Tasciovanus 

(ook wel: Tenvantius) Tasciovanus was de tweede zoon van koning Lud, en volgde Cassivellaunus op, zijn oom. Koning Tasciovanus regeerde van 38 v.Chr. – 18 v.Chr. Hij was volgens de legende, zoals beschreven door Geoffrey van Monmouth, koning van Brittannië, tijdens de Romeinse bezetting. Hij was de tweede koning uit de Keltische Catuvellauni stam, zoals beschreven in “Gallische Oorlogen” van Julius Caesar.

Toen koning Lud stierf was zijn zoon Androgeus nog te jong om hem op te volgen. Lud’s broer Cassivellaunus werd daarom aangesteld als regent, maar werd later door de edelen tot koning gekroond. Tasciovanus werd benoemd tot hertog van Cornwall, en was adviseur van de koning in politieke kwesties.

Toen Julius Caesar het Britse rijk aanviel stond Tasciovanus zijn oom en zijn broer terzijde in de strijd. Toen de Romeinen na de derde poging slaagden in de verovering van het Britse rijk, vertrok Androgeus met Caesar naar Gallië en later naar Rome, om niet meer terug te keren.

Na Cassivellaunus’ dood, zes jaar later, werd Tasciovanus koning. Hij heerste streng maar rechtvaardig. Tasciovanus werd opgevolgd door zijn zoon Cunobelin.

Cunobelin Ap Tasciovanus

Was volgens de legende koning van Brittannië, tijdens de Romeinse bezetting. Cunobelin was koning van de Keltische Catuvellauni stam, zoals beschreven in Romeinse bronnen. Hij regeerde van 18 – 43 n.Chr.

Koning Cunobelin ap Tasciovanus en Anna Genvissa Cartismuanda Des Brigantes

Cunobelin Ap Tasciovanus was stamhoofd van de Catuvellauni Kelten. Zij leefden ten noorden van waar nu London, de hoofdstad van het Verenigd Koningkrijk ligt. Daardoor regeerde hij over een groot deel van zuid-oost Engeland. Toen hij zijn vader stamhoofd Tasciovanus van de Catuvellauni Kelten opvolgde veroverde Cunobelin het gebied van de Trinovantes Kelten in het huidige Essex. Zo werd hij koning van de de Catuvellauni en de Trinovantes. Cunobelin was zó machtig in Engeland, dat de Romeinse Keizer hem zelfs de Koning van Brittannië noemde.

Tijdens de heerschappij van Cunobelin kwamen hij en zijn zoon Caratacus de Catuvellauni regelmatig in conflict met lokale stammen. Hij was een krachtige vijand van Rome, en ondersteunde de druïden van Anglesey, die in die tijd een krachtige Rome-opponent waren, financieel.

Tevens bood Cunobelin onderdak aan gevluchte Gallische krijgers. Dankzij de legendarische kracht van Cunobelin blies de Romeinse keizer Caligula een invasie af in het jaar 40. In datzelfde jaar zorgde Cunobelin voor het afzetten van de pro-Romeinse koning van de Atrebaten, Verica. Verica vluchtte naar Rome, waar hij steun zocht bij keizer Claudius. Dit incident was een belangrijke factor in Claudius’ beslissing om een invasie uit te voeren in Brittannië in het jaar 43, vlak na Cunobelins dood.

Koning Cunobelin en Koningin Anna kregen drie zonen

  • Adminius 
  • Togodumnus
  • Caratacus.

De laatste werd in het jaar 6 geboren in Llanilid (Glamorgan) in Wales en werd later Koning Caractacus ap Cunobelin van de Catuvellani en Eurgain Eurgenia Kelten. Er wordt gezegd dat hij de macht overdroeg aan zijn zoon Togodumnus.

William Shakespeare schreef in 1610 een heel bekend toneelstuk over onze voorvader Koning Cymbeline, de overgrootvader van Ystdrawls echtgenoot Coel I. Cymbeline leefde rond het begin van onze jaartelling. Dat toneelstuk heet “Cymbeline, Koning der Britten.”  In werkelijkheid gaat het toneelstuk over de overgrootvader van Ystdrawl verch Gadeon, Cunobelin ap Tasciovanus, die tussen 35 voor Christus en 43 ná Christus leefde. In het derde boek van zijn “Kronieken van Brittanië” vertelt Raphael Holinshed bijna 400 jaar vóór William Shakespeare over Cunobelin die heerste over Brittannië. Hij was opgevoed in Rome en geridderd door Keizer Augustus. Shakespeare ontleende aan deze bron ook de namen van zijn held Posthumus (bij Holinshed de grootvader van Brutus, naar wie Brittannië werd genoemd) en van diens vrouw Immochen. De plot vertoont ook gelijkenissen met een verhaal van Geoffrey of Monmouth over diezelfde Britse koning, Cunobelinus genaamd.


Caractacus ap Cunobelin

Caratacus was een historische Britse leider van de stam der Catuvellauni, die de Britse opstand tegen de Romeinse inval leidde. Caratacus was de zoon van de koning der Catuvellani, Cunobellinus (10-43 n.Chr).

Koning Caractacus (Caradoc) ap Cunobelin vocht heldhaftig tegen de Romeinen, maar werd door het Romeinse expeditieleger onder Aulus Plautius Silvanus verslagen in de slag om Medway. Hij kon ontsnappen en verstopte zich zeven jaar lang in de bergen van Wales, van waar hij een Guerilla-oorlog tegen de Romeinen voerde. Uiteindelijk werd hij weer verslagen in de slag om Cear Caradoc in Wales. Hij vluchtte naar het noorden van Engeland, naar de Brigantes, wier koningin Cartimandua hem echter aan de Romeinen uitleverde.

Hij werd vervolgens te Rome als krijgsgevangene in de triomftocht meegevoerd, maar door keizer Claudius begenadigd. Later werd hij door de Romeinen vermoord en zijn lichaam tentoongesteld.

Caratacus voor het tribunaal van Claudius in Rome

Cyllan Ap Caradoc

Koning Caractacus en Koningin Genuissa hadden een zoon die Cyllan heette. Cyllan was een legendarische, en mogelijk historische Britse koning uit de 1e eeuw na Christus, vroegchristelijke heilige en de laatste hoofdleider van Groot-Brittannië.

Cyllan was gehuwd met Julia Victoria Panardun Prasutigassdaughter, prinses van de Keltische Iceni stam. Hij  was een wijze en rechtvaardige koning.  In zijn dagen omhelsden velen van de Cymry het geloof in Christus door de leer van de heiligen van Cor-Eurgain, en veel godvrezende mannen uit de landen Griekenland en Rome waren in Cambria. Hij gaf als eerste van de Cymry namen aan zuigelingen; Want vroeger werden namen alleen aan volwassenen gegeven, en dan op grond van iets karakteristieks in hun lichaam, geest of manieren. Koning Cyllan ap Caradoc was de eerste Christelijke Britse koning en is later ook tot Heilige uitgeroepen.

Coel I Ap Cyllan

(ca. 65-150) Ook wel Coel Hen (Coel de Oude) en King Cole genoemd, is een prominente figuur in de Welshe literatuur en legende sinds de Middeleeuwen. Een middeleeuwse legende vertelt over een Coel, blijkbaar afgeleid van Coel Hen. Hij zou de vader zijn van Sint-Helena en via haar de grootvader van de Romeinse keizer Constantijn de Grote.

In de Historia raakt Coel boos over Asclepiodotus’ omgang met de Diocletianusvervolging en begint hij een opstand in zijn hertogdom Caer Colun (Colchester). Hij ontmoet Asclepiodotus in de strijd en doodt hem, waardoor hij het koningschap van Brittannië op zich neemt. Rome is blijkbaar blij dat Groot-Brittannië een nieuwe koning heeft en stuurt senator Constantius Chlorus om met hem te onderhandelen. Bang voor de Romeinen, ontmoet Coel Constantius en stemt ermee in schatting te betalen en zich te onderwerpen aan de Romeinse wetten zolang hij het koningschap mag behouden. Constantius gaat akkoord met deze voorwaarden, maar Coel sterft een maand later. Constantius trouwt met Coels dochter, Helena, en kroont zichzelf tot Coels opvolger. Helena bevalt vervolgens van een zoon die keizer Constantijn de Grote wordt, waardoor de Romeinse keizerlijke lijn een Britse stamboom krijgt. 

De lokale traditie suggereerde dat Coel verantwoordelijk was voor enkele van de oude gebouwen in Colchester; een openbaar kanaal in de High Street werd “King Coel’s Pump” genoemd, de Balkerne-poort in de Romeinse stadsmuren stond bekend als “King Coel’s Castle” en de overblijfselen van de tempel van Claudius waarover Colchester Castle werd gebouwd, werden “King Coel’s Palace” genoemd.

Er wordt in het Noorden van Groot Brittannië een oud verhaal verteld over de laatste campagne van Coel; Wat nu Schotland is, werd oorspronkelijk bewoond door zowel Brythonische als Pictische stammen. Het was in de tijd van Coel dat de Ierse Scotti-stam (de voorouders van de Schotse koning Duncan I) zich begon te vestigen aan de westkust rond Argyle. Coel, die vreesde dat deze noordelijke volkeren zich zouden verenigen tegen zijn domein ten zuiden van de Muur van Hadrianus, stuurde plunderende groepen over zijn noordelijke grens om onenigheid tussen hen aan te wakkeren. Het plan mislukte echter en de Picten en de Schotten werden niet opgenomen. Coel slaagde er alleen in om de twee nog dichter bij elkaar te brengen en ze begonnen het Bretonse koninkrijk Strathclyde aan te vallen. Coel verklaarde de oorlog en trok naar het noorden om de indringers te verdrijven. De Picten en Schotten vluchtten voor het leger van Coel uit naar de heuvels, die uiteindelijk hun kamp opsloegen in wat Coylton werd aan de Water of Coyle (Ayrshire). Lange tijd triomfeerden de Britten, terwijl de Schotten en Picten verhongerden. Wanhopig op zoek naar enige verlichting voerde de vijand echter een alles-of-niets-aanval uit op Coels bolwerk. Coel en zijn mannen werden verrast, onder de voet gelopen en in de wind verstrooid.

Er wordt gezegd dat Coel door het onbekende platteland zwierf totdat hij uiteindelijk vast kwam te zitten in een moeras bij Coilsfield (in Tarbolton, Ayrshire) en verdronk. Coel werd daar eerst begraven in een heuvel voordat hij werd overgebracht naar de kerk in Coylton. Na zijn dood werd het noordelijke koninkrijk van Coel volgens de overlevering verdeeld tussen twee van zijn zonen, Ceneu en Gorbanian.

De derde vrouw van Koning Coel I Ap Cyllan was Ystdrawl Verch Gadeon. Samen kregen zij twee dochters: Athildis verch Cole en Helena of Britain.

Ystdrawl Verch Gadeon

(ca. 65-140) Ystdrawl, haar echtgenoot Coel I en haar dochters zouden net zo goed niet als wel bestaan kunnen hebben. Dat komt omdat de Kelten niets opschreven. Ze hadden geen geschreven teksten, maar sinds het begin der tijden noteerden zij belangrijke dingen alleen in symbolen. Namen van belangrijke personen werden alleen door enkele personen onthouden en mondeling doorgegeven.

Die enkelingen waren de druïden. Zij waren priesters, waarzeggers, helers en rechters, die speciaal werden opgeleid. Niet iedereen kon druïde worden. De Kelten geloofden dat de ziel van een overleden persoon nooit stierf of verdween. Als een persoon overleed ging zijn ziel over in een ander mens. Als die persoon kon luisteren naar die ziel kon hij opgeleid worden tot een druïde.

Na vele eeuwen kwamen de Romeinen, onder leiding van Julius Ceasar. Hoewel Ceasar geen keizer was – hij was hoofd van de senaat –  liet hij de Romeinse legers vele gebieden veroveren.

Ceasar schreef vele verslagen over de Romeinse veroveringen en over de volkeren die de Romeinse legers aan Ceasars gezag onderwierpen. Omdat de Galliërs en Kelten moeilijk te verslaan waren schreef Ceasar veel over hun koningen en koninginnen en krijgsleiders. Zodoende weten wij nu dat Ystdrawl, haar ouders, haar echtgenoot en kinderen hebben bestaan. 

Haar vader was Gadeon (Cadvan) ap Eudaf, de zoon van Eudaf, van wie verder geen afstamming bekend is. Verhalen over Ystdrawl zijn er echter niet. Het enige wat we van Ystdrawl weten is dat zij via haar dochters de bron van de religieuze geschiedenis van Europa is.
 
Haar dochters waren enigszins religieuze rebellen. Via die dochters is Ystdrawl de voorouder van religieuze revolutionairen als de Britse koning Henry VIII, die in de 14de eeuw de kerk van Rome uit Engeland verbande en zijn eigen Christelijk geloof begon. Met de Anglicaanse kerk veranderde hij de geschiedenis voor altijd. Dat Ystdrawl de oude Keltische spirituele tradities bleef aanhangen en haar echtgenoot King Coel het Christelijk geloof uitdroeg, was waarschijnlijk de reden dat hun kinderen hun eigen manier van geloven ontwikkelden.

Eeuwen later verbande Koning Henry VIII de Rooms Katholieke kerk en de Paus uit Engeland omdat hij van de Paus niet mocht scheiden van Catherine van Aragon, zodat hij met Anne Boleyn kon trouwen. Anne Boleyn (die overigens ook rechtstreeks van Ystdrawls dochter Athildis afstamde) en Henry VIII waren de ouders van de beroemde Koningin Elisabeth I.

Athildis Verch Cole

(85 – 149) Dochter van Koning Coel I en Ystdrawl ap Gadeon was Athildis Verch Cole, Princess Of Brittain . Zij trouwde met Koning Marcomir IV Der Franken (0091 – 0149). Zij waren de ouders van

  • Koning Chlodomir IV Der Franken (0104 – 0166), die trouwde met Hasilda van Rugii (0106 – ?). Zij waren de ouders van
  • Koning Farabert Der Franken (0122 – 0186), de vader van
  • Koning Sunno Der Franken (0137 – 0213), de vader van
  • Koning Childéric Der Ost-Franken (0155 – 0253), de vader van
  • Koning Baltherus Bartherus Der Ost-Franken (0175 – 0272), de vader van
  • Koning Chlodius III Der Ost-Franken (0195 – 0288), de vader van 
  • Koning Walter Mangus (Gauthier) Der Ost-Franken (0230 – 0306), die was getrhuwd met Eurgen Verch Liefffer (Prinses van Wales en Britannië) (0210 – 0292). Zij waren de ouders van
  • Koning Dagobert I Der Ost-Franken (0255 – 0317), die was gehuwd met Ildegonde Di Lombardia (0235 – 0280). Zij waren de ouders van
  • Koning Genebald I Der Ost-Franken (0275 – 0358), die was gehuwd met Athildis De Sicambrian (0281 – 0304). Zij waren de ouders van
  • Koning Dagobert II Der Franken (0304 – 0379), de vader van
  • Koning Clodius Der Franken (0329 – 0389), die was gehuwd met Blesinda Der Sueven (0324 – 0403). Zij waren de ouders van
  • Koning Marcomir Der Franken (0347 – 0404), die was gehuwd met Frotmund van Briton, der Ost-Franken (0340 – 0399), Zij waren de ouders van
  • Koning Pharamond (Theu-demeres) Der Franken (0365 – 0428), die was gehuwd met Argotta van Westfalen (0365 – 0445). Zij waren de ouders van
  • Koning Chlodio De Langharige Der Franken (0385 – 0448), die was gehuwd met Hillegonde van Thüringen (0399 – 0450). Zij waren de ouders van
  • Koning Merovech I (Meroveus) Der Franken (0415 – 0458) X Verica (0419 – ?) , de vader van Koning Childerik I Der Merovingen (0436 – 0481), die was gehuwd met Basina van Thüringen (0440 – 0470), zij waren de ouders van
  • Koning Clovis I (Choldowechi) Der Merovingen (0466 – 0511) die was gehuwd met Clotilde Van Bourgondië (0577 – 0544). Zij waren de ouders van
  • Koning Clotaire I (Chlotarius)  “De Oude” (0497 – 0561) die was gehuwd met Arnegundis (Radgonda) Von Thüringen (0498 – 0587). Zij waren de ouders van
  • Koning Mummolin (Gondolfus) van Aquitaine-Soisons (0530 – 0588), die was gehuwd met Palatina van Angoulême (0532 – 0588). Zij waren de ouders van
  • Bodegisel van Aquitaine-Soisons (0552 –  0588), die was gehuwd met Oda (Chrodoare) van Savoye Abdes (0560 – 0634). Zij waren de ouders van
  • Arnulf (de Heilige) van Metz (0582 – 0641), die was gehuwd met Oda Van Narbon (0586 – ?)
     
     

Chlodio Der Franken

(ca. 385 in Westfalen, Duitsland – 448 Doornik, Kamerijk, Henegouwen, België) was een belangrijk krijgsheer van de Salische Franken omstreeks 428. Hij zou de zoon van de legendarische koning Pharamond zijn geweest. Van Pharamond en diens voorouders is echter niets dan legendes bekend.

Afgaande op de “Historia Francorum” van Gregorius van Tours kwam Chlodio uit Thüringen. Daar had hij een burcht te Dispargum aan de grens van het toenmalige Thuringen (Chlogionem …, qui apud Dispargum castrum habitabat, quod est in terminum Thoringorum). Op basis van 11e-eeuwse bronnen wordt Dispargum soms geïdentificeerd met de palts in het Duitse Duisburg.

Chlodio voerde een aantal oorlogen tegen de Romeinen, onder meer de Frankische oorlog van 428 en ergens tussen 445 en 450. Bij die gelegenheden vielen de steden Kamerijk en Doornik in zijn handen. Weldra heerste hij over het gebied tot aan de rivier de Somme en maakte van de stad Doornik een Frankische hoofdplaats. Omstreeks 431 of 448 werd hij door de Romeinen verrast tijdens de bruiloft van een van zijn edelen en verslagen nabij Atrecht in het latere Artesië. Ondanks de nederlaag bleef het gebied van het huidige België en Noord-Frankrijk tot aan de Somme onder zijn gezag. Chlodio werd een bondgenoot van de Magister militum Aetius, doch stierf kort nadien. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Merovech.
 

Merovech der Franken

was een koning die omstreeks het midden van de 5e eeuw over de Salische Franken zou hebben geregeerd en die als de naamgever wordt beschouwd van de Merovingische dynastie, onder welke het Frankische Rijk tot bloei kwam. Geen enkele historische gebeurtenis kan aan hem worden toegeschreven.

De biografische gegevens over Merovech zijn uiterst schaars en beperken zich in essentie tot twee bronnen geschreven ruim na zijn dood. Gregorius van Tours vermeldde hem eind 6e eeuw in zijn relaas over de veldtocht van Chlodio naar Kamerijk en de Somme: Sommigen beweren dat uit deze sibbe koning Merovech is gekomen, wiens zoon Childerik was. Aangaande de verwantschap van Merovech met Chlodio bouwde Gregorius dus enig voorbehoud in en was hij niet specifiek, maar zijn vaderschap van Childerik presenteerde hij wel als vaststaand.

Over de daden van Merovech kan alleen worden gespeculeerd. Nadat Chlodio en de Romeinse generaal Aetius een bondgenootschap hadden gesloten, streed Merovech misschien in 451 aan hun zijde tegen de Hunnen tijdens de Slag op de Catalaunische Velden (451). Merovech was koning over het gebied van Belgica Secunda. Dat volgt uit de brief die Remigius van Reims in 481/482 aan Clovis richtte naar aanleiding van diens kroning, en waarin hij zei dat Clovis de leiding over de regering van Belgica Secunda had genomen zoals zijn voorouders vanouds hadden gedaan.

Op basis van het aantreden van Childerik in 457/458 wordt aangenomen dat Merovech in dat jaar is overleden.

Childerik I Der Franken

(ca. 436 – 481/482) was een koning van de Salische Franken en een legeraanvoerder van de Romeinse provincie Belgica Secunda. Hij volgde zijn vader Merovech op als heerser van het gebied en breidde het uit tot aan de Seine, alvorens weer terrein in te leveren aan Syagrius. Childerik diende vermoedelijk als generaal onder de Romeinse keizer Majorianus en in die hoedanigheid ook onder de Gallo-Romeinse heersers Aegidius en diens opvolger Paulus.

Zijn graf, in 1653 teruggevonden te Doornik (België), was ongekend rijk. Hij was de laatste niet-christelijke koning van de Franken: zijn zoon en opvolger Clovis zou zich bekeren.

Childerik verkreeg het leiderschap in 457/458, wat daarom wordt beschouwd als het stervensjaar van zijn vermoedelijke vader Merovech. De geschiedschrijver Gregorius van Tours vermeldt dat Childerik op een zeker moment door zijn volk zou zijn verstoten omdat hij zich zo vaak vergreep aan vrije en adellijke vrouwen dat dit niet meer aanvaard werd. Aegidius, de magister militum, zou hem hebben verdreven en vervolgens tot koning zijn verkozen. Childerik zou acht jaar in ballingschap in Thüringen hebben geleefd. Tijdens dit verblijf aan het hof van koning Bisinus zou hij koningin Basina hebben verleid. Ze vergezelde hem toen hij na acht jaar terugkeerde.

Childerik vocht enkele malen aan de zijde van de Romeinen, onder meer met Aegidius tegen de Visigoten bij Orléans in 463 en met comes Paulus tegen de Saksen in de Slag bij Angers in 469. Deze Saksen hadden zich aan de monding van de Loire gevestigd. De leider van deze Saksen heette Adovacrius. Volgens de overlevering sloot hij later een verdrag met Odoaker, de militaire leider van Italië, die in 476 de laatste West-Romeinse keizer afzette, tegen de Alemannen die Italië waren binnengevallen.

Na de dood van Aegidius had Childerik te maken met diens zoon Syagrius. Vermoedelijk rond 476/477 breidde Childerik zijn gebied uit naar de Seine en Parijs, ten koste van het Gallo-Romeinse Rijk van Syagrius. Er zijn aanwijzingen dat deze na een tiental jaar terugsloeg en ervoor verantwoordelijk was dat de macht van Childerik geleidelijk afbrokkelde, en wel zodanig dat deze bij zijn dood weinig meer bezat dan het gebied rond en ten noorden van Doornik.

Childerik had vier kinderen met Basina:

  • Chlodovech 
  • Lantechilde
  • Audofleda (gehuwd met Theodorik de Grote)
  • Abboflede.

Hij stierf in 481 en werd opgevolgd door Chlodovech. Zijn graf werd op 27 mei 1653 intact gevonden op dertig meter van de Sint-Brixiuskerk te Doornik. De doofstomme steenhouwer Adrien Quinquin, bezig met de funderingen van een nieuw armenhuis, was op een goudschat gebotst en had met zijn kreten de hele buurt doen toelopen. Het zou later beloningen vergen om de verdonkeremaande schatten te doen restitueren.

Het gevonden graf is het enige uit de tijd van de Grote Volksverhuizing dat met zekerheid aan een historisch persoon is toegeschreven en gedateerd. Het bevatte 21 paardenoffers, een complete wapenrusting (zwaard, messen, werpbijl, lans, schild), een muntschat, talrijke juwelen (typisch uit met granaat ingelegd goud) en een gouden stierenkop. De paardenoffers en andere tekenen wijzen erop dat hij niet christelijk begraven was, maar naar Germaans gebruik, echter zonder daarbinnen verdere precisering toe te laten.De zegelring met zijn naam toont een frontaal portret op halve lengte. Dat was typisch voor Romeinse dignitarissen, maar niet de personalisering die blijkt uit het lange haar, dat was voorbehouden aan Merovingische vorsten en prinsen. De lans in zijn rechterhand rust autoritair op zijn schouder. Hij is gekleed in een kuras met erboven een generaalsmantel (paludamentum). Een fibula die dergelijke mantels sloot, is in de schat teruggevonden. De meer dan honderd gouden munten, de meest recente geslagen door keizer Zeno van Byzantium, wijzen erop dat hij beschouwd werd als foedus met verantwoordelijkheid over de provincie Belgica Secunda. Zijn wapens waren dan weer typisch Frankisch: een lang zwaard, een kleine scramasax en een lans. Het geheel drukt zijn Germaans-Romeinse dualiteit uit. De uitzonderlijke rijkdom van de grafgiften was hoogst ongebruikelijk. Mogelijk spiegelde Childerik zich aan de Oost-Germaanse gewoonten die hij had leren kennen aan het hof van koning Bisin.

De vondst gaf aanleiding tot wat beschouwd wordt als het eerste wetenschappelijke verslag van een archeologische opgraving.  In opdracht van Leopold Willem van Oostenrijk kreeg historicus-lijfarts Jean-Jacques Chifflet toegang tot de vondsten. Hij beschreef ze nauwkeurig en liet er kopergravures van maken. Later werden ze onderzocht door abbé Cochet.

Na Leopolds dood kwam de Childerik-schat in Wenen terecht. De Habsburgers schonken haar in 1665 aan koning Lodewijk XIV van Frankrijk. Die was volgens de overlevering maar matig onder de indruk en bracht ze onder in het Cabinet des Médailles van het Louvre. Daarna verhuisden ze naar de keizerlijke bibliotheek. In de nacht van 5 op 6 november 1831 werd bij een inbraak in de bibliotheek 80 kg buit ontvreemd, waaronder grote delen van de schat van Childerik. Toen de bende werd opgepakt, bleken de massief-gouden stukken te zijn omgesmolten, maar de met stenen ingelegde juwelen werden gerecupereerd. Ze waren aan de Pont Marie te water gelaten in leren zakken. De gouden bijen die op de mantel van Childerik waren gestikt, inspireerden Napoleon voor de symboliek van zijn keizerrijk. Ze boden koninklijke associaties en tegelijk afstand van de Fleur-de-lys van de Bourbons.

Clovis I Der Franken

(ca. 465-511) Clovis of Chlodovech,was de eerste koning der Franken die alle Frankische stammen verenigde onder één heerser. Hij was ook de eerste katholieke koning die heerste over Gallië (Frankrijk). Hij was de eerste zoon van Childerik I en Basina. In 481, toen hij zestien jaar oud was, volgde hij zijn vader op. Bij de dood van zijn vader in 481 of 482 erfde Clovis een koninkrijk dat overeen kwam met ongeveer de regio Doornik in het huidige België, een kleine provincie gelegen tussen de Noordzee, de Schelde en Cambrésis.

Zijn hele leven streefde Clovis ernaar om het grondgebied van zijn koninkrijk uit te breiden, voordat zijn kinderen het met elkaar zouden delen. De Salische Franken en de Ripuarische Franken waren Frankische stammen die het gebied ten westen van de Nederrijn bezetten, met hun centrum in een gebied bekend als Toxandrië, tussen de Maas en de Schelde (in wat nu België en Nederland is). Clovis’ machtsbasis lag ten zuidwesten hiervan, in de buurt van Doornik en Kamerijk, langs de moderne grens tussen Frankrijk en België. Clovis veroverde de naburige Salisch Frankische koninkrijken en vestigde zichzelf als enige heerser van de Salische Franken voor zijn dood. Geleidelijk veroverde Clovis zo de hele noordelijke helft van het huidige Frankrijk: hij sloot zich eerst aan bij de Rijnlandse Franken, daarna bij de Franken van Kamerijk, waarvan koning Ragnacaire waarschijnlijk familie van hem was.

Na verloop van tijd kreeg hij Gallië in zijn macht en versloeg hij in 486 Syagrius, een Romeins veldheer die in het gebied rond Parijs heerste. Aan het begin van de jaren 490 sloot Clovis zich aan bij de machtige Theodorik, koning van de Ostrogoten. Théodoric trouwde in 492 met de zus van Clovis, Audoflède. Gesterkt door deze allianties in het Zuiden kreeg Clovis een vrijere hand.

Het huwelijk tussen Clovis I en Clothilde de Bourgondiërs

Rond 492 verliet Clovis zijn eerste Rijnlandse vrouw voor Clothilde, een Bourgondisch Gotische prinses die, ondanks het arianisme dat haar aan het hof omringde, katholiek was. Het arianisme was de voornaamste godsdienst onder de Goten die in die tijd over het grootste gedeelte van Gallië heersten. In 493 trad Clovis in het huwelijk met deze prinses van de Rijn-Frankische monarchie Boutgondië. Uit dit huwelijk werd een zoon, Thierry geboren. Dit huwelijk zorgde voor vrede tussen Rijnlandse Franken en Saliens.

Clovis, die tot dan toe nog de oude Germaanse goden vereerde, werd bekeerd tot het katholicisme op initiatief van zijn vrouw Clothilde. Hij werd gedoopt in een kleine kerk die zich bevond op de plaats van, of naast de Kathedraal van Reims, de kerk waar de meeste toekomstige Franse koningen gekroond zouden worden. De kleine kerk waarin hij werd gedoopt, heet nu het klooster van Saint-Remi en er staat een standbeeld van hem. Deze daad was van enorm belang in de latere geschiedenis van West- en Centraal-Europa in het algemeen, omdat Clovis zijn domein uitbreidde over bijna de hele oude Romeinse provincie Gallië (ruwweg modern Frankrijk). Komende uit het huis van Merovech wordt hij beschouwd als de stichter van de Merovingische dynastie die heerste over de Franken voor de volgende twee eeuwen.

De doop van Clovis I

Clovis en zijn vrouw Clothilde werden begraven in de basiliek van de Heilige Apostelen in Parijs, op de plek waar later de kerk van Sint-Genevieve kwam te staan (rue Clovis, 5e arrondissement). Na de sloop van deze kerk in 1807, is de tombe van Clovis overgebracht (in 1816) naar de abdijkerk van Saint-Denis. Het is echter niet bekend waar zijn stoffelijke resten zijn, omdat deze nooit zijn teruggevonden.

Clovis was tweemaal getrouwd:

  • eerste huwelijk met een prinses van de Ripuarische Franken, mogelijk met de naam Amalberga. Kinderen:
    • Theuderik (485-533)
  • tweede huwelijk (493) met Clothilde (480-545). Kinderen:
    • Chlodomer (495-524)
    • Childebert I (496-558)
    • Chlotarius I (497-561)
    • Clothilde (502-531)

Chlotarius I

(ca. 497 – december 561), ook Chlotar genoemd, was de jongste zoon van Clovis I en Clothilde. Na de dood van zijn vader in 511 werd het rijk opgesplitst tussen Chlotarius I (toen 14 jaar oud) en zijn drie oudere broers, die elk een koningstitel kregen. Chlotarius I kreeg het oorspronkelijke kerngebied van de Salische Franken en het zuidelijk deel van Aquitanië.

In 523/524 viel hij met zijn broers Chlodomer en Childebert I Bourgondië binnen, hiertoe aangezet door hun moeder die nog een persoonlijke rekening met het Bourgondische koningshuis had te vereffenen. De Bourgondische koning werd gedood, maar zijn broer Gundomar II nam de leiding van het verzet op zich en wist Chlodomer te doden. De Bourgondische koningin-weduwe Guntheuca huwde (gedwongen) met Chlotarius I.

Childebert I en Chlotarius I wilden Chlodomers koninkrijk in 524 verdelen maar vreesden dat zijn zonen hun erfdeel zouden opeisen. Daarom lokten zij hun neven weg van Guntheuca die hen in bescherming had genomen. Ze twijfelden of ze hen zouden doden of scheren “zoals het overige volk” (los, lang haar was een teken van het koningschap) en in een klooster zouden wegsluiten, maar ze lieten de keuze uiteindelijk over aan Guntheuca. Ze zonden haar een bode, voorzien van schaar en zwaard, met de volgende vraag: “… of zij wenste dat haar kinderen met geschoren haar het leven behouden bleef, of dat zij zouden worden gedood.” In haar verslagenheid antwoordde ze, dat – als ze dan toch de troon niet zouden bestijgen – zij hen liever dood zag dan geschoren. Twee van de zonen werden omgebracht. Een derde wist te ontkomen, maar werd geestelijke om aan zijn ooms te ontkomen.Chlotarius en Childebert verdeelden nu het bezit van Chlodomer; Chlotarius kreeg de streken rond Tours en Poitiers.

  • In 531 veroverde Chlotarius I samen met zijn halfbroer Theuderik I het koninkrijk Thüringen. Chlotarius I nam als deel van de buit zijn tweede vrouw mee naar huis, maar het lukte hem niet ook een deel van het koninkrijk te verwerven. De onenigheid liep zo hoog op dat Theuderik een moordaanslag op Chlotarius liet uitvoeren, maar die mislukte.
  • In 534 vielen Chlotarius I en Childebert I opnieuw Bourgondië aan. Ze belegerden en veroverden Autun, wisten het hele koninkrijk te bezetten en zetten koning Godomar af. Chlotarius verwierf de gebieden rond Grenoble, Die, Valence en Embrun. De Bourgondiërs behielden wel hun eigen wetten.
  • Rond 535 werd Chlotarius I aangevallen door Theuderik I en Childebert I. Hij werd ernstig in het nauw gebracht, maar zijn broers zetten uiteindelijk niet door.
  • In 536 bezette Chlotarius I de gebieden rond Orange, Carpentras en Gap toen de Ostrogoten de Provence opgaven.
  • In 541 viel hij met zijn broer Childebert I de Visigoten aan en belegerde Zaragoza, maar ze werden teruggedreven. Na een aantal jaren van betrekkelijke rust erft Chlotarius I alle Frankische koninkrijken als hun koningen kinderloos overlijden.
  • In 555 overlijdt Theudowald, koning van Austrasië. Chlotarius gaat snel een verbintenis aan met zijn weduwe Waldrada en verkrijgt zo het koninkrijk.
  • In 556 onderdrukt hij een opstand van de Saksen en de Thüringers en legt ze een schatting van 500 runderen per jaar op.
  • In 558 erft Chlotarius I het koninkrijk van Childebert.
  • Chlotarius I kan niet verhinderen dat de Italiaanse gebieden die Theudowald en Childebert I hadden veroverd toen het rijk van de Ostrogoten instortte, verloren gaan. Hij sluit een bondgenootschap met de Longobarden (de “Langbaarden”).
  • Chlotarius I laat in 560 zijn opstandige zoon Chramnus en zijn gezin opsluiten in een boerderij in Bretagne (waarheen hij was gevlucht), die vervolgens wordt afgebrand. Chlotarius doet daarna boete in Tours.

Clotharius is zes keer getrouwd geweest. Bij vier van die vrouwen had hij kinderen. Daarnaast heeft hij diverse verhoudingen gehad met onbekende vrouwen.

In 561 overleed hij, nadat hij tijdens een jachtpartij koorts had gekregen, en werd het rijk verdeeld tussen zijn vier zoons:

  • Charibert I, 
  • Gontram, 
  • Chilperik I
  • Sigebert I.

Bij zijn vierde vouw Arnegundis (Aragonda) von Thüringen had Clotharius zeker één dochter: Palatina, de oudere zuster van Chilperik I.

Palatina van Angoulême

(ca. 532-588) Een dochter van Clotharius I en zijn vierde vrouw Aragonda.

Palatina trouwde met de Hofmaarschalk van het Paleis van  Neustrië en Hertog van Soissons, Mummolin (Gondolfus) van Aquitaine-Soissons. Met hem zet Palatina de lijn naar Mietje Visser uit Hoorn voort.

Mummolin was de zoon van  Munderic,  een Merovingische troonpredikant. Hij was een rijke edelman en landeigenaar met uitgestrekte landgoederen in de streek rond Vitry-le-Brûle (nu Vitry-en-Perthois) bij Châlons-sur-Marne.

Mummolin en Palatina kregen twee kinderen:

  • Bodegisel.
  • Oda (van Savoy)

Bodegisel van Aquitaine-Soisons

(ca. 552-588) Bodegisel was een Frankische hertog. Hij was de zoon van Mummolin, hertog van Soissons, en Palatina van Angoulême. Hij diende de koningen Chilperik I en Childebert II. Hij was getrouwd met Oda (de Heilige) van Keulen

Bodegisel was Hertog van de Provence. Hij werd in gezang gezongen door de hedendaagse dichter Venantius Fortunatus die de opleiding en welsprekendheid prees die hij aan de dag legde als rector van Marseille onder Sigebert I, een positie die Bodegisel bekleedde tot ongeveer 565.

In 584 vergezelde Bodegisel Rigunth, de dochter van Chilperik I, naar Spanje voor haar huwelijk met Reccared, de zoon van de Visigotische koning Liuvigild, hoewel het huwelijk nooit heeft plaatsgevonden.  Na zijn terugkeer werd hij namens Childebert II op een gezantschap naar Constantinopel (hoofdstad van het Byzantijnse Rijk) gestuurd.

Bodegisel stopte op de terugreis in Carthago en werd daar vermoord. Hij werd met een zwaard geslagen toen hij hun onderkomen verliet toen een menigte zich verzamelde als reactie op de moord op een koopman gepleegd door een van hun bedienden. Bodegisel werd door de menigte aan stukken gescheurd.

De bisschop en contemporaine historicus Gregorius van Tours vermeldt dat Bodegisel in staat was om de ongewone prestatie te leveren om zijn nalatenschap onverminderd door te geven aan zijn erfgenamen. 

Bodegisel en Oda waren de ouders van

  • Arnulf van Metz.
  • Ida van Nijvel

Arnulf van Metz

(ca. 582-641), Ook Arnold genoemd, was een Frankische edelman en later bisschop van Metz. Hij was een van de belangrijkste Frankische politici van zijn tijd en is na zijn dood heilig verklaard. Zijn moeder stamde uit de familie van de Chrodoijnen, een machtige Merovingische familie met bezittingen in het Rijn- en Maasland en rond Trier.

Arnulf van Metz

Arnulf van Metz wordt traditioneel beschouwd als de vroegst genoemde voorvader van Karel de Grote en de Karolingische dynastie. Dat maakt dat hij zowel een voorvader van Mietje Visser uit Hoorn én van haar echtgenoot Hendrik Zwart uit Enkhuizen is.

Hij diende aan het Austrasische hof onder Theudebert II (595-612) en was beheerder van de koninklijke domeinen en graaf aan de Schelde. In 614 gaf Arnulf te kennen dat hij in een klooster wilde treden, maar in plaats daarvan benoemde Chlotarius hem tot bisschop van Metz, wat een ook politiek belangrijke functie was.

Arnulf bewees opmerkelijke diensten aan het Austrasische hof onder Theudebert II. Hij onderscheidde zich zowel als militair bevelhebber als in het burgerlijk bestuur; Op een gegeven moment had hij zes verschillende provincies onder zijn hoede. 

Arnulf trouwde in 596 met een edelvrouw Doda van Narbon(geboren ca. 584), de tante van vaderskant van de heilige Glodesind van Frankrijk, een abdis van een klooster in Metz. Chlodulf van Metz was hun oudste zoon, maar belangrijker is zijn tweede zoon Ansegisel, die trouwde met Begga, dochter van Pepijn I, Pepijn van Landen. Arnulf is dus de grootvader in mannelijke lijn van Pepijn van Herstal, overgrootvader van Karel Martel en betovergrootvader van Karel de Grote. Daarmee is hij ook een stamvader van Hendrik Zwart uit Enkhuizen (zie blz 135). De derde  zoon van Arnulf en Doda, Walechise genaamd, is echter de directe voorouder van Mietje Visser uit Hoorn.

Rond 611 maakte Arnulf samen met zijn vriend Romaricus, eveneens hofofficier, plannen om een pelgrimstocht te maken naar de abdij van Lérins. Chlothachar, die Arnulfs bestuurlijke vaardigheden op prijs stelde, bood hem de vacante zetel van Metz, de hoofdstad van het Austrasische koninkrijk, aan. Zijn vrouw nam de sluier als non in een klooster in Trier, en Arnulf zag het als een teken van God en werd daarna priester en bisschop. Arnulf bleef dienen als rentmeester en hoveling van de koning.

Arnulf (de Heilige) van Metz en Oda Van Narbon waren de ouders van Walechise van Verdun (0614 – ?), die was gehuwd met Waltrude van Hesbaye (0615 – 0641). Zij waren de ouders van Sigifridus I van Aspremont (0660 – 0715), die was gehuwd met Berthille van Metz.

Door Eric