Hoe verder je bij stamboomonderzoek terug gaat in de tijd, hoe meer je dreigt te verdwalen in een mist van mythes. Verhalen over heldendaden of slechtheid van bepaalde mensen, die in de loop der eeuwen, millennia zelfs, zwaar overdreven werden.

Mythes zijn ook vaak scheppingsverhalen. Die scheppingsverhalen en mythes over helden en moordenaars komen samen bij Mietje Zwart, geboren in 1933 te Krommenie en haar broers Harm, Henk, Arie en zus Gré. In dit deel gaat de reis door de geschiedenis gaan we via hun grootvader Hendrik Zwart terug in de tijd, zelfs via één tak van de familie terug naar het begin der mensheid. Jawel een scheppingsverhaal over eerste man Adam en eerste vrouw Eva, volgens de mythes aantoonbaar directe voorouders van Hendrik Zwart. Daarbij moet vanzelfsprekend worden opgemerkt dat Adam en Eva drie zonen kregen die de mensheid verder uitbreidden. Elke zoon moet dan ook een vrouw hebben gehad om nakomelingen te maken. We kunnen er dus vanuit gaan dat -als dit scheppingsverhaal klopt- Eva het erg druk moet hebben gehad. Een mythe dus, die volgens de Joodse Thora, Christelijke Bijbel en de Islamitische Koran een onomstotelijke waarheid is.

In 1892 bracht de Ierse auteur John O’Hart het tweedelige boek “Irish Pedigrees or Origin and Stem of The Irish Nation” uit. O’Hurt had daarvoor Ierse stambomen en het ontstaan van Ierland onderzocht. Daarbij baseerde hij zich op “Annals of the four masters” van Owen Connellan uit 1846, een Ierse historiograaf van wijlen Hunne Majesteiten George de Vierde en Willem de Vierde. Hij vertaalde Ierse manuscripten die bewaard werden in de bibliotheken van Trinity College en de Royal Irish Academy naar het Engels.

Van dezelfde manuscripten vertaalde en redigeerde ene John O’Donovan ook de “Annala Rioghachta Eireann” (De Annalen van het Koninkrijk Ierland), door de Vier Meesters, van de vroegste periode tot het jaar n.Chr. 1616. Dublin: Hodges en Smith, Grafton Street, 1851.

Voor andere informatie gebruikte O’Hurt “The Tribes and Customs of the district of Hy-Maine”, uitgegeven door de Irish Archaeological Society; “Het Boek der Rechten;” Keltische Samenleving; “De topografische gedichten van O’Dugan en O’Heerin: Ierse Arch. en Kelt. Maatschappij; “Rollin’s oude geschiedenis:” Blackie en zoon, Glasgow; Yeatman’s “Early English History”: Longmans, Green en Co., Londen; Miss Cusack’s “Geschiedenis van Ierland:” National Publication Office, Kenmare; ” Ierse namen van plaatsen”, door P. W. Joyce, LL.D.: M’Glashan en Gill, Dublin; O’Callaghan’s “Geschiedenis van de Ierse Brigades:” Cameron en Ferguson, Glasgow; Haverty’s “Geschiedenis van Ierland:” Duffy, Dublin; De “Geschiedenis van Ierland” van Abbé MacGeoghegan; Keating’s ‘Geschiedenis van Ierland’, enz.

Maar het werk waaraan O’Hurt het meest had voor het samenvoegen van de Ierse stambomen is dat deel van de Annalen van Ierland dat bekend staat als “O’Clery’s Irish Geneologies”,  samengesteld door Michael O’Clery, de hoofdauteur van de hierboven genoemde ‘Annalen van het Koninkrijk Ierland’.

“Gedreven door de overweging dat, indien ik zou verzuimen dit werk te publiceren of het naar een toekomstige tijd zou verwijzen, een nieuwe gelegenheid om materiaal te verzamelen dat betrouwbaar is als dat welke ik nu bezit, zich misschien nooit meer zou voordoen, heb ik het gewaagd de Ierse genealogieën te onthullen. Daarbij moet ik zeggen dat ik geen sekte of partij had om te dienen; want in de Ierse stambomen worden de genealogieën gegeven van families met verschillende schakeringen van religieuze en politieke opvattingen.” (John O’Hurt)

Het ontstaan van Adam en Eva is volgens John O’Hurt geen zaak van één god die Adam en daarna van een van zijn ribben Eva maakte. Het begon volgens de annalen met de oerknal, waarna er een hele rij van goden waren die uiteindelijk de eerste man Adam en de eerste vrouw maakten. De god van de lucht, de god van de zee en de godin van de aarde, ze komen allemaal voorbij. Het is te ingewikkeld en daarmee oninteressant om ze allemaal te noemen en hun relaties te beschrijven. Ierse mythes van eeuwen geleden zijn moeilijk te volgen voor het rationele brein van iemand uit de 21ste eeuw. In dit boek gaat het om de stamreeksen die naar Hendrik Zwart leiden.

Kort samengevat: Adam (relatie met Eva) was de vader van Seth ben Adam. Seth was de vader van Enos ben Seth. Enos was de vader van Cainan ben Enos. Cainan was de vader van Mahalaleel ben Cainan. Mahalaleel was de vader van Jared ben Mahalaleel. Jared was de vader van Enoch ben Jared. Enoch was de vader van Methuselah ben Enoch. Methuselah was de vader van Lamech ben Methuselah. Lamech was met zijn tweede vrouw Zillah de vader van Noah ben Lamech.

Volgens de overleveringen was Noah de enige persoon op de wereld die zich aan Gods geboden hield en toen God zo erg boos en teleurgesteld was op de mensheid tot dan toe, dat hij Noah gebood een ark te bouwen en van alle dieren op aarde een paartje te verzamelen en in de Ark te zetten. Toen dat allemaal gelukt was moest Noah met zijn kinderen en hun vrouwen ook op de boot en liet God het veertig dagen en nachten regenen; De Zondvloed.

Toen de gehele aarde onder water stond bleef dat 150 dagen lang zo. Alles en iedereen verdronk, behalve de mensen en dieren op de ark van Noah. De wereld was voor de mensen in die tijd niet erg groot. Heel veel van de aarde was nog niet ontdekt. Voor hen was de wereld niet groter dan wat nu het Midden-Oosten is en een deel van Azië.

“De zondvloed” was volgens de wetenschap waarschijnlijk het gevolg van het overstromen van de Zwarte Zee door smeltwater aan het einde van de tweede ijstijd.

Als Noah al op die enorme boot heeft rondgedobberd met heel veel dieren – Het is en blijft een mythe -, kwam hij er weer af en begon hij de mensheid weer uit te breiden met zijn gezin:

Noah (gehuwd met zijn halfzus Naamah bat Lamech) was de vader van Japhet ben Noah. Japhet (gehuwd met zijn tante Adataneses bat Eliakim) was de vader van Magog ben Japhet. Magog was de vader van Baath “Boath” mac Magog, die de vader was van Fénius Farsaid. Die de vader was van Niul mac Fenius. Niul was getrouwd met Scota van Egypte. Zij was de dochter van de beroemde Farao Ramses De Grote van Egypte. Deze mythe gaat op twee manieren mank. Ten eerste kwam Ramses uit een lange lijn van Egyptische farao’s, die de zondvloed dus óók moeten hebben overleefd. Ten tweede komt Scota niet in de Egyptische geschiedenis voor, maar alleen in de Ierse. Als zij dus echt heeft bestaan is haar afkomst van Egyptische koningen uit een Ierse historische duim uit een heel ver verleden gezogen, oftewel een mythe.
 

Door Eric