diederik (Dirk) II van West Frysia. Hij werd door de graven van Holland en Teisterbant beleend met enige landen aan de Linge, later verenigd onder de naam “het Land van Arkel”.
Heijmann was getrouwd met Silla Tielmansdr. van Friesland. Silla is geboren in 925, dochter van Tieleman van Friesland. Hun zoon was:

Foppe van Arkel
Tweede Heer van Arkel. Eerste Heer van HeukelomG eboren rond 970, overleden in het jaar 1008. Hij was grondlegger van het Kasteel van Arckelerdamme.

Foppe was getrouwd met Maria van Oyen. Zij was Vrouwe van het land van Oyen, de dochter van Edelman Thieman van Oyen. Foppen en Maria hadden de volgende kinderen:
- Maria van Oyen
- Jan I van Arkel
- Adele van Arkel
Jan I van Arkel
Geboren rond 995, overleden in het jaar 1034 in Syrië. Hij is “gesneuveld in de strijd tegen de heidenen“.
Jan stichtte rond 1020 een kerk te Leerbroek. Jan I vertrok naar het Heilige land vermoedelijk op pelgrimstocht om Jeruzalem te bezoeken. Vervolgens zou hij in Byzantijnse dienst getreden zijn en was hij aanwezig bij verscheidene acties tegen de Seltsjoek-Turken. Hij overleed tijdens een hinderlaag in Syrië.
Jan was getrouwd met Elisabeth van Cuyck. Hun zoon was:
Jan II van Arkel
Heer van Arkel. Geboren rond 1025, overleden op 7 januari 1077 in IJsselmonde. Tijdens Jan II’s regeerperiode stichtte hij een kerk te Spijk en ook in Dalem.
Hij trok in 1076, met Robrecht de Fries en diens stiefzoon Dirk V van Holland, op tegen Koenraad, de Bisschop van Utrecht, en hielp het slot te IJsselmonde belegeren. Hij kwam om het leven bij die opstand bij IJsselmonde, mogelijk kon dit ook de Slag bij IJsselmonde zijn geweest.
Hij was getrouwd met Margaretha van Althena. Hun kinderen waren:
Jan III van Arkel
Hij is geboren rond 1046, overleden tussen 1112-17. Hij was Heer van Arkel en kruisridder. Hij vocht samen met Graaf Robrecht van Vlaanderen in Palestina. Hij was toen nog een knaap en werd na het bereiken van Jeruzalem tot ridder geslagen door Godfried van Bouillon.

Een sage vertelt over een voorval van Jan van Arkel tijdens zijn reis naar het Heilige Land. Van Arkel kreeg het aan de stok met een Italiaanse edelman, die beweerde dezelfde wapentekens te dragen. Men mag ervan uitgaan dat het Huis Arkel voor 1215 ook al een soort wapen had, Van Arkel kon dit niet over zijn kant laten gaan en eiste een duel, dat eindigde in het voordeel van Van Arkel.
Thuis teruggekeerd uit Jeruzalem huwde hij met Aleid of Adelheid van Heusden (1060-1145), een dochter van Jan II van Heusden. Zijn vrouw was mogelijk al weduwe uit een vorig huwelijk, omdat er een groot leeftijdsverschil was. Hun kinderen waren:
Folpert van Arkel, Heer van der Lede
Hij is geboren rond 1090. Folpert erfde na de dood van zijn vader het gebied Van der Lede (hedendaags Leerdam) en stichtte het huis Van der Lede. In Gelderse almanakken komt Folpert naar voren als een bedrieglijk landheer. De dichter Anthony Christiaan Winand Staring schreef een gedicht over Folpert:
In Haestrechts wal, voor ’t grijze slot,
Nabij den lindenstam,
Die ’t burgplein, als de middagzon
Den rug der hooge daken won,
In zijn beschutting nam;
In Haestrechts wal zat Folpert aan,
Met menig spiesgezel;
Maar ’t goud, dat op zijn schenkdisch praalt,
Is roof, met wreevle hand gehaald,
Uit klooster en kapel.
En ’t midden van den tafelpronk
Vervult een vreemd gerigt:
Een schild, met diep gekloofden rand,
Bevat, naar ’t schijnt, een kostbaar pand,
Dat in een sluijer ligt.
‘Waartoe dit raadsel opgezet?
Vanwaar deez’ maagdendragt?
Wiens arm verloor dit ridderschild?’
Zoo hoort men vraag op vraag gespild,
Wijl Folpert zwijgt en lacht.
Doch eedler dronk verhoogt de vreugd;
De wang der gasten blaakt;
De jagtmuit paart, aan alle zijd’,
Haar blaffen met den bekerstrijd;
En Folpert wordt bespraakt!
Hebt dank, gij Mannen!’ heft hij aan
‘Die ‘k menig schoonen dag;
Als ’t vuur, bij vrolijk krijgsrumoer,
In ’t erf van vette priesters voer;
Mijn standerd volgen zag.
Hebt dank, die willig tot mijn kamp
En aan mijn disch verscheent!
Te lang reeds had geen wakkre togt,
Noch ’s berkemeijers lavend vocht
Ons broedertal vereend!
Ik lag, van zwoele minnekoorts
Onroemelijk vermand.
Het grillig Wicht, dat Adolfs trouw
Op ’t Geldersch vreêfeest kroonen zou’,
Was stookster van mijn brant.
Haar trots gaf mij mij zelven weêr;
En ’t goed geluk hield wacht,
Toen Adolf, met gevierden toom,
Terugjoeg naar den Lingezoom,
Eer ik aan ’t welkom dacht.
Dit schild getuigt, hoe ’t Lot mij dient!
Mijn raadsel los ik op!
Zoo ‘k vriendeneisch te spaâ voldoe,
Straks brengen we ons een zoendronk toe,
Uit statelijken kop.
Dit schild, in Freedriks twist beproefd,
Dit schild is vijands buit!
‘t Was Adolfs! Maar eene andre prooi!
Nog meer van ’t zijn! dekt deze tooi,
Eens feesttooi van zijn Bruid!
Folperts zoon was:
Herbaren I van der Lede
Geboren rond 1130. Woonachtig op het Mottekasteel aan het recht Ter Lede. Hij was heer van Ter Leede. Herbaren I was de stamvader van het huis Ter Leede.

Hij werd als getuige genoemd bij een samenkomst van Hardbertus, bisschop van Utrecht in 1143; mogelijk ging het hier om de doping van Herbaren. In een Hollandse kroniek wordt hij beschreven als Harbernus de Liethen, mogelijk gaat het over een vorm- of drukfout, want Liethen verwijst naar de oude benaming van Leiden. Onder zijn leiding werd mogelijk het Mottekasteel gebouwd dat bij het recht van ter Leede stond (enkele kilometers ten zuiden van Leerbroek). Wordt genoemd als ambachtsheer van Haastrecht.
Hij trouwde rond 1160 met N.N. Willemsdr. van Altena. Hun kinderen waren:
Floris van der Lede
Geboren rond 1160, overleden na 1207. Hij was heer van der Lede van 1200 tot zijn dood. Floris wordt genoemd in een charter van een Gelderse kroniek uit 1204, dat hij samen met zijn jongere broer Folpert (Walpertus) de heerschappij krijgt van een klein kasteel te Asperen. Ditzelfde kasteel werd tijdens de Loonse Oorlog vernietigd door Willem I van Holland. In 1207 ondertekent Floris een oorkonde tot overgave tezamen met Ada van Holland en Lodewijk II van Loon. Datzelfde jaar wordt Floris om het leven gebracht door huurlingen van de koning van Engeland en de graaf van Holland.
Hij is trouwde rond 1190 met Jacqumine Asekijn Hugo Bottersdochter (Jacomien) van Schoonhoven. Jacomien was de dochter van Hugo IV Botter van Shoonhoven, een achterneef van Floris (via Jan IV van Arkel) Hun kinderen waren:
- Herbaren II van der Lede
- Jan I van der Lede
- Floris van der Lede
- Willem van der Lede
- Mathilde van den Bergh
Floris had ook een buitenechtelijke zoon, Samson van der Lede genaamd. Na het overlijden van Floris nam zijn broer Folpert tussen 1207 en 1212 het regentschap over het gebied van der Lede over.
Herbaren II van der Lede
Geboren rond 1190, overleden rond 1258. Hij kreeg In 1230 het leengoed Heukelom toegewezen en werd ook genoemd als heer van Liesveld en Nieuwpoort. In 1251 was hij betrokken bij ontginningswerk in de Alblasserwaard en Krimpenerwaard om het land van Arkel uit te breiden.
Herbaren was heer van Ter Leede en vanaf 1234 heer van Arkel (Arcelo) en het omringende land. Hij wordt op de volgende manieren genoemd; Herbaren II van der Leede (Herbertus, Harbertus; De Leide, De Leda, De Ledhe, Van der Lede) in diversen kronieken.
Hij was een zoon van Floris Herbaren van der Lede, die de heerlijkheid Lede bezat (nabij het hedendaagse Leerdam).
Nadat Jan VII van Arkel sneuvelde op 24 juni 1234 erfde hij de heerlijkheid Arkel, omdat hij uiteindelijk ook afstamde uit het huis van Arkel.
In 1227 wordt Herbaren geridderd (wordt genoemd onder de ‘Nobilis’), en neemt met de Utrechtse bisschop Otto van Lippe deel aan de Slag bij Ane, de slag verloopt dramatisch maar Herbaren weet te ontkomen. In 1230 krijgt hij het leengoed Heukelom toegewezen en werd hij ook genoemd als heer van Liesveld en Nieuwpoort. Herbaren ging zich tussen 1243 en 1253 heer van Arkel noemen en liet zijn domein Ter Leede na aan zijn jongere broer Jan. Hiermee werd Herbaren de stamvader van het huis Arkel.
In 1251 is hij betrokken bij ontginningswerk in de Alblasserwaard en Krimpenerwaard om het land van Arkel uit te breiden.
Hij was getrouwd rond 1210 met Aleidis van Heusden. Zij was door haar eerste huwelijk met Dirck Drossaard van Teylingen van Brederode een voormoeder van Miep Zwart uit Krommenie (1933-2013). Door haar tweede huwelijk met Herbaren II van Arkel van der Lede werd zij ook voorouders van Mieps echtgenoot Cor Sellmeijer jr (1930-1999).
Hun kinderen waren:
- Jan I “de Sterke” Heer van Arkel (1258-72) ± 1210-1272
- Herbaren Heer van de Berghe ± 1212-1280
- Elisabeth van der Lede ± 1215-< 1253
- Mabilia van der Lede ± 1225-> 1288
Hij had rond 1229 een relatie met Bertha van Wickerode. daaruit kwam nog een zoon voort:
Jan I “de Sterke” Heer van Arkel (1258-72)
Geboren rond 1210, overleden op 15 mei 1272 in Gorinchem. Hij was Heer van Arkel vanaf 1253 tot zijn dood. Verdere bezittingen waren Noordeloos, Bergenambacht, Heukelom, Hoog Blokland, Slingelandt, Stolwijk en Willige Langerak.
Hij was een zoon van Herbaren II van der Lede, erfgenaam van Jan VII van Arkel, en van Alverade van Heusden.

Jan wordt voor het eerst genoemd in een Latijnse kroniek uit 1253, daarin staat hij vermeld als Johannes miles dominus de Arkele (Jan, ridder, Heer van Arkel). Daarna wordt hij nog meerdere malen in aktes over beleningen genoemd. In 1253 komt hij samen met zijn broer Herbaren voor in een akte als getuige voor Jan I van der Lede. Op 25 juni 1254 is Jan getuige bij een verbond van Jan van der Lede en Hugo van Arkel om Floris van Dalem het bezit van Dalem te vergeven als leenbeheer.
Hij nam deel aan de oorlogen tegen de opstandige Westfriezen, onder leiding van zijn leenheer Willem II van Holland. Jan kreeg rond 1260 het leengoed van den Berghe (hedendaagse Bergambacht) toegewezen van het Graafschap Holland, die hij in lening gaf aan zijn broer Herbaren.
Op 29 oktober 1263 beleent Jan ene Otto met Slingelandt. Op 23 augustus 1264 verleent hij samen met Willem van Brederode het recht aan Hendrik van Alblas om een watergracht of kanaal te graven (Jan wordt dan voor het laatst vermeld in een document.
Jan I werd bijgenaamd De Sterke. Hij zou zich eens voor de grap aan de poort van Gorinchem opgetrokken hebben met zijn paard. In 1267 begon hij met de bouw van het kasteel van Gorinchem.
Hij trouwde rond 1235 met Bertha van Ochten, dochter van Hendrik van Ochten en Jutta.
Jan en Bertha kregen drie kinderen:
- Jan II
- Arnold, heer van Noordeloos
- Margaretha
Jan I van Arkel trouwde later met Yda van Andel (Geboren omstreeks 1225, overleden in 1285).
Uit dit huwelijk een dochter:
- Margaretha van Arkel 1260 – 1303

Jan van Arkel werd met zijn vrouw Bertha bijgezet in een graftombe in de kerk van Gorinchem. In 1604 werden de beenderen verwijderd en ergens anders begraven.
Jan II van Arkel
Geboren rond 1240, overleden op 27 maart 1297 in Vronen (verdronken in de Slag bij Vronen). Hij is begraven in Gorinchem.
Jan II wordt in 1269/96 vermeld als knape (1277) en als ridder (1281). Hij vocht mee in het Brabantse leger in de slag bij Woeringen 1288. Hij stond borg voor graaf Floris V van Holland en leende hem geld 1291. Hij werd beloond met de tolvrijheid voor Gorichem en het land van Arkel door Brabant 1288 en door Holland 1282 en 1290.

Hij was heer van Arkel vanaf 1269 tot zijn dood. Hij was vóór 1269 nog minderjarig, zodat het regentschap door zijn moeder werd waargenomen. Jan komt in meerdere akten voor. In 1273 kocht hij de havenplaats Gorinchem van de graaf van Bentheim (of geërfd?).
In 1288 nam hij aan Brabantse zijde deel aan de Slag bij Woeringen. In 1290 erkende hij Floris als zijn leenheer voor zijn kasteel in Gorinchem en kreeg daarvoor in ruil het recht om er tol te heffen. Jan was een van de ondertekenaars van een brief van de Hollandse adel aan koning Eduard I van Engeland.

Hij bouwde een nieuwe burcht ten oosten van Gorinchem en droeg deze in 1290 op aan graaf Floris. Hij steunde Jan van Avesnes en vocht tegen de West-Friezen, toen deze tegen deze in opstand kwamen. Hij plunderde daarbij Enkhuizen, voor hij in Vronen bij Alkmaar sneuvelde. Tijdens de instelling van de Orde van Sint Jacob werd hij tot ridder geslagen door graaf Floris V van Holland.

Toen Floris V in 1296 werd vermoord, nam Jan samen met de heren van Wassenaar en van Borsselen het bestuur van Holland tijdelijk op zich.
Jan II trouwde rond 1265 met Bertrada van Starckenborch. Hun kinderen waren:
- Jan III Heer van Arkel (1296-1325) ± 1267-1324
- Herbaren van Arkel, Heer van de Grote Waard en Slingelandt ± 1275-± 1326
- Mechteld van Arkel ± 1280-????
- Nicolaas Oem van Arkel, Heer van Emmichoven ± 1282-1345
- Mabelia van Arkel ± 1285-????
- Johanna van Arkel van Bokhoven ± 1290-< 1355
Nicolaas Oem van Arkel, Heer van Emmichoven
Geboren rond 1282, overleden op 26 september 1345 in Warns (gesneuveld in de slag bij Warns). Hij was rentmeester van Jan van Arkel, bisschop van Utrecht, zijn neef. Hij was regent van Arkel, nadat zijn broer Jan III van Arkel in 1324 was overleden, totdat diens zoon Jan IV van Arkel oud genoeg was om Heer van Arkel te zijn. Naar alle waarschijnlijkheid zal daar zijn bijnaam Oom van Arkel aan ontleend zijn.

Hij sneuvelde in 1345 bij de Slag bij Warns. Hij was gehuwd met Lijsbeth van Emmikhoven (1275-1320).
Nicolaas was getrouwd met Lijsbeth van Emmichoven, waardoor hij de titel Heer van Emmickhoven verwierf. Hun zoon was:
Jan Oem van Arkel
Geboren rond 1325, overleden rond 1390. Hij was een edelman. Zijn ouders waren Claes Oem van Arkel en Elisabeth van Emminkhoven. Hij was Heer van Olmen en Bokhoven. In 1365 kocht Jan Oem de heerlijkheid en gerecht van Bokhoven van zijn familielid Arent van Herlaer. Van Dirk van der Donck en Agnes van Ollem kocht hij in 1371 een hof in Rotem.
Hij trouwde rond 1350 met Margaretha Claesse, Vrouwe van Olmen. Het stel kreeg 5 kinderen:
- Jan van Bokhoven
- Lijsbeth
- Margriet
- Aleit
- Robrecht van Bokhoven
In 1377 hertrouwde hij met Beele van Geldrop. Ze kregen vier kinderen:
- Claes Oem, heer van Bokhoven
- Claes
- Jan
- Marten, heer van Bokhoven
Claes Oem van Bockhoven van Zevender
Geboren rond 1355. Overleden na 1409. Hij was Knape, Ridder, Heer van Renswoude, Schepen van Luik, in het jaar 1372 hofmeester van Jan van Arkel (Bisschop van Luik), in het jaar 1375 Baljuw van Altena.
In 1365 wordt hij als knape, samen met Paulus van Haestrecht, eveneens knape, genoemd als getuige in een oorkonde van Jan van Arkel, bisschop van Luik. Hij was schepen van Luik en was beleend met een halve molen in Brusteym (Limburg).
In 1373 werd hij met zijn broer Jan Oem gevangen genomen in de slag van Baestwilre.
In 1375 was hij baljuw van Altena.
Nicolaas Oem van Sevender wordt in 1383 heer van Renswoude. In datzelfde jaar draagt Jan van Rynesteyn het “dagelix gerichte ende tiende tot Immichusen” over ten behoeve van Claes Oem van Sevender.Dat Nicolaas Oem van Sevender ook heer van (Noord- of Zuid-) Sevender was kunnen we afleiden aan zijn naamsvoering. Hierdoor werd hij ook wel Claes van (der) Sevender genoemd.
Claes komt voor in leenakten van het graafschap Loon van 1369 tot 1374.
- Hij is beleend met een halve molen in Brusteijm. In 1373 wordt hij met zijn broer Jan Oem gevangen genomen in de slag van Baestwilre.
- In 1383 draagt Jan van Rijnesteijn het ‘dagelix gerichte ende tiende tot Immichusen’ over ten behoeve van Claes Oem van Sevender.
- In 1389 wordt bepaald dat de vrouw van Willem van Haestrecht niet voor de vrouw van Claes Oem van Sevender de kerk van Haastrecht in mag gaan.
- In 1393 wordt Roelof van Haestrecht Pouwelszoon beleend met 14 morgen land in de Roggenbroec in de parochie van Sluipwijk na opdracht van Claes Oem van Sevender.
- In 1409 wordt Otto van Heukelom beleend met verschillende tienden door opdracht van Claes Oem van Sevender, met toestemming van diens zoon en leenvolger Willem.
- Op 20 januari 1416 ‘op sante Agneten avent’ oorkondt Frederik van Blankenheim, bisschop van Utrecht, dat Ernst Johanssoen afstand heeft gedaan van het pachtrecht dat hij bezat van Claes Oem, anders geheten vander Sevender, van het stuk land van het goed te Renswoude, genoemd in de brief van 17 september 1392 waar deze door is gestoken, ten overstaan van Jacob van Zulen, leenman
Hij trouwde rond 1380 met Machtelt Wouters van Ysendoorn. Zij was de dochter van van Wouter van Ysendoorn. Zij was vrouwe van half Vlooswijk, een leen van Oudmunster tussen Woerden en Linschoten, bestaande uit vier hoeven met gerecht, tijns en tiend.
Zij kregen drie kinderen:
- Willem Oem van Zevender, Heer van Renswoude ± 1387-1417
- Arnolda Oem van Zevender, Vrouwe van Renswoude ± 1390-< 1423
- Claes Oem van Bockhoven van Zevender ± 1410-1478
Hij verwekte bij de 15 jarige Elisabeth Martens Momicx een dochter:
- Margaretha Nicolaas dochter van Bockhoven (1385-1435)
Elisabeth is overleden in het jaar 1390, zij was toen 20 jaar oud.
Claes Oem van Bockhoven van Zevender
Geboren in het jaar 1410, overleden in het jaar 1478, hij was toen 68 jaar oud.
Hij had een relatie met Petronella de Roover, Vrouwe van Nemelaer (Geboren omstreeks 1421, ‘s-Hertogenbosch. Overleden omstreeks 1482) Zij kregen een zoon:
Godert van Bokhoven
Geboren rond 1440. Hij was gehuwd met IJke van Bokhoven. Zij hadden 3 zonen:
- Gijsbrecht Godertsen van Bokhoven
- Emond Godertse van Bokhoven
- Laureijs van Bo(c)khoven.
Gijsbrecht Godertsen van Bokhoven
Geboren in Nieuwkuijk, Noord Brabant. Hij was getrouwd met Elisabeth Gerards van Harff. Hun kinderen waren:
- Jan van Bokhoven ± 1480-????
- Hildegonde van Bokhoven 1519-????
- Arien Gijsbrecht van Bokhoven
- Conrarde Coenke van Bokhoven
- Gijsberth Gijsbrechten van Bokhoven
- Janna Gijsbrechten van Bokhoven
- Jasper Gijsbrecht van Bokhoven
- Peter Gijsbrecht van Bokhoven
Jan van Bokhoven
Hij is geboren rond 1480 in Heusden, Hedikhuisen, Noord-Brabant.
Het is niet bekend of hij getrouwd was met zijn partner. Zijn kinderen waren:
Godert Jansz van Bokhoven
Geboren in het jaar 1510 in Hedikhuizen. Hij is overleden in het jaar 1580, hij was toen 70 jaar oud Beroep: Schout. Bijgenaamd ‘de Kustere’.
Hij is getrouwd of had een relatie met een onbekende vrouw. Hun kinderen waren:
- Heijmen Godertzn Godertsz van Bockhoven 1530-1597
- Adriaen Goderts van Bockhoven 1544-1609
- Adriaan Godfried Jan Herman van Bockhoven 1550-1603
- Jan Godert Goderts van Bockhoven 1553-1611
Adriaen Goderts van Bockhoven
Geboren in het jaar 1544 in Hedikhuizen, Noord-Brabant, overleden in het jaar 1609 in Heusden. Hij was hopkoopman van beroep.
Hij trouwde in1568 met Margarita van Hedichuizen. Hun kinderen waren:
Goyert Daniël van Bockhoven
Geboren in het jaar 1595 in Heusden. Hij is overleden in Heusden. Zijn roepnaam was Daniël
Hij was getrouwd met Adriana Verhagen. Hun kinderen waren:
- Cathalijn van Bockhoven 1629-????
- Adrianus Daniël van Bockhoven 1630-1702
- Cathalijn van Bochoven 1635-????
- Elisabeth van Bockhoven 1637-????
- Maria van Bockhoven 1639-????
- Ida van Bockhoven ± 1640-????
- Johannes van Bockhoven 1643-????
- Johannes van Bochoven 1645-????
- Peter van Bochoven
- Wouter van Bochoven
Adrianus Daniël van Bockhoven
Geboren op 19 november 1630 in Heusden, overleden op 16 februari 1702 in Vlijmen, Noord Brabant. Hij was burgemeester van Heusden in 1673 en 1674 en in 1688 en 1689, president van de Heemraad, Schepen in 1671, 1681 en 1682.
Hij was getrouwd met Anneken Jansen Boom. Hun kinderen waren:
Hij trouwde op 23 december 1665 in Drunen met Cornelia (Neeltje) Gielen Agnes Michielsen. Hun kinderen waren:
- Michael Adriaanse (Michaelis Adrianus) van Bockhoven 1667-1723
- Petronella Adrianus Petronilla Adriaense Frederiks van Bockhoven 1671-1749
Hij trouwde daarna met Maria (Maijke) Aertse. Dat huwelijk bleef kinderloos.
Na Maria’s overlijden kreeg Adriaen een relatie met een onbekende vrouw, met wie hij een dochter kreeg:
- Johanna Adriaan Cornelis van Bockhoven
Michael Adriaanse van Bockhoven
Hij is geboren op 28 september 1667 in Haarsteeg, NB. Hij is overleden op 15 januari 1723 in Hedikhuizen, NB.
Hij was getrouwd met Wilhelmina Bartels van Baertwijck. Hun kinderen waren:
- Adrianus (Adriaan) Michaelis van Bockhoven1691-1736
- Theodora Giele Derriske van Bockhoven 1693-1763
- Cornelia (Neeltje) Gielen van Bockhoven1695-1749
- Joanna van Bockhoven1697-????
- Bartholomeus van Bockhoven1700-????
- Jacobus van Bockhoven1702-????
- Joannes van Bockhoven1704-1714
- Maria van Bockhoven1707-????
Cornelia (Neeltje) Gielen van Bockhoven
geboren op 6 oktober 1695 in Hedikhuizen, Noord-Brabant, overleden op 26 oktober 1749 in Vlijmen, Noord-Brabant.
Zij is getrouwd met Theodorus (Dirk) Teunisse van Cuijck.
- Norbertus van Kuijk 1718-????
- Joannis Dirkse van Kuijk 1719-1785
- Maria van Kuijk 1721-1814
- Anthonius van Kuijk 1723-????
- Elisabeth van Kuijk 1725-????
- Henrica Dirks van Kuijk 1727-1814
- Cornelia van Kuijk 1730-????
- Maria Dirks van Kuijck 1732-1814
Joannis Dirks van Kuijk werd de overgrootvader van Hendrika van de Kerkhof. Zij trouwde met Josephus Heuverling. Zij werden de overgrootouders van Hendrika Heuverling. Deze Hendrika werd overgrootmoeder van Lies Fritz uit Amsterdam.