Charlois, Rotterdam
Het gebied waar het huidige Charlois ligt werd voor het jaar 1200 al bewoond, maar dan primitief en mondjesmaat. In 1458 wordt het gebied “De Reijerwaard” waar Charlois in ligt, door Filips van Bourgondië aan zijn zoon Karel de Stoute geschonken. In 1462 gaf Karel de Stoute het bestuur in handen van Matteys de Buyser, IJsbrand Uyt ten Hage, Arend van der Woude en Anthony Michelsz van Eversdijck. Zij kregen toestemming de grond te bedijken. In dezelfde akte werd bepaald dat de ingedijkte grond “voortaen heten sal ’t land van Charollais”. Deze naam is afkomstig van het graafschap Charolais in het huidige Frankrijk dat ook in het bezit van Karel de Stoute was.

In 1895 werd de gemeente Charlois geannexeerd door Rotterdam, dat onmiddellijk op grote schaal havens ging aanleggen in het voorheen agrarische gebied.
Jacob Jacobsz van Cleeff
Deze stamreeks in de familie Sellmeijer begint met deze Jacob in Charlois, geboren rond 1587 in Kleve, Nordrhein-Westfalen, Duitsland. Zoals vele Duitsers voor, met en na hem kwam Jacob naar Nederland. Velen gingen naar Rotterdam om per boot de oversteek naar Engeland of Amerika te maken. Veel bleven daar hangen om te trouwen en te werken. Jacob strandde in Charlois.

Al bijna vier eeuwen zijn in het voormalige dorp Charlois leden van het geslacht Van Kleef woonachtig. De oudste belende vermelding van dit geslacht dateert uit 1606, toen stamvader Jacob Jacobsz. van Cleeff aldaar een huis kocht. Jacob was snijder ofwel kleermaker van beroep en behoorde wellicht tot de grote groep van uitgewekenen die zich in de decennia rond 1600 in de Noordelijke Nederlanden vestigden. De naam Van Cleeff moet dan wel duiden op herkomst uit de stad of het Land van Kleef.
In de zeventiende en eeuw behoorde de familie in het Charloisse tot de kringen der handwerkslieden en boeren en mengde zich onvermijdelijk met lokale families. Een kleinzoon van de voornoemde stamvader vestigde zich kort na het midden van de zeventiende eeuw te Rotterdam en zijn nageslacht ging aldaar tot de gegoede burgerij behoren. Deze in de negentiende eeuw uitgestorven tak is onderwerp van studie van een collega en is in dit artikel niet verder uitgewerkt. Naast de takken te Charlois en Rotterdam kwam er in achttiende eeuw tevens een tak te Heinenoord en omgeving tot bloei.
Jacob wordt voor het eerst vermeld in een akte van 5 mei 1606 toen hij als Jacop Jacopsen van Cleeff een perceel te Charlois had gekocht. In een diezelfde dag opgemaakte akte verklaarde Jacop Jacopsen Snijder van Cleeff 694 gulden schuldig te zijn aan Frans Adryaensen Brouwer te Delft, vanwege de koop van een huis en erf te Charlois van Pieter Ghijsz. Cortpen(nink). Jacob droeg genoemde Brouwer vervolgens op om Cortpennink dit bedrag te betalen, waarbij hij het huis als zekerheid stelde. Dit was noordelijk belend aan Michgiel Willemsz. en zuidelijk aan het huis en erf van Adryaen Dirck Ellerts. Jacob komt verder nog voor in archieven:
- Op 12-7-1617 werd Jacob van Cleeff door de dijkgraaf en heemraden te Charlois beboet omdat hij ‘een dijck tegen sijn erfff niet gebloot’ had.
- Op een op 16-6-1619 te Charlois gehouden verkoping van door de kleermaker Cornells Dircxen nagelaten kleding stelde o.a. Jacob van Cleeff zich als borg.
- In het kohier van het hoofdgeld over Charlois van 1623 staat Jacob Jacobssen van Cleeff den oude geboekt voor 3 ponden, welke betaling op 15-8-1623 werd verricht.
- Jacob Jacopsen van Cleeff den ouden, inwoner van Charlois, transporteerde op 29-4-1632, met akte van procuratie van d.d. 28-4-1632 van Adriaen van der Dussen te Delft, welke was gepasseerd voor notaris J. van Zeelant, voor 325 gld., waarvan 250 gld. met een schuldbrief, een huis met erf op het dorp Charlois aan (zijn schoonzoon) Claes Bastiaensz. Gelder. Dit huis was zuidelijk belend aan Jacop Jorissen c.s.
- Adriaen Pietersen Cortpen(ning), inwoner van Charlois, transporteerde bij akte van 5-6-1632 aan zijn dorpsgenoot Jacop Jacopsen van Cleeff een huis aldaar, zuidelijk belend aan Pieter Gijsen Timmerman.
- In het Charloisse kohier van het schoorsteengeld van 1644 werd de ouden Jacob van Cleeff genoteerd voor een schoorsteen.
- Jacob Jacobsen van Cleeff, inwoner van Charlois en oud omtrent 60 jaren, attesteerde op 20-7-1647 met de omtrent 59-jarige Charloisse korenmolenaar Huych Pietersen over een zekere manslag die een dag eerder had plaatsgevonden toen zij vanuit de Nieuwe Haven van Rotterdam de rivier overstaken naar Charlois.
- In een akte van 19-7-1649 is sprake van ‘het gemeenlants slop’ tussen den ouden Jacob Jacobsen van Cleeff en Jacob Cornelisz. van Wtrecht.
- Op 10-5-1659 transporteerden Jacob Jacobs van Cleeff, Arij Jacobs van Cleeff en Claes Bastiaen Gelder, getrouwd met Aeltge Jacobs van Cleeff, kinderen en erfgenamen van wijlen oude Jacob Jacobs van Cleeff, een huis en erf op het dorp Charlois ‘opten buytenkant van den zeedick’ voor 475 gld. aan Pieter Claesen Schuyer. Gezien de belendingen moet dit het huis zijn dat in 1632 door Jacob werd aangekocht. Aangezien er in de voornoemde akte met geen woord gerept werd over de vrouw van Van Cleeff, moet zij toen inmiddels ook gestorven zijn.
Jacob van Cleeff ‘Den ouden’ trouwde in 1605 voor de kerk met Adriaentge Adriaens Klou (geboren rond 1580 in Barendrecht, overleden voor 4 juni 1633). zij kregen vier kinderen:
- Adriaen (Ary) Jacobsz van Cleeff
- Aeltje Jacobs van Cleeff
- Jacob Jacobsz de Jonge van Cleeff
- Bastiaentje Jacobs van Cleeff
Adriaen Jacobsz van Cleeff
Geboren rond 1606 te Charlois. Een akte van 4 oktober 1631 noemt Adriaen Jacops van Cleeff als man van de ouwe Adriaentge Lenerts (ca. 1607 – ca. 1647), dochter en mede-erfgenaam van Lenert Willems van der Schoor en Lijsbeth Willems.
De ‘Verschoren’ vormden een oude Charloisse familie. Onder de wapens aan de buitenzijde van de toren van de Oude Kerk figureert ook het wapen, een molenrad…
Het was in de Charloisse samenleving een aanzienlijke familie. Veel leden van de familie zaten in het dagelijks bestuur als schepenen en in het kerkbestuur.

Blijkens een ongedateerde akte leverde de verkochte kleding van zaliger Adriaentje Leenderts, gewezene huisvrouw van Ary Jacobs van Cleeff, 125 guldens en 18 stuivers op en met aftrek van de gemaakte kosten bleven er 122 gulden en 4 stuivers over.
- Vermeling: Recht archief Charlois.
“rekeningh ende bewijs van de penningen gecomen van de vercochte kleederen van zaliger adriaantge leenderts, gewesene huijsvrouw van arije jacobse van cleeff”
(….) - Vermelding: Notariële akte Charlois d.d. 2-2-1636: Adriaen Dirckxsz. Broer decker wonende tot Rotterdam heeft getransporteerd aan Adriaen Jacopsz. van Cleeff onze inwoner een huis en erf in Charlois op het dorp aan de noordzijde van de Kerkstraat.
- Vermelding d.d. 18-1-1646 Charlois: Adriaen Jacobsz. van Cleeff onze inwoner heeft getransporteerd aan Pieter Gijsz. de gemenelands timmerman mede onze inwoner 500 roeden teelland in Robbenoord onder Charlois in het Zoetemelkse Blok.
- d.d. 18-1-1646: Adriaen Jacobsz. van Cleeff onze inwoner heeft getransporteerd aan Abraham Heijndrickxsz. Verduijn mede onze inwoner een erf beteeld met fruitbomen in Charlois op het Kerkenland.
- Vermelding d.d. 10-5-1659: Jacob Jacobsz. van Cleef, Arij Jacobsz. van Cleeff en Klaes
Bastiaensz. Gelder als getrouwd hebbende Aeltgen Jacobsdr. van Cleef alle kinderen en erfgenamen van zaliger den Ouden Jacob Jacobsz. van Cleeff hebben gezamenlijk en elk voor een derde part getransporteerd aan Pieter Claesz. Schuijer mede onze inwoner zeker huis en erf op het dorp alhier op de buitenkant van de zeedijk.
Ary is begraven op 22 november 1666 in Charlois, in de kerk, Rotterdam.
Hij was getrouwd met Adriaentje Leenderts Verschoor. Ze zijn in de kerk getrouwd voor 1631 en kregen vier kinderen:
- Lijsbeth Ariens van Cleeff
- Hendrick Ariensz van Cleeff
- Lijntje Ariens van Cleeff
- Maijken Ariens van Cleeff
Hij is rond 1647 in de kerk getrouwd met ene Maritgen Ariens de Lange met wie hij rond 1652 nog een dochter kreeg:
- Pleun Ariensz van Cleeff
Hendrick Ariensz van Cleeff
Hendrick werd rond 1620 in Charlois geboren. Hij was Boer te Smitshoek, schepen, kerkmeester van Charlois. Soetje Pieters, huysvrouwe van Heyndr. Arjensz. van Cleeff, onder Smidshoek’ komt voor op een van ca. 1668 daterend register van lidmaten te Charlois. Naderhand werd bijgeschreven: ‘en de man selfs Hindric Arensen van Cleeff. Op 11-4-1669 werd Hendrick Ariensz. van Cleeff in Smitshoek lidmaat te Charlois. Een uit hetzelfde jaar daterende lidmatenlijst maakt dan ook melding van zijn huisvrouw Soetyen Pieters. Beiden komen ook voor op een uit 1679 daterend lidmatenregister.
- Een akte van 26-11-1687 spreekt van Henricq van Cleeff als vanwege zijn vrouw mede-erfgenaam van Ary Pietersz. Konincq. Als zodanig komt hij ook voor in een akte gedateerd 5-5-1688 betreffende een landtransport in de polder Robbenoord.
- De onder Charlois woonachtige Heynderick Ariens van Cleeff transporteerde op 5-5-1688 voor 565 gld. 15 st. ca. 800 roeden ‘bosemlant’ in de ‘bosem’ van Katendrecht aan joffr. Marya Sonnemans, huisvrouw van sr. Hendricq van Tongeren te Rotterdam.
- Aernout Leendertsen van der Mast transporteerde op 6-11-1690 voor 500 gld. ca. 590 roeden weiland in het Smit Blocq te Charlois aan Hendrick Aryense van Cleeff. Aan de noordzijde grensde dit land aan een perceel dat Pleun van Cleeff in gebruik had. Op 29-1-1701 werd bij de akte genoteerd dat dit land bij loting was toegevallen aan Jan en Pleun Dircxse Brugman en dat vanwege de erfenis van hun moeder Soeytie Pieters Cooning.
Hendrick Aryensen van Cleeff en de zieke Soetje Pieters Coning compareerden op 14-6-1692 voor de notaris te Charlois, waarbij de vrouw bepaalde dat Pleun Dircksen Brugman en Hendrickje Brugman, haar voorkinderen uit haar eerste huwelijk met Dirck Pleune Brugman, een jaar na haar overlijden 250 gld. uitgekeerd zouden krijgen. Tot voogd over de minderjarigen stelde zij Hendrick Pieterse Koning. De naam van Cornelis Jansen Kleyne als voogd werd in de akte doorgehaald. Op 7-6-1694 was Hendrick van Cleeff te Charlois getuige bij het opmaken van het testament van het in Smitshoek woonachtige echtpaar Hendrick Pietersen Brugman en Marijken Leenderts Pors.
- Van Dirck Clapmuts, dijkgraaf van Geervliet, kreeg Van Cleeff bij akte van 11-6-1695 3 morgen 407 roeden land in Charlois getransporteerd, waarvoor hij 1250 guldens betaalde en dezelfde dag transporteerde Hendrick voor 700 uldens aan zijn broer Pleun 807 roeden land in de polder Robbenoord.
- Hendrick Aryensz. van Kleef, weduwnaar van Soetje Pieters Coning, wonende te Charlois, enerzijds, en Jan en Pleun Dircxz. Brugman, meerderjarige kinderen van Soetie uit haar eerste huwelijk met Dirck Pleunen Brugman, anderzijds, kwamen op 29-1-1701 tot scheiding van de boedel. De twee zonen van Soetje kregen ca. 590 roeden bouwland in het Zantblock te Charlois toegewezen. Op 13-5-1701 kreeg Hendrick Aryensz. van Cleeff uit naam van de heer Hendrick van Voorhout, Heer van Zevenhuizen, en uit naam van de weeskinderen van de heer Jacob van der Meer, Heer van Alphen etc., voor 1020 gulden ca. 3 morgen en 150 roeden, gelegen in twee percelen, in het Haerlemmerblock te Charlois getransporteerd.
- Hend(rick) Aliens van Cleeff en Pietertie Pouwelis bij de Mole, echtelieden wonende onder Charlois, testeerden op 2-5-1703 voor de notaris van IJsselmonde. De man legateerde aan zijn tegenwoordige huisvrouw 25 gulden en tot zijn universele erfgenamen benoemde hij zijn kinderen uit zijn huwelijk met Soetje Pieters Koningh. Pietertie benoemde haar man tot haar universele erfgenaam en deze moest aan haar twee broeders, beide genaamd Bastiaen Pouwels bij de Mole, na haar overlijden 2 gulden en 10 stuivers uitreiken. De weeskamer zou worden uitgesloten en de naaste vrienden/familieleden van de minderjarigen zouden voogd zijn. Bij vooroverlijden van Hendrick zou Pietertie met 1200 gulden uit de boedel gekocht worden. Hij zette zijn handtekening, de vrouw bekrachtigde de akte met haar handmerkje.
- Hendrick Aryens van Kleeff, getrouwd met Pietertie Pouwels bij de Moolen, dochter van zaliger Pouwels Bastiaensz. bij de Mooie en Ariaentie Bastyaens Hoosien, wordt in een akte van 9-121703 genoemd als erfgenaam van de in 1703 binnen Gouda overleden Leendert Bastyaensz. Hoosien.
- Op 25-3-1704 kwam Hendrick Aryens van Cleeff, oud schepen van Charlois en gewezen weduwnaar van de in Charlois overleden Soetje Pieters Cooningh, tot uitkoop van zijn kinderen Ary Hendricxs van Cleeff, Cornelis de Cooningh, man van Annytie Hendricxs van Cleeff, Dirck Hendricx van Cleeff, Leendert Hendricxs van Cleeff en Pieter Hendricxs van Cleeff, allen meerderjarig. Vader Van Cleeff zou in de boedel blijven zitten, waarvoor de oudste drie kinderen Ary, Annytie en Dirck 3 morgen 907 roeden roeden land in Charlois zouden krijgen en de twee jongste kinderen elk 600 gld. Zoon Leendert verklaarde vervolgens dit geld ontvangen te hebben, terwijl Pieters aandeel onder beheer van zijn vader zou blijven, waarvoor deze dan jaarlijks rente zou betalen. Als zekerheid hiervoor stelde vader Van Cleeff zijn huis met (hooi)berg, schuur, boomgaard etc. onder Smitshoek, alwaar hij woonde en hetwelk door zijn vrouw Soetje was nagelaten.
- Op 1-5-1704 verscheen Hendrik van Cleeff, als in huwelijk hebbende Pietertje Paulus bij de Molen, met zijn mede te Charlois woonachtige zwagers Bastiaen Paulus bij de Molen den oudsten, schepen (wethouder) van het dorp en ambacht van Charlois, en Bastiaen Paulus bij de Molen de jongste, kinderen en erfgenamen van Paulus bij de Molen en Aryaantje Bastiaans Hoosje, gewoond hebbende en overleden te Charlois, voor de notaris te Poortugaal en kwamen tot scheiding van de ouderlijke boedel. De beide broers bleven in de boedel zitten en kochten Van Cleeff met 1100 gulden uit. Vier dagen later, op 5-5-1704, kreeg Hendrick Aryensen van Cleeff, oud-schepen van Charlois, door de te Charlois wonende Hendrick Gijsbertsen Baartman voor 1110 gulden een huis met erf en beplanting etc. in de Zuydhouck aldaar getransporteerd. Op dezelfde dag transporteerde oud-schepen Van Cleeff voor 1200 gulden aan zijn zoon Leendert Hendricxsen van Cleeff een huis met erf en beplanting etc. met ca. 270 roeden land, waar het huis op stond, en nog een perceel van 3 morgen 150 roeden weiland daaraan grenzend, op Smitshoek in het Haerlemmerblock.
- Hendrick van Cleef kreeg in 1709 van de diakonie van Charlois 6 gulden uitbetaald over een derde van een jaar ‘houdens’ (uitbesteden) van ene Abram Pouwelsz.
- Hendrick Ariense van Cleef, wonende te Charlois, transporteerde op 19-6-1716, na op een publieke veiling gehouden op 27-4-1716 verkocht te hebben, aan Pieter Ariense Geltelder, wonende in Katendrecht, een huis met erf en boomgaard in Charlois. De koopsom werd voldaan met 530 gulden contant geld en met een custingbrief ten bedrage van 500 gulden.
- Op 3-12-1732 compareerden Jacob Pleunen Brugman, Pleun Leegendijck, getrouwd met Soetje Pleunen Brugman, Gijsbert Boel, getrouwd met Dirckje Pleunen Burgman, gezamenlijk nagelaten kinderen van wijlen Pleun Dirckse Brugman, en nog Pieter Hendrickse van Cleeff, Cornelis Cooningh en Ary Jansse Kleynen, ‘den eenen als gestelde en den anderen als in plaatse van wijle Leendert van Cleeff, gesurrogeerde voogden over de minderjarige nagelaten kinderen van wijlen Ary Hendrickse van Cleeff, en ook nog Cornelis Cooningh, als nevens Cornelis de Man aangesteld zijnde tot voogd over de minderjarige nagelaten zoon van wijlen Leendert Hendrickse van Cleeff, gezamenlijk nagelaten kinderen en kindskinderen van Soetje Pieters Cooningh, in haar leven eerst huisvrouw van Dirck Brugman en laatst van Hendrick van Cleeff, welke Soetje geweest was een zuster van wijlen Maayke Pieters Cooningh, in leven huisvrouw van wijlen Willem Bastiaanse Eenhoorn, en uit dien hoofde waren zij erfgenamen van hun ‘moeye’ (=tante) en ‘oudtmoeye’ ab intestato. Zij allen transporteerden land in het Zandblock te Charlois
Hendrick was getrouwd met Soetje Pieters Cooningh. Toestemming voor het huwelijk is 24 april 1667 verkregen te Charlois, Rotterdam. Ze zijn in de kerk getrouwd op 15 mei 1667 te Charlois, Rotterdam.
Kinderen uit dit huwelijk:
- Arien Hendricksz van Cleeff
- Annetje Hendricks van Cleeff
- Dirck Hendricksz van Cleeff
- Leendert Hendricksz van Cleeff
- Pieter Hendricksz van Cleeff
Na het overlijden van Soetje is Hendrik getrouwd met Pietertje Paulus bij de Molen. Toestemming voor het huwelijk is 27 januari 1702 verkregen te Charlois, Rotterdam. Ze zijn in de kerk getrouwd op 19 februari 1702 te Charlois, Rotterdam.
Dirck Hendricksz van Cleeff
Geboren op 26 oktober 1670 in Charlois, Rotterdam. Hij is op 26-5-1700 getrouwd met Jannetje Brouwer, die tussen 1700 en 1703 overleed. Uit dit huwelijk kwam één kind:
- Soetien Dircksdr. van Cleeff
Na het overlijden van Jannetje is Dirck in Rotterdam op 25 november 1703 getrouwd met Dirckie Boekholt, geboren rond 1683.
Trouwen op 25 november 1703 te Rotterdam
=
Bruidegom Dirck van Cleef, geboren te Charlois, weduwnaar, wonende te Roozandt
Bruid Dirckie Boekholt, geboren te Leerbroek, jonge dame, wonende te ”t HangOndertrouw op 11 november 1703 te Rotterdam
=
Bruidegom Dirck van Cleef, geboren te Charlois, weduwnaar, wonende te Roozandt
Bruid Dirckie Boekholt, geboren te Leerbroek, jonge dame, wonende te ”t Hang
Dirckje overleed rond 1730. De sterfdatum van Dirck is niet bekend. Wel is bekend dat hun kinderen in Cleefsland, Duitsland zijn geboren. Dat zou betekenen dat het gezin tussen 1703 en 1705 naar Duitsland zijn verhuisd, waar registratie voornamelijk door kerken werd gedaan en vaak niet meer te vinden is.
Uit het huwelijk van Dirckie en Dirck werden twee kinderen geboren:
- Petrus (Peter) van Cleef (1705, Ulm in Cleefland, Duitsland)
- Johannes Dircksz van Cleef (1710, Keppeln, Düsseldorf, Nordrhein Westfalen, Duitsland)
Petrus van Cleef
Later bekend als Peter van Kleef, geboren in 1705 te Ulm in Cleefland, Duitsland. overleden voor 1773 in IJsselstein. Aannemelijk is dat Peter als arbeidsimmigrant weer terug is gekomen naar Nederland. Als Duitse immigranten niet naar Rotterdam gingen, gingen zij naar Utrecht waar een soort Duitse enclave was. Hij trouwde met Cornelia (Neeltje) Jansd de Ram (geboren op 25 augustus 1709 in IJsselstein, Agtersloot).

Toestemming voor het huwelijk is 30 januari 1733 verkregen te IJsselstein. Zij zijn getrouwd op 15 februari 1733 te IJsselstein. Het huwelijk was een zogenaamd “moetje” omdat Neeltje zwanger was van hun eerste kind. Dochter Maria werd geboren op 11 juni 1733.
Peter en Neeltje kregen de volgende kinderen:
- Maria van Kleef
- Johannes van Kleef
- Hendricus van Kleef
- Hermanus van Kleef
- Hendrik van Kleef
- Aleida (Aaltje) van Kleef
Aleida van Kleef
“Aaltje” is geboren op 2 oktober 1750 in IJsselstein en overleden op 24 oktober 1783 in IJsselstein, Achtersloot, zij was toen 33 jaar oud. Zij is op 2 mei 1773 te IJsselstein getrouwd met Cornelis Paulusz Dongelmans. zij kregen zes dochters:
- Agnes Dongelmans 1774-1843
- Neeltje Dongelmans 1775-1848
- Maagje Dongelmans 1776-1804
- Maria Dongelmans 1778-1825
- Mechtel Dongelmans 1780-1799
- Hermijntje Dongelmans 1782-1868
Hermijntje Dongelmans
“Mijntje” is geboren op 29 mei 1782 in IJsselstein, Achtersloot. Zij heeft haar hele leven aan de Achtersloot gewoond. Ze overleed op 85 jarige leeftijd op 20 februari 1868 in IJsselstein. Zij had twee echtgenoten overleefd.
Op haar twintigste trouwde Mijntje met Willem Vendrik op 15 mei 1803 te IJsselstein. Willem en Mijntje werden de grootouders van Petronella Johanna Vendrik die zou trouwen met Johannes Bernardus Hendricus Sellmeijer.
Mijntje en Willem kregen drie kinderen:
- Joannes Vendrik 1804-1882
- Aaltje Vendrik 1806-????
- Cornelis Vendrik 1808-1873 (de vader van Petronella)
Willem Vendrik overleed in 1808. Op op 19 juli 1812 trouwde Mijntje te IJsselstein met Hendrik Hartman. met wie zij nog zeven kinderen kreeg:
- Maria Hartman 1813-1814
- Thomas Hartman 1814-1871
- Maria Hartman 1816-1898
- Maagje Hartman 1817-1912
- Toon Hartman 1818-1898
- Hendrik Hartman 1820-1820
- Hendrika Hartman 1823-1899
Hendrik overleed in 1829 op 44 jarige leeftijd.
