De bet-overgrootmoeder van Lies Sellmeijer-Fritz was Johanna Cooijmans, een Brabantse die was getrouwd met Lambertus van den Berg. De naam Cooijmans is relatief jong. Ad Cooijmans uit Den Dungen en Theo Cooijmans uit Rosmalen, die de naam Cooijmans onderzoeken, zijn de vermelding van deze naam voor het eerst tegengekomen bij de inschrijving van de ondertrouw op 2 september 1719 in Sint-Michielsgestel. En iets later bij de registratie van een dochter van de stamouders van deze stamreeks. Dan wordt voor het eerst de achternaam Cooijmans gebruikt voor iemand die als Maria dochter van Gerardus Hendrik Willems en Maria Willems Rutten op 27 februari 1685 wordt gedoopt in Sint-Michielsgestel.
Vermoedelijk is de naam “de Koijman/Cooijmans” afgeleid van “de koeman” (hoeder van koeien) of van “de kooiman” (beheerder van een schutskooi. Een schutskooi is een omheinde ruimte waar loslopend vee tijdelijk werd opgevangen. Tegen betaling kon de eigenaar zijn vee daar ophalen.
Den Dungen
De plaatsen Den Dungen en Sint-Michielsgestel zijn onlosmakelijk verbonden met de familie Koijmans/Cooijmans. Den Dungen is een dorp in de provincie Noord-Brabant, gelegen in de Meierij van ‘s-Hertogenbosch. Het dorp hoort sinds de gemeentelijke herindeling van 1996 bij de gemeente Sint-Michielsgestel, daarvoor was het een zelfstandige gemeente.

Archeologische opgravingen hebben aan het licht gebracht dat er in de Middenbronstijd (ca. 1800-1200 voor Chr.) al een nederzetting in Den Dungen was, namelijk op de zogenoemde Eikendonk. Dit was een natuurlijke verhoging die lag in het Bossche Broek. Op en nabij de Eikendonk zijn zelfs nog oudere losse archeologische vondsten gedaan, namelijk een vuurstenen bijl van ca. 3000 voor Chr. en een bijl uit de Michelsbergcultuur (4400 – 3500 voor Chr.).
De “moderne” nederzettingsgeschiedenis van Den Dungen vangt voor zover nu bekend aan in de 14e eeuw. In een te Brussel bewaard grondcijnsboek van de Meierij van de hertog van Brabant uit 1340 worden de personen vermeld die in de cijnskring “Dunghen”, die onder meer het tegenwoordige Den Dungen omvatte, betalingsplichtig waren. In latere geschriften uit dezelfde eeuw wordt onder andere gesproken over “op die Dunghen”. Een verwijzing naar de natuurlijke verhogingen in het lage en drassige landschap rondom ‘s-Hertogenbosch, de zogenaamde donken. In 1610 werd door de hertog van Brabant het verzoekschrift ingewilligd om een nieuwe dijk om Den Dungen aan te mogen leggen. Maar op de Keer, waar het grondgebied van Sint-Michielsgestel begon, hield de dijk op. Zo had de dijk nog niet veel nut. Dat veranderde echter toen in 1649 ook op Gestels grondgebied een dijk werd aangelegd, die aansloot op de Dungense dijk. Zo ontstond de ringdijk die het hele dorp tegen water moest beschermen.
De relatie met ‘s-Hertogenbosch is erg ingrijpend geweest. Voor de rechtspraak moest men in eerste instantie bij de Bossche schepenbank terecht. Aanvankelijk was men in bestuurlijk opzicht van dit college afhankelijk. Vanaf de 17e eeuw ontwikkelde zich hier een eigen bestuurlijk apparaat met burgemeesters, dijkmeesters en armmeesters.
Door de eeuwen heen is ook Den Dungen niet aan krijgshandelingen ontsnapt, vooral in de 16e en 17e eeuw. Strooptochten door Geldersen en de verschillende belegeringen van ‘s-Hertogenbosch teisterden toen Den Dungen. De stad bleek niet alleen welvaart te brengen, maar trok ook onheil aan.
Van grote betekenis voor Den Dungen was de inname van ‘s-Hertogenbosch in 1629 door Frederik Hendrik van Oranje. Niet alleen omdat vele huizen vernield werden, maar met name omdat de Meierij hierdoor als generaliteitsland onder gezag van de Staten-Generaal kwam te staan. Gevolg hiervan was dat de uitoefening van de katholieke godsdienst verboden werd. De bevolking, die nagenoeg helemaal katholiek was, moest voortaan in een schuurkerk haar geloof belijden. De katholieke kerk ging over in handen van de Nederduits Gereformeerde Kerk. Tijdens het Koningschap van Lodewijk Napoleon werd de kerk in 1807 aan de katholieken teruggegeven.
Gerardus Hendrik Willems de Coeman
Geboren rond 1646. Hij was geboren op Haanwijk (onder St-Michielsgestel) en woonde er ook. Zijn oom Adriaan Willems, die daar ook woonde, was toen 75 jaar. Rutger is dus hoogstwaarschijnlijk op Haanwijk geboren. Gerard trouwde op 31 augustus 1670 met Maria Willems Rutten Eijmberts. Zij zijn de stamouders van deze reeks naar Lies Sellmeijer-Fritz.
Zij kregen de volgende kinderen:
- Willem7, (9-7-1671)
- Gerard1, (4-7-1679)
- Marie (28-10-1681)
- Maria Willems (27-2-1685)
- Willem (13-3-1688)
- Rutgerus Gerards de Koijman, (15-4-1690)
Rutgerus Gerards de Koijman
Geboren op 15 april 1690. In Sint Michielsgestel heeft hij een relatie gehad met Hendrina Hendriks Vooghs, die geboren was op 4 januari 1702 in Sint Michielsgestel. Uit deze relatie had hij een zoon Petrus, (zogenaamd onwettig) geboren op 31 mei 1721.
Daarna is hij in Den Dungen terecht gekomen en kreeg hij een relatie met Jenneke Klaassen van Hannen. Zij is eveneens geboren in Sint Michielsgestel en was woonachtig in Den Dungen. Uit deze relatie werden voor hun huwelijk 3 zoons en 1 dochter geboren:
- Gerardus Rutgerus (Geert) (4 sept 1726)
- Nicolaus Gerardus (Klaas) (21 mei 1728)
- Cornelis (7 juli 1732)
Rut en Jenneke trouwden in Den Dungen op woensdag 13 mei 1733. Na hun huwelijk werden nog 5 kinderen geboren:
- Adrianus (1 okt 1733 – 2 okt 1733)
- Maria (27 feb 1735)
- Henrica (8 nov 1736)
- Johannis (29 nov 1737)
- Francis (8 okt 1739)
Later kocht hij van de gemeente Sint Michielsgestel een stukje heidegrond. In de akte van de Rentmeester-Generaal van de Domeinen staat:
Rut de Koijman heeft ingenomen van de gemeijnte lopensen om daar een huysje op te zetten, bij de molen.
Het octrooi hiervoor zou van 1759 zijn, dat is dus pas 26 jaar na zijn trouwen, en minstens 3 jaar na zijn dood. Het huisje dat hij timmerde was waarschijnlijk een hut: de ondergrond hiervan waren gedroogde lemen stenen, de wanden bestonden uit fitselstek of stro en vlechtwerk van twijgen, die waren dichtgesmeerd met leem of kalk. Het huisje had slechts 3 ramen of deuren. Het was bij de gemeente opgenomen in klasse 9. In de 18e eeuw was deze klassifikatie van toepassing voor het heffen van belasting. Het aantal deuren en vensters was toentertijd bepalend voor de hoogte van de te heffen gemeentelijke belasting.
Wanneer Rut is overleden is nog niet bekend. Dit is in ieder geval vóór of in 1756 geweest, want zijn vrouw is op 25 nov 1756 in Den Dungen overleden als weduwe. Zij is waarschijnlijk overleden aan een besmettelijke ziekte, want zij is begraven door de pestguld ofwel het St- Antoniusgilde.
Gerardus Rutgerus Cooijmans
Geboren 4 september 1726 in Den Dungen, overleden op 21 november 1800. Op 14 november 1762 getrouwd met Peternel Franciscus Claase van Osch (8 juni 1730, Den Dungen – 10 februari 1808, Den Dungen). Geert erfde in 1767 het huis Grinsel 1 waar later de pastorie werd gebouwd. De pastorie is nu een monumentaal pand.
Zij kregen de volgende kinderen:
- Maria Koijmans (30-12-1763 – 30-12-1763)
- Franciscus Gerardus Koijmans
- Johannes Gerardus Koijmans
- Anna Koijmans, gedoopt op 24-11-1769
Franciscus Gerardus Cooijmans
Geboren op 11 november 1765, Den Dungen, overleden 31 augustus 1816, Den Dungen. Franciscus trouwde op 20-jarige leeftijd op 5 januari 1786 te Den Dungen met Lamberdina Strik (overleden op 9 juni 1787). Zij kregen één zoon; Antonie Cooijmans (9-6-1786, Den Dungen – 22-5-1854, Den Dungen)
Op 23 november 1788 trouwde Franciscus in Den Dungen met Johanna Wilhelmina Hurkmans (23 nov 1770, Den Dungen – 1828). Franciscus en Johanna kregen de volgende kinderen:
- Wilhelmus Koijmans (22-1-1790)
- Lamberdina Koijmans (22-1-1790)
- Willem Koijmans (8-9-1791)
- Lamberdina Cooijmans (25-3-1794)
- Joannes Koijmans (13-09-1795 – 4-9-1796)
- Joannes Koijmans (27-6-1797)
- Franciscus Koijmans (24-1-1800 – 21-3-1808)
- Gerardus Koijmans (20-9-1801)
- Leonardus Koijmans (9-7-1803)
- Albertus Cooijmans (21-7-1804)
- Jacobus Koijmans (28-11-1805)
- Johanna Cooijmans (20-11-1806)
Franciscus was vorster van 31-10-1796 tot 31-8-1816. Een vorster was een functionaris in het dorpsbestuur die onder meer de functie had van deurwaarder. De term was vooral in zwang in het Hertogdom Brabant. De vorster moest dagvaardingen bezorgen namens de schepenbank (wethouders). Ook las de vorster vaak de besluiten van autoriteiten, zoals de hertog of de hoogschout, en had aldus de functie van gerechtsbode. Vaak was de vorster tevens een soort ordebewaarder en assistent van de schout. De functie van vorster stond dan ook in aanzien. Na de opheffing van het feodale stelsel werd een deel van de functies van de vorster overgenomen door de veldwachter. Daardoor werd Franciscus de eerste veldwachter van Den Dungen.

Johanna Cooijmans
Geboren op 20-11-1806 te Den Dungen (getuigen: Johannes Albertus van der Camme en Johanna Wilhelmus Venroij). Gehuwd op 18-jarige leeftijd op 18-5-1825 te Den Dungen met Lambertus van den Berg, 23 jaar oud. Zij kregen zeker een dochter; Francijna.

