Zoekt en gij zult vinden
Berendina was de overgrootmoeder (van vaderskant) van Catrina Pruim. De zoektocht naar haar voorouders was een bijzondere. Handgeschreven registraties uit de zeventiende eeuw bevatten vaak schrijffouten. Zo kwam ik niet verder dan Berend Hendrik Sesink, die ergens midden achttiende eeuw geboren zou moeten zijn. Telkens strandde ik bij hem. Tot ik eens op de naam van zijn echtgenote zocht: Hendrika Kippers.
Klopt en u zal opengedaan worden
Via Hendrika ging een verborgen deur open: het Trouwboek Nederduits Gereformeerd Kamperveen 1791–1795. Daarin vond ik Hendrika Kippers die op 14 maart 1793 in ondertrouw ging en op 1 april 1793 trouwde met: Beerent Hendrik Teesink.
de ouders van deze Beerent werden ook met de achternaam Teesink genoteerd, maar via de naam van zijn moeder kwam ik verder terug in de tijd met de juiste naam Sesink. Één foutje van een ambtenaar en de hele geschiedenis van een familie krijgt een vreemde wending.
De naam Seesink
Rond Varsseveld liggen zes boerderijen met in de naam “Seesink”. Twee in het noorden aan de Molenweg in Heelweg-West; de boerderijen Groot-Seesink en Klein-Seesink. Samen maken ze met de boerderij Nieuw Seesink, die iets noordelijker daarvan ligt, deel uit van de Seesinkkamp. In een aantal boerderijen hebben Seesink’s gewoond. Zo ongeveer van 1730 tot 1750 in Groot-Seesink en
van 1730 tot 1780 in Klein-Seesink. Van ’t Olde Seesink is bekend dat een familie Seesink de boerderij in pacht had in de periode van 1561 tot 1774.
’t Goet Seesink behoorde tot de bezittingen van het Huis Bergh. Het is het gebied rond de boerderij Seesink en ligt in de Binnenheurne ; een buurtschap dat ligt tussen de dorpen Varsseveld, Sinderen, Silvolde en Westendorp. Het bestond voor een zeer groot deel uit bos.

kaart van ’t Goet Seesink uit 1754.
De gebouwen die zich toen op ’t Goet bevonden zijn op
deze kaart getekend. Waaronder een hooiberg.
De familienaam “Seesink” is een boerderijnaam. Dat wil zeggen dat de achternaam gekoppeld is aan een naam van een boerderij. In de Achterhoek was het vernoemen van personen naar de naam van de boerderij waar men kwam te wonen een zeer algemeen gebruik. Oorspronkelijk bestonden er in deze streek geen familienamen.
Het is goed om te weten dat de naam Seesink vele schrijfwijzes kent. De oudst gevonden geslachtsnaam is Zesinck (begin 1500). Tegenwoordig komt de geslachtsnaam vooral voor als Seesink, Seesing of Sesink. Zo zijn er inmiddels sinds 1520, in 500 jaar, al meer dan 40 schrijfwijzen voor deze naam. Veelal omdat men opschreef wat men hoorde.
De naam heeft de zo kenmerkende suffix -ink of -inck . Hoeven en de bewoners met een naam met deze suffix komen veel voor in de Saksische streken van ons land, waaronder de Achterhoek. Deze -ink komt van de in de Germaanse taal gebruikte suffix -ing en heeft als oorspronkelijke betekenis o.a. die van “iemand behorende tot het gezin, de familie, het geslacht van”, “afkomstig van”, “betrekking hebbende op”. In de Frankische streken bleef ‘t suffix -ing, maar in de Saksische streken werd het -ink . Tot de 12e eeuw was de vorming van de geslachtsnamen met het suffix -ink gebruikelijk . Het zou dus goed kunnen dat de naam Seesink al vroeger in de middeleeuwen is ontstaan.
Het eerste lid van zo’n samenstelde naam is dan meestal ‘n oude Germaanse persoonsnaam . In 1255 is er in Warken (Warnsveld) een boerderij Seesinck of Segessinck en in 1399 in Heelweg (Varsseveld) een boerderij Zegesinck Uitgaande van deze boerderijnamen zou dan de persoonsnaam kunnen zijn Segizo of Sigizo met als stam het woord sigu, dat ‘zege’ betekent. Vanaf de 12e eeuw kozen landheren en edelen , maar ook andere eigenaars van hun pachthoeven, voor de onder hen staande boerderijen vaak zelf een naam en moest de pachter van het huis met de gegeven naam genoegen nemen en namen de bewoners de gegeven naam ook als geslachtsnaam aan. Het was bovendien niet ongebruikelijk dat nieuwe bewoners ook deze naam gebruikten. Bijvoorbeeld als een man introuwde op een boerderij waar de opvolgster alleen een dochter was, kreeg hij de familienaam van zijn vrouw en dat gold dan ook voor hun kinderen.
Het kan ook andersom zijn. Namelijk dat de boerderij de naam heeft gekregen van voormalige opwoners; de familie die er kwam wonen.
Het antwoord op de vraag is niet met zekerheid te geven, maar wel kan gesteld worden dat optie 2 minder vaak plaats vond. Veel hoevenamen zijn namelijk heel wat ouder dan de familienamen, al zijn er ook veel hoevenamen al gauw met familienamen vereenzelvigd, zodat hoeven en opwoners al vroegtijdig eenzelfde naam droegen.
’t Goet Seesink
In het Land van den Bergh, een bannerheerlijkheid waartoe ’s-Heerenberg en de heerlijkheden Didam, Etten, Zeddam, Gendringen, Netterden en Westervoort behoorden, vestigde zich tussen 1100 en 1125 Constantinus de Melegarde of zoals hij zich vanaf dat moment noemde Constantinus de Monte. Het is de oudst bekende heer Van den Bergh . De heren Van den Bergh verbleven aanvankelijk op Montferland, maar stichtten in 1250 het Huis Bergh, een kasteel in de stad ’s-Heerenberg.

De tak van Constantinus stierf in 1416 uit en werd opgevolgd door de heren van der Leck. Willem II van der Leck noemde zich vanaf 1441 Willem van den Bergh. De bekendste graven van Bergh waren Willem IV (1537-1586) en zijn zoons Herman (1558-1611), Frederik (1559-1618) en Hendrik (1573-1638). Tijdens de Tachtigjarige Oorlog vochten zij eerst aan Staatse, later aan Spaanse zijde om uiteindelijk aan Staatse zijde te eindigen.
Vanaf 1486 was het niet langer een bannerheerlijkheid, maar het (rijks-)graafschaps Bergh.
Tot de bezittingen van de graven van den Bergh behoorde sinds 1486 ook een deel van Wisch. Dit deel van Wisch is de toenmalige heerlijkheid, bestaande uit Terborg, Silvolde en Varsseveld van Hendrik, de heer van Homoet en Wisch. Het gebied kwam door verkoop van Hendrik aan de heer Oswald I van den Bergh in handen van Huis Bergh en werd ook genoemd Berghs Wisch.

Berent Zesinck
Berent was de eerste pachter die ook de naam van de boerderij draagt. Hij is volgens schatting geboren in 1520.
In diverse boeken en documenten in verschillende archieven wordt hij in verband gebracht met de geuzen. Zo staat onder andere in een boek uit 1583 met de titel ‘Monumentorum Monasteriensium Decoria Prima’:
“Umb trent dden maindagh na Margareta heft der Capitein der Goosen SEISEN BERENT edder ZESINCK genant….”
In het boek ‘Geschichte und Alterthumskunde’ uit 1871 o.a:
“Überfiel eine grösere schaar unter der Anfübrung eines gewissen Bernhard Seisink am 20 Juli 1583 Schlos und Stadt Ahaus, befreite ihre gefangenen kameraden..”.
In de periode van 1570 tot en met 1585 komt zijn naam ook voor in documenten van onder
andere het Huis Bergh als kapitein Sessinck, ritmeester Seysinck of Seijssinck, ritmeester Berndt Sessingck genandt Kervell maar ook andersom, namelijk Berndt van Kervell genandt Sessinck of Seisinck. Het gaatdaarin bijvoorbeeld over de aanvoering van 40/50 ruiters voor de Graaf van Bergh of zoals in de Overijsselsche almanak voor Oudheid en Letteren van 1582 staat dat Ritmeester Berend Seijssinck op eigen gezag het slot van den Bisschop te Ahaus ingenomen en geplunderd had.
De krant De Graafschap-Bode schrijft in een artikel op 6 januari 1939 over de onveiligheid in den
Achterhoek in vroegere eeuwen (rond 1575) ook over Berent Seisinck. Een persoon zou door Berent Seisinck hebben horen zeggen dat hij alle des Konings onderzaten, die hij te pakken zou krijgen, overrompelen zou. Er zou tevens besproken zijn dat ze een voogt van Winterswijk zouden overvallen en willen uitleveren aan den Prins van Oranje.
Berent had een zoon die Gerrit heette.
Garrit Zesinck
Geboren rond 1550. Garrit verschijnt als pachter van de boerderij Seesink o.a.
vertegenwoordigend de ingezetenen van de buurtschap BinnenHeurne onder Varsseveld. Hij overlijdt rond 1601. Garrit had een zoon:
Johan Sesink
Van Johan is niet veel bekend. Hij moet rond 1585 geboren zijn. Wie zijn moeder en zijn partner waren is niet bekend. Hij was de hoofdbewoner van het Goet Sesinck. We weten dat hij een dochter en een zoon had:
- Derkske Sesink
- Gerrit Sesink
Johan nam de pacht van Klein Sesink in 1602 over van zijn vader. De echtgenoot van zijn zuster Derkske werd hoofdbewoner van Groot Sesink. Hij heette oorspronkelijk Gerlich Vogel, maar veranderde zijn achternaam in die van zijn vrouw: Gerlich Sesink.
Gerrit Sesink
Geboren rond 1625 aan de Heelweg in Varsseveld. Hij was Landbouwer en trouwde voor 1740 met Jenneke Sesink, die toen 15 jaar oud was. Zij woonden op boerderij “Klein Sesink” in Varsseveld. Wanneer Gerrit overleed is niet bekend.
Van Gerrit en Jenneke is één zoon bekend:
- Arent Gerritsen Seessinck
Arent Gerritsen Seessinck
Geboren rond 1655 aan de Heelweg in Varsseveld. Hij woonde voor 1675 waarschijnlijk in de boerderij “Klein Seessinck”. Hij was Landbouwer en trouwde op 9 april 1679 met Anneken Willemsen Heijkinck. Anneken overleed in datzelfde jaar, vermoedelijk na de geboorte van hun dochter Enneken.
Arent trouwde in 1680 met Grietjen Holtschers. Zij kregen nog een zoon: Gerrit.
Arent overleed rond 1686 op 31 jarige leeftijd.
Gerrit Groot Zesink
Geboren op 27 februari 1681 in Etten, oude IJsselstreek, Gelderland. Gerrit woonde in de boerderij “Groot Seesink”. Hij trouwde op 26 september 1717 met Charlotta Heuvels uit Terborg, Gelderland. Gerrit overleed op 10 januari 1744 in Varsseveld (Heelweg). Hij is begraven op 13 januari 1744 in Varsseveld.
10.1.1744 — gestorven Gart Groot Zesink, den 13den begraven
Gerrit en Charlotta kregen twee zoons:
- Arent Grootseessink
- Hendrik Grootseessink
Varsseveld
In een akte uit 828 wordt mogelijk de plaats voor het eerst genoemd. Er werden in deze akte goederen te Uuazefelde overgedragen aan de Utrechtse Maartenskerk. Zekerder is de vermelding in 1152 waarin Varsseveld als ‘Versnevelde’ voorkomt.
Op 14 september 1723 brak in Varsseveld een brand uit, waarbij geen enkel huis gespaard bleef. Door een sterke wind werden in twee uren tijd de kerk, 54 huizen en zes schuren in de as gelegd. De schade bedroeg 65.000 gulden, uitgezonderd de kerk. Door een landelijke collecte werd succesvol geld voor herstel ingezameld.

Hendrik Grootseessink
Geboren rond 1728 in Varsseveld. Hij was in 1744 Lidmaat (raadslid) in Varsseveld. Hij trouwde in de kerk met Aaltje Batemans op 1 september 1759 te Aalten. Aaltje wordt later meestal geregistreerd onder de naam Bartmans.
01.09.1759 Hendrik Grootseessink, zoon van wijlen Gerrit G. in Varsevelt, en Aaltje Batemans, weduwe van Arent Albers, op den Estijser [IJzerlo]
Hun kinderen waren:
- Arend (Arent) Seesink 1760
- Gerrit Seesink 1762
- Berend Hendrik Seesink 1765
Berend Hendrik Seesink
Werd geboren op 7 februari 1765 in Aalten. Daarna is er over hem niets meer geregistreerd. Totdat hij in 1793 dus als Beerent Hendrik Teesink in het Kamperveense Trouwboek opduikt. Hij trouwde voor de Nederduitsche Gereformeerde Kerk met Hendrika Kippers (wonende te Zwolle) op 1 april 1793 in Zwolle.
Daar werden ook hun kinderen geboren:
- Gerrit Jan Berends Sesink
- Anna Elisabeth Berends Sesink
Aalten
De oorsprong van het dorp Aalten ligt ergens in de tweede helft van de 8e eeuw, toen Karel de Grote de Saksische stammen in de regio onderwierp. Uit deze tijd stammen de archeologische opgravingen die zijn verricht op de Hoven, waar grondsporen van huizen zijn aangetroffen. De onderzochte woning had duidelijk geen functie als boerderij, waaruit geconcludeerd wordt dat Aalten in deze tijd al een dorp was waar handwerkslieden woonden. Iedere gemeenschap in de veroverde gebieden moest een ‘hoofdhof’ leveren voor de stichting van een kerk. Waarschijnlijk is toen de eerste kerk van Aalten gesticht op gronden die behoorden bij de voormalige Ahof, nu beter bekend als De Pol. De parochie Aladon of Alethnin, die toen tot stand is gekomen en voor het eerst vermeld werd in 1152, omvatte aanvankelijk ook Bredevoort en Dinxperlo. In de 10e en 12e eeuw maakte de parochie Aalten deel uit van het Graafschap Lohn. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog heeft het dorp veel te lijden gehad van de belegeringen van onder andere Bredevoort en Groenlo door langstrekkende legers, die ook wel hun kamp opsloegen in het dorp. Bestuurlijk viel Aalten tot de Franse tijd onder de Heerlijkheid Bredevoort. In de Franse Tijd werden enkele gemeentelijke herindelingen ingevoerd door het afschaffen van de heerlijkheid Bredevoort. De heerlijkheid werd in 1795 opgedeeld in vier gemeenten, Aalten, Bredevoort, Dinxperlo en Winterswijk. In 1798 werden deze gebieden weer verenigd in het Ambt Bredevoort.

Gerrit Jan Berends Sesink
Geboren op 9 oktober 1793 – Zwolle, Overijssel. Gedoopt op 13 oktober 1793. Overleden 27 december 1818, Kamperveen, Kampen, Overijssel. Leeftijd bij overlijden: 25 jaar oud. Gerrit was timmerman van beroep.
Gerrit trouwde op 8 september 1815 te Kamperveen met Geertje Davids (1792-1858, dienstmaagd van beroep). Zij kregen vier dochters:
- Hendrika Sesink 1815-1892
- Berendina Sesink 1816-1879
- Janna Sesink 1818-1850
- Aaltjen Sesink 1818-1820
Kamperveen
Kamperveen is de benaming voor het gebied tussen de stad Kampen en de provincie Gelderland. Dit klei-op-veengebied werd vanaf ongeveer 1200 ontgonnen. Kamperveen heeft van oudsher drie buurtschappen: De Zande, Zuideinde en Hogeweg. De buurtschappen hebben alle drie een eigen identiteit. Zuideinde leunt meer op het nabijgelegen Gelderse Oosterwolde terwijl De Zande van oudsher wordt gekenmerkt door zijn ligging aan de Hank, een zijtak van de rivier de IJssel. De Hogeweg heeft, net als het Zuideinde, een kerk en een school en ligt midden in de streek. Verspreid tussen de drie kernen bevinden zich agrarische ondernemers die hoofdzakelijk veehouderij bedrijven. Aan de noordkant wordt dit gebied begrensd door het Reevediep en is via o.a. Nieuwendijkbrug, Scheeresluis en de inlaat Het Lange End verbonden met de stad Kampen. Door de komst van het Reevediep is de diversiteit van het landschap in de polder gegroeid. Verder bevinden zich in de polder, diverse kolken en weteringen.

Berendina Sesink
Geboren 7 december 1816 te Kamperveen, Kampen, Overijssel. Overleden 22 mei 1879 te Doornspijk, Gelderland. Leeftijd bij overlijden: 62 jaar oud.
Berendina trouwde op 29 juni 1839 te Kamperveen met Gerrit Pruijm (1816-1879, landbouwer te Oldebroek, Gelderland). Hun kinderen waren:
- Drees Pruim1839-1872
- Gerrit Jan Pruim1841-1842
- Geertje Pruim1843-1844
- Gerrit Jan Pruim1844-1899
- Jannetje Pruim1847-????
- Gerrit Pruim1849-1850
- Janna Pruim1851-1922
- Gerrit Pruim1853-1911
- Lubert Pruim1856-1859
- Geertje Pruim1858-1897
- Lubert Pruim1861-1863
Berendina en Gerrit werden via hun derde zoon Gerrit Jan de overgrootouders van Catrina Pruim, die met Adrianus Zwart uit Hoorn trouwde en in Krommenie ging wonen.
