De grootmoeder van moeders kant van Lies Sellmeijer-Fritz uit Amsterdam was Hendrika Heuverling uit Vlijmen. Het was een behoorlijke zoektocht naar haar voorouders. In de Vlijmense familie Heuverling werden veel kinderen Josephus en Josepha genoemd, waardoor aangetrouwde neven en nichten in de stamboomonderzoeken regelmatig verwisseld lijken te worden. Daarbij hebben archivarissen aan het einde van de achttiende eeuw nogal zitten rommelen met namen en plaatsnamen. Volhardend blijven zoeken leerde dat Leiden eigenlijk Luik (België) moest zijn en de naam Toep ook niet Taup moest zijn maar Toop.

Zo kunnen we er zeker van zijn dat de stamouders van de lijn naar Lies Fritz’ moeder Josephus Heuverling en Catharina Toop, beiden uit het Belgische Luik, moeten zijn. Hun geboorte- en sterfdata zijn vooralsnog niet bekend.

Luik, België

Lange tijd werd aangenomen dat Luik pas in de 7e of 8e eeuw gesticht werd door de bisschoppen van Maastricht, maar de opgraving van een omvangrijke Romeinse villa op de place Saint-Lambert in het centrum van de stad, heeft aangetoond dat Luik al eerder een plaats van betekenis was.  Hier verrees de latere Sint-Lambertuskathedraal en het naastgelegen Paleis van de Prins-bisschoppen. Door de moord op Lambertus en het bedevaarttoerisme als gevolg daarvan, ontwikkelde Luik zich snel tot het nieuwe centrum van het bisdom.

Sint-Lambertuskathedraal te Luik

Vele eeuwen lang, tot 1795, werd Luik geregeerd door de Luikse bisschoppen, vanaf 972 prins-bisschoppen genoemd. Het wereldlijk gebied van het prinsbisdom Luik strekte zich uit over het grootste deel van de huidige provincie Luik en de zuidelijke helft van de huidige provincie Namen. Bovendien verwierven de bisschoppen van Luik in 1366 ook het graafschap Loon, dat grotendeels samenvalt met de huidige Belgische provincie Limburg . De hoofdstad Luik was verreweg de grootste van de 23 Goede Steden (Bonnes-Villes) van het prinsdom.

De geschiedenis van Luik wordt gekenmerkt door talloze conflicten tussen het prinsbisdom en de buurlanden, maar ook tussen de burgers van de stad, de bisschoppen en de adellijke families. Daarbij moesten de prins-bisschoppen diverse malen hun toevlucht zoeken in het naburige Maastricht. De stad kreeg in de 11e eeuw stadsmuren om zich te beschermen en boven op een heuvel verrees een dwangburcht, die in de loop der eeuwen verschillende keren herbouwd is. In 1142 verwoestte een grote brand een aanzienlijk deel van de stad.

Toen de hertogen van Bourgondië – later de Habsburgse koningen van Spanje – allengs de hele Nederlanden onder hun gezag verenigden, bleef het prinsbisdom Luik als onafhankelijke staat daarbuiten, hoewel de Bourgondiërs er wel voor zorgden dat er geen vijandig gezinde prins-bisschoppen werden benoemd. In 1468 werd in het kader van een dergelijke machtsstrijd de stad “getuchtigd” door de Bourgondische hertog Karel de Stoute. Het verzet van de 600 Franchimontezen nam later in de Luikse geschiedschrijving heroïsche vormen aan. Na de verovering van de stad misdroegen de soldaten zich buitensporig, waarbij een kwart van de 20.000 inwoners het leven zou hebben gelaten en de stad grotendeels werd verwoest. Het herstel duurde vele tientallen jaren.

Terwijl in omliggende steden de Reformatie veel aanhang had, wisten de Luikse bisschoppen de hervormingspredikers buiten de stadsmuren te houden. De beeldenstormen van 1566 en 1567 gingen eveneens aan de stad voorbij, maar deze bereikten wel onder meer Hasselt en Maastricht; bisschop Gerard van Groesbeek liet opstanden in deze steden en in Maaseik hardhandig neerslaan. In het najaar van 1568 belegerde Willem van Oranje Luik drie dagen lang zonder succes; zijn troepen plunderden het Luikse platteland. Tijdens de Tachtigjarige Oorlogtrachtten de bisschoppen van Luik neutraal te blijven tussen de strijdende partijen. Tijdens de Negenjarige Oorlog kwamen de troepen van Menno van Coehoorn uit de Nederlandse Republiek de Luikenaars te hulp; de Fransen slaagden er evenwel in Luik zwaar te beschieten in 1691.

Rond die tijd kwamen Josephus en Catharina als jong echtpaar naar Oosterhout, Noord-Brabant in Nederland. Zij kregen op 01 mei 1802 twee kinderen:

  • Josepha
  • Joannes

Maria Josephine (Josepha) Heuverling

Geboren op 1 mei 1802 in Oosterhout, Noord-Brabant. Op haar 21ste raakte Josepha zwanger van een (voor het nageslacht) onbekende man. Als ongehuwde vrouw zonder vaste woonplaats beviel zij op haar 22ste bij een boer in Son en Breugel van een zoontje wat zij Josephus noemde. Later is zij nog wel getrouwd met Klaas Poeze en kreeg ze meer kinderen, maar of haar echtgenoot haar zoontje heeft erkend is niet bekend. De lijn naar Lies Fritz loopt via dat ‘onwettige’ zoontje.

Josepha wekte als ventster in ‘s Hertogenbosch en is daar op 14 februari 1866 in een Ziekengasthuis overleden.

In het jaar een duizend acht honderd twee-en-vijftig, de twintigsten dag der maand  Januarij, is voor ons Ambtenaar van den Burgelijken Stand der gemeente Son en Breugel, provincie Noordbrabant ingeschreven het volgend vonnis:

In naam des Konings.

De Arrondissements Regtbank, zitting houdende te Eindhoven, heeft het volgende vonnis gewezen.

De Regtbank gezien het request door den Procureur Egidius Martinus Jonckbloet van deze Regtbank ingediend namens Josephus Heuverling, alias Peters, Fuselier bij het regement Infanterie in Garnizoen te Leiden, daarbij verzoekende  aanvulling zijner ontbrekende akte van Geboorte in de registers van den Burgerlijken Stand te Breugel.

Gezien een certificaat van onvermogen den 7 december 1850 door den Burgemeester der stad Leiden ten behoeve des requestants afgegeven, Gehoord de beëdigde verklaringen van drie getuigen, Gehoord de conclusie van het openbaar ministerie, strekkende daartoe dat het den Regtbank moge behagen de gevraagde aanvulling te bevelen.

Overwegende dat de verzoeker genoegzaam van de juistheid zijner vordering heeft gecertificeerd en tevens van zijn onvermogen heeft doen blijken. Gezien art. 70 199 B.W. mitsgaders de Artikelen 829 en 872 Wetboek van Burg. Regts v. In Naam des Konings regt doende beveelt dat de akte van geboorte van Josephus Heuverling voornoemd in de loopende registers van den Burgerlijken Stand der Gemeente Son en Breugel door den Ambtenaar van den Burgerlijken Stand aldaar zal worden ingeschreven, in dien voege dat op den zesentwintigsten October 1800 vier en twintig binnen de Gemeente Son en Breugel, ten huize van den Landbouwer Peter Kooij, ackers te Breugel, is bevallen van een kind van het mannelijk geslacht Josepha Heuverling, ongehuwd, zonder vaste woonplaats en aan hetwelk den voornaam is gegeven van Josephus, Beveelt wijders dat Expeditie van dit vonnis van den suppliant kosteloos zal worden uitgereikt.

Gedaan en gewezen te Eindhoven in de openbare teregtzitting van maandag den vijfden Januarij 1800 twee en vijftig bij de Heeren Mr. Schiefbaan, Regter, loco juresident Hr. Half Wassenaar van Onvenoort en van Beusekom, regters, Hr. De Jong, officier, en Mensing, griffier. (Get) Schiefbaan en Mensing

Voor Expeditie de griffier der Regtbank voornoemd (get) Mensing gratis geregistreerd te Eindhoven, negen Januarij 1800 twee en vijftig.

Voor afschrift,

De Ambtenaar van den Burgerlijken Stand

J. van de Keij

Josephus Heuverling

Geboren 28 oktober 1824 in de boerderij van landbouwer Peter Kooij te Son en Breugel, Noord-Brabant. Aangezien hij is geregistreerd met een alias ‘Peters’ bestaat de mogelijkheid dat zijn moeder hem daar heeft achtergelaten. Josephus is overleden op 6 november 1901 in Vlijmen. Josephus was in 1852 Fuselier bij het regement Infanterie in Garnizoen te Leiden. Hij trouwde met Hendrika van de Kerckhof (geboren 8 juli 1825 in Vlijmen, overleden 2 mei 1877 in Vlijmen). Zij kregen de volgende kinderen:

  • Adriana
  • Antonius
  • Josephus
  • Hendrika

Hendrika Heuverling

Geboren 22 maart 1864 te Vlijmen. Overleden 17 februari 1949 te Waalwijk.

Op 3 november 1881 trouwde Hendrika te Vlijmen met Schoenmaker Gerardus Bruurmijn (Geboren 23 mei 1860 in Vlijmen, overleden op 1 oktober 1927 in Vlijmen).

Zij kregen veel kinderen:

  • Hendrika Bruurmijn
  • Clasina Bruurmijn
  • Adrianus Bruurmijn (vroeg overleden)
  • Adriana Maria Bruurmijn
  • Adrianus Bruurmijn
  • Gerardus Bruurmijn
  • Joseph Bruurmijn
  • Gertrude Bruurmijn
  • Johanna Bruurmijn
  • Maria Bruurmijn
  • Antonius Bruurmijn
  • Louisa Bruurmijn

Clasina (Sien) Bruurmijn

Geboren 26 april 1885 te Baardwijk, overleden 23 juli 1966 te Amsterdam.

Clasina trouwde op 1 september 1909 te Amsterdam met Johannes Jacobus Fritz (Geboren op 25 oktober 1887 in Amsterdam, overleden op 18 augustus 1973 in Amsterdam).

Hun kinderen waren:

  • Louisa Hendrika Theodora Fritz
  • Levinus Adrianus Gerardus Fritz
  • Hendrika Fritz
  • Rosalia Francisca Elisabeth Fritz
  • Johanna Fritz
  • Johannes Jacobus Fritz 

Johannes en Clasina zijn gescheiden op 15 maart 1934 te Amsterdam. Clasina is daarna nog twee getrouwd, maar kreeg verder geen kinderen meer.

Door Eric