De familie Sellmeijer

Duitse Arbeidsimmigranten In Nederland

Vanaf de 16de eeuw was Duitsland zowel een emigratieland als een immigratieland. Maar het verschil tussen de twee was vaak enorm. De migratie naar Duitsland was hoog in de 16de en vroeg 17de eeuw. Duitsland was toen een toevluchtsoord voor protestantse vluchtelingen die in Europa werden vervolgd. De lutherse staten waren voor een aantal religieuze vluchtelingen, maar niet voor katholieken en joden, een veilige haven. In dezelfde periode vertrokken echter ook veel Duitsers om elders te gaan werken, bijvoorbeeld in Nederland.

Duitsers waren lang in aantal de grootste migrantengroep in Nederland. Vooral de bloei van de Republiek eind 16de en 17de eeuw bracht veel Duitse migranten naar Nederland. De lonen waren hier veel hoger en er was voortdurend vraag naar handwerkslieden, arbeiders, maar ook soldaten en zeelieden voor de VOC. Bovendien kwamen er tussen 1600 en begin 19de eeuw jaarlijks tienduizenden Westfaalse seizoensarbeiders naar de kusten van de Noordzee voor de oogst en de turfwinning. Deze grootschalige immigratie hield aan tot in de 19de eeuw.

Al vanaf de zeventiende eeuw trokken jonge, ongetrouwde Duitsers vaak naar het buitenland om werkervaring op te doen. Na hun leertijd keerden velen weer terug naar Duitsland, doorgaans naar de regio’s van herkomst: Nedersaksen en Westfalen. De Duitse jongens gingen in Nederlandse steden in de leer bij bakkers, kleermakers en koopmannen. Vaak waren deze leermeesters trouwens ook Duits. Ook vrouwen kwamen tijdelijk naar Hollandse steden voor een leertijd. Duitse meisjes vonden vaak een betrekking als dienstbode.
 

Een Nedersaksische Oorsprong

De familie Sellmeyer (De ij was en is in Duitsland niet in gebruik) vindt zijn oorsprong in Oesede in Nedersaksen. Oesede, nu een buitenwijk van het Nedersaksische Osnabrück, was in de twaalfde eeuw een adelijke burcht van Graaf Simon von Tecklenburg. De graaf verhuurde zijn Burcht Oesede aan Edelman Ludolf von Oesede, die in het jaar 1170  – met toestemming van zijn vrouw Thedela en zoon Bernhard – de burcht veranderde in een Benedictijns nonnenklooster. De Bisschop van Osnabrück, Phillip von Katzenellenbogen, bevestigde de oprichting van Kloster Oesede met een oorkonde op 3 februari 1170.

Jacob Sellmeyer

(ca. 1620, Herford, Detmold, Noordrijn-Westfalen, Duitsland – ca. 1665 Oesede, Georgsmarienhütte, Nedersaksen, Duitsland). De eerst bekende Sellmeijer en daarmee vooralsnog de stamvader van de gehele familie Sellmeyer/Sellmeijer/Sellemeyer/Sellemeijer, die over de gehele wereld zijn uitgewaaierd.

Jacob was ‘Kirchenkötter’ van beroep. Een boer die zijn land en woning pachtte van de kerk of van het klooster.

Een ‘Kotten’ of ‘Kate’ was de naam van eenvoudige woonhuis of een werkplaats aan de rand van een dorpsgemeenschap. Meestal werden ze bewoond door ‘Kottern of Kötter’ wiens huisvesting een vorm van hun loon uitmaakte.
‘Kötter’ waren dorpelingen die een ‘Kotten’ bezaten. Het waren dagloners en werkten voor de landeigenaren in en rond het dorp. ‘Kötter’ waren in Duitsland al bekend vanaf de 14e eeuw
De ‘Kotten’ werden doorgegeven aan de ‘Erbkötter’, de erfgenamen van de ‘Kötter’. Door de bevolkingsgroei in de 15e en 16e eeuw waren velen gedwongen een ‘Kotten’ verderop in de ‘Mark’ (graafschap) te zoeken. Deze mensen werden ‘Markkötter’ genoemd, dus de benaming voor een ‘Kötter’ in het graafschap.
Een andere schrijfwijze van Kötter is Köter. Hier komt waarschijnlijk ons woord keuterboertje vandaan.

Stamvader Jacob kwam van Nederrijn-Westfalen naar Nedersaksen en daar bleef de familie vijf generaties lang. Hij trouwde in 1645 met Margarethe Uxor (geboren ca. 1620, overleden 1 september 1714 te Oesede, Georgsmarienhütte, Osnabrück). Uxor kan een familienaam zijn, maar in genealogie betekent het ook ‘Echtgenote’. Over de herkomst van Margarethe is niets bekend, dus beide varianten zijn mogelijk.

Jacob en Margarethe kregen de volgende kinderen:

  • Joseph Heinrich Sellmeyer
  • Boldewin Sellmeyer
  • Caspar (Jasper) Sellmeyer
  • Daniel Sellmeyer
  • Johann Heinrich Sellmeyer
  • Margaretha Sellmeyer

Boldewin Sellmeyer

(ca. 1656 te Oesede – 17 aug 1724, Oesede) Ook Boldewin was ‘Kirchenkötter’. Op 19 mei 1684 trouwde hij in de St. Peter und Paulkirche te Oesede met Anna Catharina Schröder (ca. 1655-16 mei 1729).

Oesede wordt voor het eerst vermeld tussen 826 en 876 . Mogelijk heeft er al een kerk bestaan, gewijd aan Sint-Remigius. In 1095 werd de Oesederkerk (St. Remigius) voor het eerst vermeld in een document van het Iburg-klooster. In 1483 werd de pastorale zorg van de kloosterboeren overgedragen aan de parochie St. Remigius in Oesede om het onderhoud van de Oesederpastor te verzekeren. In 1624 veranderde de patroonheilige. In plaats van Sint-Remigius verschijnen nu Petrus en Paulus als kerkbeschermers. In 1709/10, nadat het koor en het schip waren afgebroken, werd aan de oude toren uit de 13e eeuw een twee keer zo lange uitbreiding toegevoegd. De locatie van deze kerk was de locatie van het huidige verpleeghuis St. Josef.

Boldewin en Anna kregen de volgende kinderen:

  • Caspar Sellmeyer
  • Gertrud Ühmann Sellmeyer
  • Johann Caspar Sellmeyer
  • Heinrich Boldewin Sellmeyer

Heinrich Boldewin Sellmeyer

Geboren 24 januari 1694, Oesede, overleden 23 april 1755 te Oesede. Hij trouwde op 23 november 1721 met Catharina Angela Dütmann. Zij kregen de volgende kinderen:

  • Anna Margaretha Sellmeyer
  • Johann Heinrich Sellmeyer
  • Maria Gertrud Sellmeyer
  • Johann Dietrich Sellmeyer
  • Maria Elisabeth Sellmeyer
  • Anna Maria Sellmeyer

Johann Heinrich Sellmeyer

Geboren 5 augustus 1725 te Oesede, overleden 4 april 1795 te Oesede. Johann trouwde op 18 oktober 1755 met Anna Maria Elisabeth Averdiek (20 oktober 1726, Oesede – 30 augustus 1808, Oesede)

Zij kregen de volgende kinderen:

  • Joseph Heinrich Sellmeyer
  • Matthias Christian Sellmeyer
  • Johann Wilhelm Sellmeyer
  • Johann Heinrich Sellmeyer
  • Maria Elisabeth Niemann Sellmeyer
  • Johann Friedrich Sellmeyer

Johann Wilhelm Sellmeyer

Geboren 5 oktober 1760, Oesede – 24 februari 1827, Oesede). Hij trouwde op 22 oktober 1788 in Oesede met Anna Catharina Brüggemeyer. Zij kregen de volgende kinderen:

  • Maria Elisabeth Sellmeyer
  • Johann Heinrich Sellmeijer
  • Anna Maria Elisabeth geboren Sellmeyer
  • Johann Friedrich Sellmeyer
  • Mathias Wilhelm Sellmeyer

Johann Heinrich Sellmeyer

Geboren 10 mei 1792 te Oesede, overleden 25 augustus 1846 te Amsterdam, Noord Holland. Johann was suikerbakker. Hij emigreerde begin 19de eeuw naar Nederland, waar hij op 25 oktober 1820 in Nieuwer Amstel trouwde met Catharina Maria (Catrina) Garsseling (26 april 1793, Nieuwer Amstel, Noord Holland – 27 apr 1857, Amsterdam). Vanaf zijn komst naar Nederland ging hij verder door het leven als Johan Henric Sellmeijer.

Johann kwam als de meeste Duitsers waarschijnlijk in Utrecht in een zogenaamde Duitse kolonie terecht en ging als dagloner van daaruit naar Noord-Holland om Turf te steken. Zo kwam hij in Nieuwer Amstel terecht, waar hij Catrina Garsseling tegenkwam. Zij was een dienstbode, afkomstig van een Nedersaksische familie uit Osnabrück die een generatie eerder al naar Nederland waren gekomen.

De Pruisen werden in alle landen om hen heen (Denemarken, Frankrijk, Nederland) gehaat voor het vele oorlogvoeren en heulen met de vijand. In die landen werden alle Duitsers als Pruisen gezien. De Duitse gemeenschap was echter, zoals alle nationale gemeenschappen, niet alleen verdeeld naar sekse, klasse, religie en beroep, maar ook nog eens naar regionale oorsprong. Dat betekent dat er waarschijnlijk geen sprake was van groepsvorming van Duitsers als collectiviteit, maar van groepsvorming binnen de Duitse immigrantenpopulatie. Duitsers waren voor Nederlanders Pruisen en dat bleef tot na de Eerste Wereldoorlog zo. Al sinds de 18de eeuw werden Duitse immigranten Moffen, of Poepen (Papen) genoemd. Duitse immigranten hebben het lang zwaar gehad met het integreren in de Nederlandse samenleving. Nedersaksen trouwden het liefst met Nedersaksen. Dat zal dus zwaar hebben meegewogen in het vinden van de geschikte man voor Catrina Garsseling uit Nieuwer Amstel.

Nieuwer Amstel

Nieuwer-Amstel is de voormalige naam van de gemeente Amstelveen die in het noorden grenst aan de zuidkant van Amsterdam. De gemeente Nieuwer-Amstel werd in 1795 gevormd op het gebied van de ambachtsheerlijkheid van Amstelveen en Nieuwer-Amstel. Ten tijde van de Franse bezetting tussen 1810 en 1814 was het de hoofdplaats van een kanton in het Franse Zuiderzeedepartement. De gemeente werd in 1896 en 1921 deels door Amsterdam geannexeerd. In 1964 werd de naam gewijzigd in Amstelveen, naar de toen belangrijkste plaats in de gemeente.

Veentrekken met de baggerbeugel, zoals dat eeuwenlang in Nieuwer-Amstel werd gedaan in het kader van de turfwinning.
 

Het Amstelland werd in de 11e en 12e eeuw in cultuur gebracht. Opdrachtgever was de bisschop van Utrecht. In 1296 kwam het Amstelland aan de graaf van Holland. In de 13e eeuw werd het gebied opgedeeld in Ouder-Amstel (ten oosten van de Amstel) en Nieuwer-Amstel (ten westen van de rivier). In dit gebied ontstond vanaf halverwege de 13e eeuw in het noorden een kleine nederzetting die later zou uitgroeien tot de grote stad Amsterdam. Amstelveen ontstond als een dorp in het turfwinningsgebied ten westen van de Amstel. Verder behoorden ook de dorpen Bovenkerk, Nes aan de Amstel en het op de linker Amsteloever liggende deel van Ouderkerk aan den Amstel tot Nieuwer-Amstel.

In de loop van de 19e eeuw begon het aantal inwoners in het noordelijke deel van Nieuwer-Amstel sterk te groeien. Dit gebied lag net buiten de grens van Amsterdam en werd steeds aantrekkelijker voor bewoners en bedrijven om zich te vestigen. Amsterdam zag dit met lede ogen aan. De groei leidde er ook toe dat het gemeentehuis van Nieuwer-Amstel vanaf 1824 in dit deel was gevestigd in de Bergenvaarderskamer aan de Amsteldijk. Vanaf 1860 verdubbelde in enkele decennia het aantal inwoners in Amsterdam waarbij schrijnende woontoestanden in de binnenstad en malafide bouwpraktijken ontstonden. Een deel van Nieuwer Amstel is nu Amsterdam. Zo stond het concertgebouw ooit in Nieuwer Amstel. De familie Sellmeijer-Garseling is waarschijnlijk op die manier vanzelf in Amsterdam terecht gekomen. Het andere deel is nu Amstelveen.

Van Suikerbakkers was na Johann Heinrich in de familie geen sprake meer. De mannen werden bouwvakkers. Timmermannen, metselaars, ovenbouwers, schilders. De vrouwen waren huisvrouwen, winkelmedewerksters, dienstbodes.

Johan en Catrina kregen de volgende kinderen:

Johan Wilhelm Sellmeijer (overleden 3 dagen oud)
Johan Wilhelm Sellmeijer
NN Sellmeijer (dood geboren)
Johannes Bernardus Hendricus Sellmeijer
Maria Anna Magdalena Sellmeijer

Johannes Bernardus Hendricus Sellmeijer

Geboren 4 maart 1829 te Amsterdam, overleden 10 oktober 1892 te Amsterdam. Hij was smid en ketelmaker van beroep (waarschijnlijk in Purmerend, waar hij ook heeft gewoond). Op 8 november 1854 trouwde hij met de Amsterdamse Wilhelmina Christina Hoekers (20 juli 1829-8 november 1854). Wilhelmina was de dochter van Carolina Johanna Hoekers (1792-1870). Carolina trouwde nooit, maar kreeg tussen 1822 en 1833 5 kinderen waarvan de vader(s) niet geregistreerd zijn.

Johannes en Wilhelmina kregen samen acht kinderen:

  • Catrina Helena van Schaick Sellmeijer
  • Carolina Christina Sellmeijer
  • Johannes Sellmeijer
  • Johannes Bernardus Sellmeijer
  • Carolus Johannes Sellmeijer
  • Hendricus Bernardus Sellmeijer
  • Wilhelmina Johanna Sellmeijer
  • Catharina Sellmeijer

Na het overlijden van Wilhelmina trouwde Jan op 13 november 1872 met Petronella Johanna Vendrik (28 april 1842, Utrecht – 19 maart 1929, Amsterdam). Met haar kreeg hij nog eens zes kinderen:

  • Hendricus Antonius Sellmeijer 1873-1949
  • Antonia Sellmeijer 1875-1954
  • Antonius (Toon) Sellmeijer 1875-1954
  • Johanna Wilhelmina Sellmeijer 1877-1947
  • Cornelis (Kees) Sellmeijer 1879-1955
  • Wilhelmus Petrus Sellmeijer 1883-1957
Gezinskaart van Johannes Sellmeijer en Petronella Vendrik, Kraijenhoffstraat 33 te Amsterdam

Cornelis Sellmeijer

Geboren 3 nov 1879 te Amsterdam, overleden 2 augustus 1955 te Amsterdam. Cornelis (Kees) was timmerman van beroep. Op 3 september 1902 trouwde hij in Amsterdam met Johanna Warmenhoven (2 april 1876, Wijk aan Zee – 24 oktober 1964, Wijk aan Zee).

Cornelis (Kees) Sellmeijer en Johanna (Jantje) Warmenhoven

Zij kregen samen acht kinderen:

  • Bernardus Johannes Maria (Ben) Sellmeijer
  • Petronella Johanna Sellmeijer
  • Johannes Bernardus (Jan) Sellmeijer
  • Cornelis Bernardus Johannes (Cor) Sellmeijer
  • Johan Wilhelm Ludwig Sellmeijer
  • Quirinus Martinus (Rinus) Sellmeijer
  • Geertruida Maria Sellmeijer
  • Carolus Johannes (Karel) Sellmeijer

Cornelis Bernardus Johannes Sellmeijer

Geboren 20 april 1908 te Amsterdam, overleden 12 september 1987 te Amsterdam. Cor was ovenbouwer en metselaar. Op 13 juli 1927 trouwde hij in Amsterdam met de Amsterdamse Louisa Hendrika Theodora (Lies) Fritz (10 januari 1910, Amsterdam – 23 februari 1988, Amsterdam).

Van Amsterdam Oost kwam het gezin van Cor en Lies Sellmeijer-Fritz op de Orionstraat 30 in Tuindorp-Oostzaan (Amsterdam Noord). Daar voedden zij acht kinderen op en beleefden zij o.a. de Tweede Wereldoorlog. Waarschijnlijk onbewust brachten Cor en Lies met hun trouwen wederom twee Nedersaksische en Noordrijn-Westfaalse Duitse families samen in Nederland.

Tuindorp Oostzaan is een van de tuindorpen die tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog werden ontwikkeld in Amsterdam om een tegenwicht te bieden aan de verpauperde volksbuurten in de binnenstad. Bovendien wilde men de groeiende groep arbeiders van de nieuwe industrieën en scheepsbouw aan de noordoevers van het IJ dicht bij hun werk huisvesten, om te voorkomen dat een dure oeververbinding tussen de binnenstad en Amsterdam-Noord nodig zou worden. In 1918 waren vanwege de grote woningnood twee noodwooncomplexen neergezet in Amsterdam-Noord: Vogeldorp en Disteldorp. Het jaar daarna kreeg de Gemeentelijke Woningdienst Amsterdam opdracht om nog eens 1.000 woningen neer te zetten tussen Zaandam en Amsterdam, eveneens langs de noordelijke oever van het IJ. Dit gebied (het huidige Amsterdam-Noord) was toen niet meer dan een uitgestrekt poldergebied, dat door de gemeente was bestemd voor de vestiging van grootschalige industrie die veel havenfaciliteiten nodig had.

Op sommige plekken had de gemeente zelf baggerstortplaatsen in gebruik, waar slib uit de Amsterdamse grachten en vaarten werd gedumpt.  Eind 19e, begin 20e eeuw waren er tal van nieuwe ondernemingen neergestreken. Dat waren vooral grote scheepswerven, zoals de Amsterdamse Droogdok Maatschappij (ADM), die steeds meer arbeiders nodig hadden. Om soepel werkverkeer tussen de stad en het noordelijke havengebied mogelijk te maken, moest er eigenlijk een vaste oeververbinding komen. Maar een hoge brug over het IJ waar alle grote zeeschepen onder konden passeren, zou veel te duur worden. Eenvoudiger en goedkoper was het om in de buurt van de bedrijven nieuwe woningen te bouwen voor de arbeiders. De gemeente Amsterdam liet haar oog vallen op een uitgestrekt voormalig baggerterrein, dat op het grondgebied lag van de gemeente Oostzaan. Uiteindelijk lukte het Amsterdam om dit terrein aan te kopen en een gemeentegrenscorrectie voor elkaar te krijgen. Hier verrees Tuindorp Oostzaan.

Cor en Lies kregen samen de volgende kinderen:

  • Maria (Ine) Sellmeijer
  • Cornelis Bernardus Johannes (Cor) Sellmeijer
  • Johannes Jacobus (Jan) Sellmeijer
  • Johanna (Hannie) Sellmeijer
  • Bernardus Johannes (Ben) Sellmeijer
  • Theodorus Hendrikus (Theo) Sellmeijer
  • Gerardus Maria (Gerard) Sellmeijer

Cornelis Bernardus Johannes Sellmeijer

Geboren op 7 mei 1930, Amsterdam Oost, overleden op 27 juli 1999, Assendelft, Noord Holland. Cor jr. werd door zijn vader tot metselaar opgeleid. Zij werkten in de wederopbouw na de oorlog en veel in de Amsterdamse Jordaan, o.a. bij de restauratie van de Westertoren. Later werkte hij als lasser bij de NDSM in Amsterdam Noord, magazijnchef bij Linoleum (Forbo) Krommenie en als Conciërge op scholengemeenschap Rooswijk in Zaandijk.

Verlovingsfoto Cor Sellmeijer en Miep Zwart

Cor trouwde op 27 juni 1957 in Krommenie met de Krommenieër Mietje (Miep) Zwart (3 augustus 1933, Krommenie – 25 mei 2013, Krommenie). Zij gingen wonen in Assendelft en kregen daar vier zonen:

  • Cornelis Bernardus Johannes (Johan) Sellmeijer
  • Arjèn Sellmeijer
  • Eric-Jan (Eric) Sellmeijer
  • Richard Sellmeijer

Door Eric